Ga direct naar inhoud
Profielen | Profielen translated
28 november 2020

Zwart logo Profielen

Onafhankelijk nieuws van de Hogeschool Rotterdam

Portret van Kees Klomp

‘Een burn-out heeft me keihard wakker geschud. En dat was ook keihard nodig’

Kees Klomp is sinds oktober lector Betekeniseconomie. ‘Dat gaat uit van het beginsel dat bedrijven ook maatschappelijke winst kunnen maken – in plaats van alleen maar monetaire winst.’

‘Ik heb twee opa’s gehad die heel bepalend zijn geweest in mijn leven. De een was socialist en de ander een VVD’er en een echte winkelier. Hij was de oprichter van de firma Klees Klomp, een verfwinkel in Haarlem-Noord die later door mijn vader – ook een Kees – werd overgenomen. Mijn opa, vader en ik hebben alle drie dezelfde naam dus je kan ongeveer inschatten wat de bedoeling was – alleen heb ik de winkel uiteindelijk nooit overgenomen.

‘Vanaf mijn vijftiende heb ik elk vrij uurtje dat ik had in de winkel gewerkt. Honderden ramen heb ik ingezet met mijn vader, die de verfwinkel uitbreidde met een glaszetbedrijf. Dan ging ik met hem op stap en werkten we samen, maar het was vooral ook gewoon gezellig. Het waren ankermomenten waarbij we veel goede gesprekken voerden.

‘Ik heb ontzettend veel van mijn vader en opa geleerd als het gaat over de intrinsieke motivatie om echt van je klanten te houden.’

‘Ik heb ontzettend veel van mijn vader en opa geleerd als het gaat over de intrinsieke motivatie om echt van je klanten te houden. Geen gespeelde klantvriendelijkheid dus. Als je echt van je klanten houdt, dan mogen ze je op kerstavond negen uur bellen met een vraag over een muurtje dat ze aan het schilderen zijn. Dat zijn de universele beginselen van ondernemerschap.

‘Mijn andere opa was heel anders; een havenarbeider uit IJmuiden en een echte socialist. Hij was lid van de communistische partij CPN en heel actief in de buurt. Hij heeft mij vooral intellectueel en idealistisch gevormd. Van hem kreeg ik op mijn 16e een exemplaar van Das Kapital en het Communistisch Manifest, om te lezen.

‘Op zaterdagmiddag, nadat ik bij mijn vader in de winkel had gewerkt, ging ik vaak op mijn fietsje naar mijn opa en oma in IJmuiden. ’s Avonds aten we vis en hadden we allerlei gesprekken over de toestand in de wereld. We bedachten plannen en ideeën voor hoe het anders kon en zo is er eigenlijk onbewust een soort blend in mij ontstaan. Een mix van enorme maatschappelijke bewogenheid door mijn opa in IJmuiden, en tegelijkertijd ook een enorme liefde voor het ondernemerschap van mijn andere opa en vader.

‘Ik voelde al snel dat ik niet heel mijn leven in een winkel in Haarlem-Noord zou willen werken.’

‘De winkel van mijn vader heb ik nooit overgenomen, omdat ik eigenlijk al vanaf mijn zestiende merkte dat ik toch meer werd aangetrokken door de systeemtheorieën en visies van mijn opa uit IJmuiden. Ik heb oprecht altijd met de groots mogelijke plezier en toewijding bij mijn ouders in de winkel gewerkt, maar ik voelde al snel dat ik niet heel mijn leven in een winkel in Haarlem-Noord zou willen werken. Dat paste niet bij mij en mijn ouders hebben daar nooit een seconde moeilijk over gedaan.

‘Ik ben politicologie en communicatiewetenschappen gaan studeren, en wilde mijn scriptie schrijven over hoe hiphop van een zwarte subcultuur veranderde in hippop; een commerciële wittemannencultuur. Ik ergerde me enorm aan de manier waarop in die tijd, begin jaren negentig, reclamemakers omgingen met het cultuurgoed van hiphop om producten te verkopen aan een witte doelgroep. Dit proces wilde ik in kaart brengen en mijn scriptiebegeleider stelde voor dat ik interviews zou houden met de reclamemakers.

‘Ik wilde mijn scriptie schrijven over hoe hiphop  veranderde in hippop.’

‘Zo kwam ik in contact met twee bekende reclamegoeroes: Giep Franzen en Goos Geursen van het reclamebureau FHV/BBDO. Ik speelde in een punkband, vond reclames verschrikkelijk, en had een enorme bak vooroordelen over deze reclamemakers. Toch trof ik bij mijn eerste kennismaking met FHV/BBDO twee ongelooflijk aardige mannen die een hele belangrijke rol in mijn leven zouden gaan spelen. Na een paar uur supergeanimeerd praten boden ze me een baan aan. Ik nam de baan aan en FHV bleek een ontstellend leuk bedrijf te zijn. Het werd ook wel het ministerie van communicatie genoemd en dat was het ook echt.

‘Zonder dat het mijn bedoeling was werd ik dus ineens onderdeel van de reclamewereld. Ik deed onderzoek naar consumententrends en dat probeerde ik te vertalen naar strategieën voor de klanten van FHV. Ik bleek daar goed in te zijn. Ik maakte een tamelijk snelle en stormachtige carrière, en na zeven jaar FHV ben ik met een van mijn toenmalige klanten – Mike Spits van America Today – zelf een reclamebureau begonnen (Beyond the Line en Y&R) waarmee we ook internationaal gingen werken.

‘Zonder dat het mijn bedoeling was werd ik dus ineens onderdeel van de reclamewereld.’

‘Mijn verantwoordelijkheid en invloed werd steeds groter, en daarmee ook mijn ego. Mijn volgende stap was dat ik ging werken voor TBWA; destijds het heilige der heiligen in marketingcommunicatieland. Maar ik voelde me daar totaal niet thuis. Het was letterlijk het tegenovergestelde van FHV/BBDO. Het ging totaal niet inhoudelijk over communicatie, alleen maar over commercie. Het was een soort penthouse van het kapitalisme; wat met volle trots werd uitgedragen.

‘Dat begon enorm aan me te knagen, maar het lukte me niet om eruit te stappen. Ik was te verknocht geraakt aan het comfort van een ruim inkomen. In 2005 kreeg ik een burn-out. Achteraf was dat een blessing in disguise. Het heeft me keihard wakker geschud. En dat was ook keihard nodig.

‘Toen ik moest presenteren ging mijn lichaam op slot. Ik krijg daar live een paniekaanval.’

‘Ik moest een belangrijke presentatie geven aan een klant waar ik niks mee had, met een verhaal waar ik niet achterstond en waar ik ook ontevreden over was. Toen ik moest presenteren ging mijn lichaam op slot. Ik krijg daar live een paniekaanval en die ging ook niet meer over. Even pauzeren en een slokje water nemen hielpen niet. En al die tijd zat iedereen me aan te staren. Ik viel publiekelijk in duigen. En terwijl een collega de presentatie van me overnam, wist ik meteen dat dit het einde was en dat ik ontslag ging nemen en mijn leven fundamenteel anders zou inrichten.

‘De huisarts bevestigde dat ik een burn-out had, en vanaf dat moment heb ik mijn hele leven inderdaad omgegooid. Met mijn gezin ben ik van Heemstede naar Drenthe verhuisd, en daar wonen we sindsdien in een boerderij in een klein dorp. Ik wilde een bedrijfsnaam hebben die me én elke dag zou confronteren met mijn eigen ethiek én die ervoor zou zorgen dat ik niet meer ging werken voor bedrijven waar ik niet achter stond. Dus noemde ik mijn bedrijfje Karmanomics, en zette ik boeddhistische beginselen nadrukkelijk op de voorgrond.

‘De huisarts bevestigde dat ik een burn-out had, en vanaf dat moment heb ik mijn hele leven inderdaad omgegooid.’

‘In die begintijd al heb ik het begrip betekeniseconomie bedacht. Het is het basisgedachtegoed van mijn meta-economische filosofie. Het gaat uit van het beginsel dat bedrijven ook maatschappelijke winst kunnen maken – in plaats van alleen maar monetaire winst. Dat brede winstprincipe noem ik van betekenis zijn; je kunt ook maatschappelijke – sociale en ecologische – winst nastreven’.

‘Tussen 2006 en 2016 heb ik drie boeken geschreven met een expliciete boeddhistische signatuur. Het voelde destijds noodzakelijk om bij alles wat ik schreef ook mijn boeddhistische bronnen te vermelden. Ik wilde delen waar ik mijn inspiratie vandaan haalde. Daardoor bereikte ik in de eerste jaren maar een select groepje mensen. Er waren veel mensen die geen interesse hadden in een boeddhistisch-economisch betoog. Logisch ook, maar dat zag ik toen nog niet zo helder hoor.

‘Tussen 2006 en 2016 heb ik drie boeken geschreven met een expliciete boeddhistische signatuur.’

‘Ik dacht destijds dat er gewoon niet zo veel mensen waren die een boodschap hadden aan de Betekeniseconomie. Pas toen ik in 2016 mijn eerste “seculiere” boek schreef – Handboek Betekenisvol Ondernemen – veranderde er iets. Dat boek werd tot mijn grote verrassing een managementboek-bestseller, en ik werd op een haar na verkozen tot managementboek van het jaar. En toen VPRO Tegenlicht besloot om een uitzending te wijden aan de Betekeniseconomie, merkte ik helemaal dat het gedachtegoed juist wel resoneerde bij heel veel mensen.

‘Sindsdien is er echt een Betekeniseconomiebeweging op gang gekomen, van mensen die op allerlei verschillende plekken en manieren met het gedachtegoed aan de slag zijn. Dit lectoraat is echt de kers op de taart voor deze beweging. Het is geweldig dat er nu vanuit de academische wereld een uitnodiging ligt om dit hele prille vakgebied – want dat is het toch – ook academisch gestalte te geven. Om het serieus te onderzoeken en de kennis en kunde te valideren; om er echt een volwaardig nieuw economisch paradigma van te maken.

‘Dit lectoraat is echt de kers op de taart voor deze beweging.’

‘De schone taak aan mij om in de komende jaren, samen met mijn collega’s van het Kenniscentrum Business Innovatie, de Betekeniseconomie echt te integreren in het hbo-onderwijs. Echt een droomopdracht. Als je me in 2006 zou hebben verteld dat ik dat in 2020 aan het doen zou zijn, had ik je nooit geloofd. Ik ben een diep dankbaar mens.’

Tekst: Wietse Pottjewijd
Foto: via Kees Klomp

Ken jij of ben jij iemand die met zijn/haar verhaal op Humans of HR thuishoort? Stuur een mailtje naar profielen@hr.nl om een afspraak te maken.
Gepubliceerd: 13 November 2020 • Humans of Hogeschool Rotterdam

Humans of HR

Reacties

Laat een reactie achter

One Response to ‘Een burn-out heeft me keihard wakker geschud. En dat was ook keihard nodig’

 

Spelregels

De redactie waardeert het als je onder je eigen naam reageert.

  1. Houd het netjes, beschaafd, vriendelijk en respectvol. Niet vloeken of schelden.
  2. Dwaal niet af van het onderwerp (blijf ‘on topic’).
  3. Wees kort, duidelijk en maak een punt.
  4. Gebruik argumenten, geen uitroepen.
  5. Geen commerciële boodschappen.
  6. Niet op de man/vrouw spelen.
  7. Niet discrimineren, aanzetten tot haat of oproepen tot geweld (ook niet voor de grap).
  8. Van bezoekers die een reactie achterlaten op de site wordt automatisch het IP-adres opgeslagen.
  9. De redactie geeft reacties die dreigende taal bevatten door aan de veiligheidscoördinator van de Hogeschool Rotterdam.

Lees hier alle details over onze spelregels.

Back to Top