Ga direct naar inhoud
Profielen | Profielen translated
14 juli 2026

Zwart logo Profielen

Onafhankelijk nieuws van de Hogeschool Rotterdam

portret van AnneLoes van Staa

Lector AnneLoes van Staa: ‘Meer samen doen met andere hogescholen, dat is wat mij betreft de weg voorwaarts’

Gepubliceerd: 4 November 2025 • Leestijd: 5 minuten en 58 seconden • Interview

De finish van Vitale Delta is in zicht. Het onderzoeksprogramma bracht hogescholen en partners in het werkveld samen om te werken aan vitaliteit en gezondheid in de regio Rotterdam-Den Haag-Leiden. Naast onderzoeksresultaten leverde het ook sterke nieuwe samenwerking op. Dat lukt alleen als gelijkwaardigheid de kern is, constateert lector AnneLoes van Staa.

De einddatum van het programma is in zicht, zijn jullie al een beetje aan het afronden?

Vitale Delta is nog niet helemaal afgerond, maar we hebben het slotsymposium al gehouden dus het eindgevoel is er al een beetje. Het goede nieuws is: het stopt niet helemaal. Na veel masseren is het gelukt om het netwerk te behouden, de Zuid-Hollandse Impact Alliantie (ZHIA, red.) gaat daar ondersteuning aan geven. We wilden graag dat Vitale Delta een Center of Expertise zou worden, dat was helaas een brug te ver. Maar dit is ook heel fijn: het netwerk blijft in ieder geval bestaan.’

Wat was het idee achter Vitale Delta?

‘Het belangrijkste doel was om een krachtige, gezamenlijke praktijkgerichte onderzoeksgroep te vormen. Bij de start speelden hogescholen een kleine rol in Medical Delta: aanvankelijk was dit een samenwerking op het gebied van medische technologie tussen de Erasmus Universiteit, Universiteit Leiden en TU Delft. Medical Delta heeft zich ontwikkeld naar een brede samenwerking waarbij implementatie steeds belangrijker werd: technologie en innovaties beter laten aansluiten op de praktijk. Dat zijn principes die vanzelfsprekend zijn in praktijkgericht onderzoek.

Wat heeft Vitale Delta de HR opgeleverd?

‘Vitale Delta was het eerste Medical Delta-programma van hogescholen. Inmiddels zijn er heel veel living labs geleid door hogescholen, maar we doen nu ook mee in acht of negen wetenschappelijke programma’s, met een meer of minder belangrijke rol, bijvoorbeeld over voeding en een gezonde leefomgeving. Voor de Hogeschool Rotterdam zijn er veel nieuwe samenwerkingen bijgekomen, met andere hogescholen in de regio, maar ook met andere kennis- en praktijkpartners.’

Kun je een voorbeeld geven van een ‘typisch’ Vitale Delta-onderzoek?

‘We hebben een heel leuk project gedaan met de Hogeschool Leiden en de Haagse Hogeschool: BiBoZ. Daarin werden fysiotherapeuten aangemoedigd om aan de hand van persona’s (ook wel bekend als ijkpersoon, red.) in gesprek te gaan met hun patiënten over het beweeggedrag. Fysiotherapeuten zelf zijn over het algemeen dol op sport, maar bij hun patiënten is er soms aversie tegen bewegen. Als je niet oprecht geïnteresseerd bent in je patiënten, lukt het ook niet om ze in beweging te krijgen. Die persona’s helpen om het gesprek te voeren en de methodiek had een positieve insteek.

‘Als je zorg, welzijn en techniek verbindt, kom je tot verrassende resultaten’

‘Het helpt enorm om verder te kijken dan je eigen domein, zien we in Vitale Delta. Als je zorg, welzijn en techniek verbindt, kom je tot verrassende resultaten. Zo zijn we ook bezig geweest met vitaliteit van zorgprofessionals, maar ook met mantelzorg en schuldenproblematiek. Dat is heel relevant: in sommige verpleeghuizen heeft een op de drie medewerkers te maken met loonbeslag (als een schuldeiser beslag legt op je salaris of uitkering, red.). Dat heeft een weerslag op hun functioneren.’

Jij was programmaleider van een groot onderzoeksconsortium dat lang functioneerde. Hoe zorg je ervoor dat zoiets loopt en blijft lopen?

‘Als je elkaar vindt op de inhoud lukt samenwerken heel goed. Maar acht jaar is ook een lange periode. In een huwelijk heb je zoiets als de seven year itch en dat heb je in zo’n programma ook een beetje. Er is natuurlijk ook altijd verloop, mensen vertrekken en er komen nieuwe mensen bij. Je moet blijven investeren in de samenwerking. We hebben herijkingssessies georganiseerd met allerlei creatieve opdrachten en dat was heel nuttig om opnieuw te verbinden. Daarnaast is het noodzakelijk om successen te delen. En elk werkpakket had een werkpakketleider, die heb je ook nodig. Verder kost het tijd en inspanning: ik had ondersteuning van een programmamanager en secretariaat, maar ik was toch zeker wel een halve tot een hele dag per week kwijt aan Vitale Delta.’

Wat ging moeizaam, wat frustreerde je?

‘De aandacht voor onderzoek in het hoger beroepsonderwijs is een kleine revolutie geweest. Dat heeft tijd nodig, maar ook visie en investeringen. Ik vind dat onderzoek nog steeds te weinig prioriteit krijgt om het te laten groeien. Dat zou je echt moeten willen als kennisinstelling. De norm voor het budget dat hieraan uitgegeven moet worden is laag en multi-interpretabel.

Bestuurders zijn huiverig om erin te investeren en dat snap ik, want je hebt te maken hebt met langlopende programma’s en langetermijndoelen, maar met kortetermijnfinanciering. Nu Vitale Delta afloopt is de vraag hoe we de samenwerking gaan verduurzamen. Bij universiteiten speelt dat ook maar zij hebben een veel grotere eerste geldstroom voor onderzoek, die hebben wij als hogescholen bijna niet.

‘Terwijl onderzoekers graag verder willen, wordt er niet duurzaam geïnvesteerd in onderzoekslijnen’

Vaak wordt onderzoek aan hogescholen gezien als ‘iets extra’s’, daar is de Hogeschool Rotterdam niet uniek in. Onze promovendi horen vaak iets in de trant van: “Wat leuk voor jou dat je dit mag doen, je krijgt tijd voor deze hobby en daarna graag zo snel mogelijk het onderwijs weer in.” Terwijl onderzoekers graag verder willen, wordt er niet duurzaam geïnvesteerd in onderzoekslijnen. Dat is zonde omdat er zoveel tijd en energie in is gestoken. Bij de Hogeschool Rotterdam zijn inmiddels meer dan 250 collega’s met promotieonderzoek bezig geweest. Deze kwaliteit zou binnen het onderwijs meer gewaardeerd moeten worden. We hebben masteropleidingen met nauwelijks gepromoveerde docenten en ik vind dat eigenlijk niet kunnen. Ik zie de kenniscentra als kraamkamers van talent: wij kunnen het onderwijs veel bieden, zoals het stimuleren van de onderzoekende houding bij studenten én docenten.

Tot slot: in mijn 23 jaar als lector hebben we heel veel wisselingen van visies en organisatie gehad. Nu komt er weer een nieuwe structuur. Ik ben best bezorgd over het verdwijnen van kenniscentra in grote domeinen. Onderzoek is en blijft met de huidige financiering een kleine activiteit binnen de hogeschool waar relatief weinig mensen aan werken en beperkte middelen voor zijn. Ik ben bang dat deze activiteit juist ondergesneeuwd raakt binnen een groot domein, of dat bepaalde kenniscentra geen goede plek kunnen krijgen.’

Hoe kijk je terug, wat is de grootste ‘winst’ van Vitale Delta?

‘Toen we de aanvraag deden voor Vitale Delta bestond de samenwerking tussen hogescholen nog helemaal niet. Ik vind het jammer dat we als hogescholen erg op onze eigen instelling zijn gericht. Intern is er wel wat samenwerking tussen de kenniscentra, maar we kijken niet buiten onze instelling. Bij de start kende ik zelf twee lectoren van hogescholen uit de regio, maar slechts oppervlakkig. Binnen Vitale Delta hebben we die samenwerking juist enorm versterkt: iets kan pas een Vitale Delta-project zijn als er minimaal twee hogescholen aan deelnemen.’

‘We hebben met Vitale Delta honderd projecten gedaan, er waren vierhonderd studenten bij betrokken en we hebben naast de subsidie nog 10 miljoen euro extra financiering opgehaald. Dat lukt allemaal beter als je het samen doet, je hebt extra acquisitiekracht. De slagkracht van een enkele instelling zoals de Hogeschool Rotterdam is gewoon niet altijd sterk genoeg. Als we samenwerken kunnen we betere aanvragen schrijven. Dat wordt ook steeds meer de norm bij subsidiegevers. Denk aan een ander SPRONG-programma Greening Corridors waarin vijf hogescholen samenwerken met de Hogeschool Rotterdam als penvoerder. Die samenwerking leverde al nieuwe subsidies op.’

‘Denken in samenwerkingen is nu mijn tweede natuur geworden’

‘In Vitale Delta hebben we laten zien hoe je die samenwerking vormgeeft. Het belangrijkste principe is gelijkwaardigheid: het is niet mijn maar ons gezamenlijk programma. Samenwerken in Vitale Delta heeft mijn eigen horizon verbreed, ik heb veel geleerd van collega’s, zoals andere manieren van werken. Denken in samenwerkingen is nu mijn tweede natuur geworden. Laatst kreeg ik bericht over een potentieel project en toen dacht ik spontaan aan collega’s van de Haagse Hogeschool. Dat zou meer gemeengoed moeten worden.’

‘We moeten niet steeds het wiel opnieuw uitvinden en elkaar als concurrenten zien met allemaal piepkleine onderzoeksgroepen. Dat speelt ook bij de ontwikkeling van nieuwe masteropleidingen. Ik vind het echt jammer dat we het niet vaker samen doen: je vist vaak in dezelfde vijver. Ook voor lectoraten geldt dat we vaak dezelfde thema’s agenderen als bij een andere hogeschool in de regio, waarom doen we dat niet samen? Dat is wat mij betreft de weg voorwaarts.’

Vitale Delta

Vitale Delta is een consortium van vier hogescholen (de HR, Hogeschool Leiden, de Haagse Hogeschool en Hogeschool Inholland) dat zich met partners inzet voor het versterken van veerkracht en eigen regie en het creëren van een gezonde omgeving in de Deltaregio Leiden, Den Haag en Rotterdam. Het onderzoeksprogramma (2018-2025) is door SIA-SPRONG gefinancierd en valt onder Medical Delta. HR-lector AnneLoes van Staa (Transities in Zorg) is programmaleider. In 2019 won zij de Deltapremie voor haar voortrekkersrol in praktijkgericht onderzoek.

Tekst: Edith van Gameren
Foto’s: Henk Rosendal

Schrijf je in voor onze wekelijkse nieuwsbrief!


LinkedIn LogoProfielen is ook actief op LinkedIn. Volg ons, blijf op de hoogte en praat mee over actuele onderwerpen.

Reacties

Laat een reactie achter

One Response to Lector AnneLoes van Staa: ‘Meer samen doen met andere hogescholen, dat is wat mij betreft de weg voorwaarts’

  1. RBS interim Dean, Charles Erkelens, writes in his October column under the heading International Students that ‘only 10 % of new Bachelor students at RBS come from abroad’. ( quote )
    Question remains whether this is a percentage / number to be proud of, irrespective of what goes behind it.

    Louis M. Uljee, Economics Department IB / RBS

Spelregels

De redactie waardeert het als je onder je eigen naam reageert.

  1. Comments worden door de redactie gemodereerd. 's Avonds en in het weekend gebeurt dat niet standaard, en kan het dus langer duren voor je opmerking online komt.
  2. Houd het netjes, beschaafd, vriendelijk en respectvol. Niet vloeken of schelden.
  3. Dwaal niet af van het onderwerp (blijf ‘on topic’).
  4. Wees kort, duidelijk en maak een punt.
  5. Gebruik argumenten, geen uitroepen.
  6. Geen commerciële boodschappen.
  7. Niet op de persoon spelen.
  8. Niet discrimineren, aanzetten tot haat of oproepen tot geweld (ook niet voor de grap).
  9. Van bezoekers die een reactie achterlaten op de site wordt automatisch het IP-adres opgeslagen.
  10. De redactie geeft reacties die dreigende taal bevatten door aan de veiligheidscoördinator van de Hogeschool Rotterdam.

Lees hier alle details over onze spelregels.

Back to Top