Ga direct naar inhoud
Profielen | Profielen translated
13 juli 2026

Zwart logo Profielen

Onafhankelijk nieuws van de Hogeschool Rotterdam

Opinie

Cyriel over taal: Gisunt inde sālig jār! (De beste wensen, zeg maar)

5 January 2026

Cyriel van Rossum is taaldocent aan de Pabo van de Hogeschool Rotterdam. Hij schrijft voor Profielen een maandelijkse column over taalkwesties.

Illustratie waarop je een interpretatie ziet van Rotterdammers en Rotterdam uit het jaar 1000.

Lees even mee: ‘Willikumo ana Rottaa. Ik bim thorperi hiera ana Rottaheimi. Wi heton thiusa aa Rottaa wanda siu is dunkur endi rotta. Siu stromit thora then muoron na thera Meriweda endi thera Masa. Thiu Masa is en aa vilo mikil endi vuorit van Walalande na saltin watare. Thiusa hem is thorp onsaro.’

Je hebt waarschijnlijk geen idee wat je gelezen hebt. Ik zal het even vertalen: ‘Welkom bij de Rotte. Ik ben dorpeling van de nederzetting aan de Rotte. Wij noemen deze rivier de Rotte omdat ze donker is en troebel (rot). Zij stroomt door de moerassen naar de Merwede en de Maas. De Maas is een heel grote rivier en ze stroomt van Frankrijk naar zout water. Deze nederzetting is ons dorp.’

Tot je spreekt een bewoner van het dorpje dat zou uitgroeien tot Rotterdam. Maar dan in een Nederlands die in het jaar 1000 gesproken werd. Wel effe wat anders, hè? Wat valt er op aan dit oud-Nederlands – want dat is het -als je het hardop leest? Mij vooral dat de stomme ‘e’ (zoals die klinkt in vurrukkuluk) nog niet voorkomt. En ook dat de th nog bestaat, uitgesproken zoals de Engelsen dat nog doen. Ook interessant: ze spraken toen met een zachte g.

De mensen die dit spraken kwamen van het zuiden, wat nu Vlaanderen en Frans-Vlaanderen is. Zij verdrongen langzaam maar zeker die andere voorouders van ons: de Friezen. De spreker uit het jaar 1000 zou je er dit over kunnen vertellen: ‘Min aldervadar is vilo wintaro er mit anderon liudin van suthan tuote hiera gitogon. Sie kwamon in skipon thuo hiro alda hem in lande Vlamingjo thore thia vluot ovarswimmit warth. Samana hebbunt sie that land opgiworpon endi hiro huova gimakot. Er waron hiera liudi thie thia Vresono tala sprakon. Thie sint nu in northan gitogon.’

Ik vertaal even, want het kost nogal wat denkkracht en je hebt de feestdagen nog in je hersenen. ‘Mijn grootvader is vele winters geleden met andere lieden van het zuiden naar hier getrokken. Zij kwamen van hun vorige nederzetting met schepen omdat Vlaanderen overstroomd raakte. Samen hebben ze deze terp opgeworpen en hier hun huizen gebouwd. Er waren hier lieden die de Friese taal spraken. Die zijn nu naar het noorden getrokken.’ Die Friezen trokken zich dus terug naar wat nu Noord-Holland en Friesland is. Hun invloed op het ontstaan van het Standaard-Nederlands is vrij beperkt, maar Fries behoort wel tot dezelfde West-Germaanse taalfamilie als het Oud-Nederlands.

De mensen die zich bij de Rotte settelden waren Franken. Een volk dat nog veel langer geleden uit het huidige Duitsland via het oosten van ons land uitwaaierde over Zuid-Nederland, Vlaanderen en Noord-Frankrijk. Ten opzichte van de Friezen dus nieuwkomers.

De Friezen hebben nog handel gedreven met en gestreden tegen de Bataven. Aha, de Bataven, hoor ik de lezers denken die opgelet hebben bij vaderlandse geschiedenis. De Bataven, onze roemruchte voorouders. Dat is ons geleerd, maar het klopt niet helemaal. De Bataven zijn als volk al in de derde eeuw als een nachtkaars uitgegaan. Ze zijn opgegaan in de cultuur en taal van nieuwkomers, met name die Franken. Taalkundig zijn daarom niet de Bataven maar de Franken onze voorouders.

Hoe zal het Nederlands over duizend jaar klinken? Zal het überhaupt nog bestaan als aparte taal? Alles wat ik daarover zou zeggen, zou science fiction zijn. Wat vrijwel zeker is – als er al nog iets van een Nederlandse taal zou bestaan – is dat wij die taal onverstaanbaar zullen vinden. Nog onbegrijpelijker dan het Oud-Nederlands. Niet alleen omdat de wereld en de werkelijkheid onherkenbaar zullen zijn. Met al die spellingsregels die je moet leren zou je het misschien niet denken, maar onder invloed van nieuwkomers, internationalisering en subculturen gaat taalverandereing nu veel sneller dan de afgelopen duizend jaar.

Spreken we in 3025 misschien een mengeling van Hindi, Chinees, Spaans en Engels? Zullen we dan eindelijk allemaal één wereldtaal spreken? Tot het moment dat we een toren gaan bouwen, nog hoger dan die van Babel? Wi ne kunnan that niewiht witan… Gisunt inde sālig jār, al the that lesan!

Illustratie: Demian Janssen

Schrijf je in voor onze wekelijkse nieuwsbrief!


Reacties

Laat een reactie achter

2 Responses to Cyriel over taal: Gisunt inde sālig jār! (De beste wensen, zeg maar)

  1. Mochten we in 3025 inderdaad één wereldtaal spreken, dan is de kans groot dat het een afgeleide is van de Indo-Europese talen, geschreven in een Romeins alphabet. Daarom zeg ik alvast: happy neues année, todos!

    Jim

  2. Ik help het je hopen, Jim! Misschien is de Westerse Wereld tegen die tijd wel allang uitgespeeld op het wereldtoneel. Laten we vast gaan duimen dat dat niet zo zal zijn (^o^;)

Spelregels

De redactie waardeert het als je onder je eigen naam reageert.

  1. Comments worden door de redactie gemodereerd. 's Avonds en in het weekend gebeurt dat niet standaard, en kan het dus langer duren voor je opmerking online komt.
  2. Houd het netjes, beschaafd, vriendelijk en respectvol. Niet vloeken of schelden.
  3. Dwaal niet af van het onderwerp (blijf ‘on topic’).
  4. Wees kort, duidelijk en maak een punt.
  5. Gebruik argumenten, geen uitroepen.
  6. Geen commerciële boodschappen.
  7. Niet op de persoon spelen.
  8. Niet discrimineren, aanzetten tot haat of oproepen tot geweld (ook niet voor de grap).
  9. Van bezoekers die een reactie achterlaten op de site wordt automatisch het IP-adres opgeslagen.
  10. De redactie geeft reacties die dreigende taal bevatten door aan de veiligheidscoördinator van de Hogeschool Rotterdam.

Lees hier alle details over onze spelregels.

Back to Top