Ga direct naar inhoud
Profielen | Profielen translated
7 februari 2023

Zwart logo Profielen

Onafhankelijk nieuws van de Hogeschool Rotterdam

Portret van Iris Bouwman op het dak van het nieuwe instituut . Foto van Paul van der Blom

Iris Bouwman, Stadswonen: ‘400 studentenkamers per jaar erbij is erg ambitieus’

Gepubliceerd: 3 October 2022 • Leestijd: 5 minuten en 5 seconden • Het Grote Interview

De woningmarkt voor studenten is krap, heel krap. Iris Bouwman is specialist studentenhuisvesting bij de Rotterdamse woningcorporatie Stadswonen (onderdeel van Woonstad) en vertelt wat je kansen zijn in de huidige markt.

In de meest recente Landelijke Monitor Studentenhuisvesting (2021) wordt de ‘zeer krappe woningmarkt’ voor studenten beschreven. De monitor noteerde afgelopen studiejaar 756.900 hbo- en wo-studenten in Nederland. Voor die groep zijn er landelijk 26.500 studentenwoningen te weinig.

De druk is het allerhoogst in Amsterdam, Haarlem, Leiden, Nijmegen, ‘s Hertogenbosch, Utrecht en Rotterdam. En er worden in de Landelijke Studentenhuisvestings Monitor geen doekjes om het toekomstperspectief gewonden: de verwachting is dat de krapte de komende jaren alleen maar toeneemt.

Herken jij deze cijfers vanuit je werk bij Stadswonen?

Bouwman: ‘Ja, er ligt een enorme opgave voor de komende jaren. We moeten bouwen, maar dat is makkelijker gezegd dan gedaan. Omdat er in de steden weinig ruimte is, concurreren verschillende doelgroepen – zoals studenten, sociale- en vrije-sectorhuurders, huizenkopers en bedrijven – om grond en nieuwbouwlocaties. Ondertussen zijn er in Rotterdam mensen die geen huis kunnen vinden. De wachttijd voor sociale huur en studentenkamers is te lang. We hebben 5500 woningen voor studenten en 1000 voor starters die eerder een Stadswonen-studentenwoning huurden. Dat zijn veel woningen, maar het is overigens nog geen kwart van het totale aanbod voor studenten in Rotterdam.’

Hoe lang wachten studenten in Rotterdam gemiddeld op een kamer?

Bouwman: ‘De meest populaire wijken voor studenten liggen rondom de metrolijnen die tussen de Hogeschool en de Universiteit lopen en in het centrum. In die wijken zijn de wachttijden langer dan in de rest van de stad. Voor dit interview heb ik de meest recente cijfers opgezocht: de gemiddelde wachttijd is nu vijftien maanden, maar we hebben drie locaties waar de wachttijd nu acht tot negen maanden is. Woongebouw Alexander, een complex in Rotterdam Alexander, heeft gemiddeld de kortste wachttijd.’

Waarom is de wachttijd daar zo kort?

Bouwman: ‘Het is een locatie die wat verder van het centrum ligt, maar op de fiets ben je zo op de Kralingse Zoom. We zien daar twee groepen studenten: de ene groep vindt het er fijn met het winkelcentrum op loopafstand en vindt het niet erg om voor andere dingen een stukje te moeten reizen. Die groep blijft er de hele studietijd wonen. De andere groep ziet het als een snelle mogelijkheid om uit huis te kunnen en verhuist daarna snel door naar een meer centrale locatie.’

Hoe kom je als student het snelst aan een woning bij jullie?

Bouwman: ‘Vanaf je 17e mag je je bij ons inschrijven en je mag op kamers reageren als je een bewijs van inschrijving voor een studie in Rotterdam kan laten zien. Als je je in het voorjaar inschrijft voor je opleiding, kun je vaak vrij snel na de zomervakantie al ergens intrekken. Iedere student heeft een campuscontract, dat betekent dat je ingeschreven moet zijn bij een onderwijsinstelling om bij ons te mogen wonen.

Moet je bij jullie woningen ook hospiteren?

Bouwman: ‘Niet altijd, maar in veel gevallen wel. Veruit de meeste wooneenheden die wij verhuren, bewoon je met meerdere mensen. Je hebt dan een eigen slaapkamer, maar deelt douche, toilet en een keuken. Als er een huurder vertrekt, geven we de achterblijvende huisgenoten de keuze: mogen wij zonder voorwaarden iemand plaatsen, mogen we iemand plaatsen die voldoet aan bepaalde criteria of moet er gehospiteerd worden? In het laatste geval schrijven de achterblijvende huisgenoten een tekst die we op onze website plaatsen. Kamerzoekers die bij ons ingeschreven staan, mogen reageren. De achtergebleven huisgenoten krijgen de reacties van de vijftien kamerzoekers die het langst op de wachtlijst staan. Op basis van die reacties kiezen zij dan meestal vier of vijf mensen die op gesprek mogen komen. Een goede huisgenoot vinden is belangrijk. Onze units zijn over het algemeen niet groot en als het niet klikt, wordt het al snel ongezellig. Overigens gebeurt dat niet vaak, we kennen veel verhalen van oud-huisgenoten die jaren later nog goede vrienden zijn.’

In het coalitieakkoord van de Rotterdamse gemeenteraad staat: ‘De komende vier jaar bouwen we flink door. Ondanks de uitdagende marktomstandigheden starten we jaarlijks met de bouw van 3.500 – 4.000 woningen, inclusief circa 400 studentenkamers.’

Wat vind jij daarvan?

Bouwman: ‘Het verbaasde me dat dit in het akkoord staat. Het is positief dat studenten zo expliciet genoemd worden, maar ik vraag me af of het gaat lukken. In 2019 was er al een plan om 2.000 studentenkamers in Rotterdam te bouwen. We hebben in samenwerking met de gemeente, onderwijsinstellingen, andere studentenhuisvesters en huurders een actieplan geschreven. De samenwerking is heel goed, maar snel bouwen blijft lastig. Het is niet makkelijk om geschikte locaties te vinden dus 400 kamers per jaar voor de komende vier jaar is een ambitieus plan. De gemeente wil graag helpen, maar moet ook bouwen voor andere doelgroepen. Daarnaast is het moeilijk om betaalbare kamers te ontwikkelen. Zelfstandige woningen zijn voor huurders aantrekkelijk omdat ze daar huursubsidie op kunnen aanvragen en voor verhuurders aantrekkelijk omdat ze er een hogere huurprijs voor kunnen vragen. Om toch meer kamers te kunnen realiseren, zou het kabinet weer huursubsidie op een kamer mogelijk moeten maken. Want zelfstandige studio’s hebben niet alleen maar voordelen: ze maken samenwonen met huisgenoten onmogelijk en werken eenzaamheid in de hand.’

Wat zijn de mogelijkheden om toch bij te bouwen in deze al volle stad?

Bouwman: ‘Daar hebben we verschillende opties voor: we transformeren, renoveren en slopen om daarna nieuwe woningen te bouwen. We hebben recentelijk twee woonblokken van Woonstad getransformeerd tot studentenwoningen. Als gebouwen in te slechte staat zijn om nog te renoveren, is het kostentechnisch soms slimmer om te slopen en een nieuwer en groter pand terug te zetten. We ontwikkelen concrete plannen om ook houten, modulaire, in de fabriek gemaakte flexwoningen te plaatsen. Dat zijn meestal woningen die vijftien jaar blijven staan. Die bieden we momenteel niet aan studenten aan omdat de locaties waar we ze kunnen plaatsen niet geschikt zijn. De laatste optie is echte nieuwbouw op lege grond. Dat proberen we wel, maar niet alleen voor studenten. Als er grond beschikbaar komt, kijken we voor welke doelgroep die het meest geschikt is.’

Zouden onderwijsinstellingen volgens jou rekening moeten houden met de krappe woningmarkt bij het werven van (internationale) studenten?

Bouwman: ‘Onderwijsinstellingen mogen studenten werven om te komen studeren en hebben geen plicht om mensen te huisvesten. Wij merken dat we niet op kunnen bouwen tegen de ambities die instellingen hebben. Ik zie dat er in bepaalde mate verantwoordelijkheid wordt genomen, maar niet voor de volledige studieduur. Studenten krijgen dan een kort wooncontract en moeten na het eerste jaar alsnog op zoek naar een kamer. En dan komen ze voor de zomer – tijdens hét piekmoment – dus weer terecht op die overvolle markt. Dat zorgt voor stress. Je wilt deze studenten eigenlijk een contract voor de duur van de opleiding aanbieden zodat ze in ieder geval niet hoeven te verhuizen.’

Is er iets dat de Hogeschool Rotterdam kan doen om jouw leven makkelijker te maken?

Bouwman, lachend: ‘Als er nog grond is, willen we daar graag bouwen. En verder zouden we het fijn vinden als er iemand is die beleidsmatig meedenkt over studentenhuisvesting. We zitten al om de tafel rondom internationale studenten, maar het zou fijn zijn om dit breder op te pakken. Ik denk dat je als onderwijsinstelling verantwoordelijk bent voor een fijne studententijd en daar hoort wonen ook bij.’

Dit verhaal komt uit de Profielen Magazine woonspecial.
Het hele nummer blader je hier onder door.

Tekst: Tosca Sel
Fotografie: Paul van der Blom

Schrijf je in voor onze wekelijkse nieuwsbrief!

Reacties

Laat een reactie achter

Comments are closed.

Spelregels

De redactie waardeert het als je onder je eigen naam reageert.

  1. Houd het netjes, beschaafd, vriendelijk en respectvol. Niet vloeken of schelden.
  2. Dwaal niet af van het onderwerp (blijf ‘on topic’).
  3. Wees kort, duidelijk en maak een punt.
  4. Gebruik argumenten, geen uitroepen.
  5. Geen commerciële boodschappen.
  6. Niet op de persoon spelen.
  7. Niet discrimineren, aanzetten tot haat of oproepen tot geweld (ook niet voor de grap).
  8. Van bezoekers die een reactie achterlaten op de site wordt automatisch het IP-adres opgeslagen.
  9. De redactie geeft reacties die dreigende taal bevatten door aan de veiligheidscoördinator van de Hogeschool Rotterdam.

Lees hier alle details over onze spelregels.

Back to Top