Cyriel over taal: Over gastarbeiders, papen en slepers
27 October 2025
‘En wat bracht jou ertoe om mee te doen aan deze voorleeswedstrijd?’ Deze vraag stelde ik een pabo-student voordat ze haar voorleeskunsten voor een flink publiek ging laten horen. Haar antwoord luidde: ‘Omdat ik gewoon overal schijt aan heb.’ Ze bedoelde: ‘Ik heb geen plankenkoorts, ik durf dit’.
Haar antwoord was een zogenaamd dysfemisme. Dat is het tegenovergestelde van een eufemisme. Ze benoemde iets veel grover en negatiever dan het in werkelijkheid is. Een eufemisme is daarentegen juist een woordkeuze die zachter en minder confronterend is dan wat je feitelijk bedoelt. Daar gaat het in deze column over.
Ik heb eerder al eens wat geschreven over dit verschijnsel in mijn column over verkleinwoorden. Zo noemde ik een collega die eens meldde dat hij opeens naar huis moest, omdat hij een ‘ongelukje’ had gehad. Hij bedoelde: ‘Ik heb in mijn broek gepoept’, maar koos dit eufemisme, wat iedereen meteen begrijpt. Andere gangbare verkleinwoord-eufemismen zijn ‘een probleempje’: Sorry, probleempje, ik ben net betrokken geraakt in een fikse kettingbotsing, dus ik kan niet op tijd op de vergadering zijn. Of ‘een dingetje’: Ik ben op een tussenstop in Kuala Lumpur beroofd van mijn paspoort en creditcard, terwijl de volgende dag in Coevorden mijn vrouw zou bevallen van mijn eerste kind. Dat was wel een dingetje.
Er zijn veel meer eufemismen dan alleen verkleinwoorden. Wat dacht je van de term: 4-plussers? Studenten die langer doen over een hbo-opleiding dan vier jaar. Vroeger werden zij langstudeerders genoemd, maar dat woord mag je op de pabo niet meer gebruiken. Het zou kwetsend kunnen zijn. Je zou kunnen zeggen: lang studeren bevat toch geen waardeoordeel? Er kunnen allerlei redenen en oorzaken voor zijn die niets met luiheid of zwakte te maken hebben. Maar kennelijk vindt men ‘lang’ toch een zekere negatieve lading hebben.
Hebben 4-plussers zelf eigenlijk moeite met de term ‘langstudeerders’? Daar ben ik wel benieuwd naar. Onlangs was ik op bezoek bij een andere hogeschool, in het oosten des lands, en daar heten 4-plussers ‘slepers’. Dat ze daarmee moeite hebben, kan ik me dan weer iets beter voorstellen. Dat lijkt meer op een dysfemisme.
Een woord vervangen door een als minder pijnlijk ervaren woord is heel gebruikelijk. En soms wordt een heel neutraal woord vervangen omdat het langzamerhand een negatieve lading heeft gekregen. Toen ik klein was, kwamen er veel arbeidskrachten uit Marokko en Turkije naar Nederland. Ze werden daar geronseld door de Nederlandse overheid. Het idee was dat die mensen, nadat ze hun diensten hadden bewezen, weer terug zouden verhuizen naar hun geboorteland. Integreren was dus niet nodig en ze werden dan ook ‘gastarbeiders’ genoemd.
Gasten gaan uiteindelijk weer naar huis. Het liep toch anders – logischer eigenlijk. Als jij als twintigjarige jongeman in Nederland gaat werken in Enschede in een textielfabriek en terechtkomt in een pension met vier stapelbedden, een tweepitsfornuisje en nul privacy en je verdient na jaren nachtdiensten en overwerk genoeg om een huurhuis voor jezelf te krijgen, dan verhuis je. En als je dan een leuke vriendin krijgt, trouwt en kinderen krijgt, leuke contacten met Nederlandse collega’s en buren en met de ouders op het schoolplein, etcetera…. Ja dan wordt het steeds minder logisch om weer terug te gaan naar je vaderland. De kinderen hebben daar geen zin in en jij wilt het ze niet aandoen en misschien kan het ook helemaal niet, omdat daar geen toekomst is. Je blijft.
Het woord gastarbeiders werd vervangen door buitenlander. Toen was dat nog een heel neutraal woord. Een Duitser, een Belg, een Turk: allemaal buitenlanders. Maar ook die term raakte besmet. Vervolgens werden ze ‘allochtonen’ genoemd. Ook een neutrale term, want het betekent letterlijk: van een ander land. Je voelt hem al aankomen: allochtoon kreeg ook een negatieve klank.
Het volgende woord diende zich aan: ‘medelanders’. Dat werd ook weer afgeserveerd, want niet inclusief genoeg. En nu? Migranten? Eigenlijk is dat feitelijk geen juist woord: het gaat om mensen van wie de grootouders ooit migreerden en soms niet eens meer actief Turks, Arabisch of Berber spreken. ‘Mensen met een niet-Westerse achtergrond?’
De kern van deze hele woordencarrousel is dat er kennelijk nog altijd een behoefte bestaat om deze mensen te onderscheiden van de Henken en Ingrids. Is dat verkeerd? Je kunt ook zeggen: er is blijkbaar aanleiding voor. Deze mensen hebben eigen uitdagingen, problemen en wensen. Tel je daar ook de vooroordelen bij op, dan zie je dat er behoefte bestaat aan een woord voor deze groep. Op basis van feiten én veronderstellingen dus.
Hetzelfde geldt voor invaliden, excuus, gehandicapten, excuus, mensen met een beperking, excuus, mensen met een uitdaging. En voor langdurig werklozen, excuus, onbemiddelbaren, excuus, mensen met een afstand tot de arbeidsmarkt.
Elke groep die een beetje anders is dan doorsnee krijgt een naam. Ikzelf ben een paap, een toffelemoon, een zuiderling, mijn opa was een vluchteling uit Vlaanderen. Ben ik dan ook iemand met een migratieachtergrond? Ik heb geen moeite met die stempels, maar ik ben dan ook best wel – daar komt het volgende stempel – een vinkjesman. Ik heb niet overal schijt aan; maar laat ik het zo zeggen: de stempels laten me koud.
Het is de kunst om achter die stempels geen kwade bedoelingen te zoeken. Die kunst is, denk ik, nog niet goed begrepen door mensen die doorgaan voor ‘woke’. Als je steeds op je hoede bent voor die kwade bedoelingen of voor een mogelijk negatieve uitleg van woorden, dan blijf je voor altijd draaien in de carrousel van eufemismen. Ik zou er draaierig van worden.
Illustratie: Demian Janssen
Profielen is ook actief op LinkedIn. Volg ons, blijf op de hoogte en praat mee over actuele onderwerpen.






Laat een reactie achter
Spelregels
De redactie waardeert het als je onder je eigen naam reageert.
Lees hier alle details over onze spelregels.
Back to Top