Myth buster #2: Als Nederlands niet je eerste taal is, heb je een probleem én een voordeel
1 April 2026
Vandaag gaf ik les aan mijn studenten uit het NT2-traject. Dat bestaat uit drie modules waarin spreken, lezen en schrijven worden geoefend. Het traject is bedoeld voor studenten die een Nederlandstalige opleiding doen, terwijl Nederlands niet hun moedertaal is. Ga er maar aan staan: een hele studie doen in een taal waarin je normaal gesproken geen problemen oplost, berekeningen doet, of uitlegt waarom je het wel of niet ergens mee eens bent.
Geen wonder dat een van mijn studenten laatst zei: Ik ben doodmoe aan het einde van de dag. Aan het begin van de dag, legde ze uit, functioneert ze redelijk in het Nederlands, voor haar niet haar eerste, ook niet haar tweede, maar haar derde taal. Naarmate de dag vordert, kan ze echter moeilijker op het juiste woord komen in het Nederlands, maar floepen in plaats daarvan woorden uit haar eerste taal (Papiamento) en tweede taal (Engels) door haar hoofd. En dat ene woord Indonesisch dat ze kent (hè!?). Aan het einde van de dag weet ze niet eens meer de juiste volgorde in een Nederlandse hoofdzin, en aan de bijzinnen waagt ze zich maar niet meer in deze fase. (Anders dan in een hoofdzin, verplaatsen de werkwoorden zich in een bijzin naar achteren in de zin. Dit fenomeen is afhankelijk van de conjunctie oftewel het voegwoord dat je gebruikt hebt. Voor anderstaligen vaak een lastig toe te passen constructie.)
De Papiamentstalige studente werd dus cognitief zeer belast door de hele dag Nederlands te horen en te spreken. Nu is je eerste gedachte waarschijnlijk: maar door deze onderdompeling in de taal wordt haar Nederlands snel beter. Natuurlijk is veel input van een taal goed voor de ontwikkeling van je taalvaardigheid in die taal. Maar die ontwikkeling zou juist beter of sneller verlopen als alle talen in je hoofd de ruimte krijgen er te zijn, en als je ze bewust inzet in je leerproces.
Ik ken meertalige studenten die op school proberen ook in het Nederlands te denken. Toen ik tijdens een coachingsmoment aan een van die studenten vroeg hoe zij een bepaalde formulering in haar eigen taal zou zeggen, keek zij mij verbaasd aan. ‘Maar mag ik dan wel in mijn eigen taal denken?’, vroeg ze. Dat zou slecht zijn voor haar Nederlands had ze al die tijd gedacht. Het feit dat ze vervolgens in tranen uitbarstte (echt gebeurd), laat wel zien dat het geen doen is om de hele dag talen die in je hoofd opduiken, te onderdrukken. De energie die dat kost, kun je beter ergens anders in stoppen.
Geen censuurpolitie dus in je hoofd. Never! Wat je juist zou moeten doen, is gebruikmaken van je talenkennis. Niet alleen om beter Nederlands te leren, maar ook voor leren in het algemeen. Als je bijvoorbeeld nieuwe woorden leert in je opleiding, vergelijk deze woorden dan met de woorden in je andere talen. Waarin lijken ze op elkaar? Dit helpt om nieuwe woorden te onthouden en actief te kunnen gebruiken. En waarom zou je voor een tekst die je moet lezen voor een vak niet eerst informatie opzoeken in een van je andere talen? Dat zorgt ervoor dat je de Nederlandse tekst beter kan begrijpen en dus ook onthouden. Bovendien zorgt een meertalig brein voor cognitieve flexibiliteit. Als je voortdurend schakelt tussen talen, bevordert dit je creativiteit en vermogen om problemen op te lossen.
In elke klas op de HR zitten meertalige studenten. Dit is tenslotte Rotterdam, een van de meest diverse steden in Nederland. Docenten: stimuleer die studenten om hun enorme rijkdom aan talenkennis in te zetten voor hun studiesucces.
Wil je meer weten over het benutten van meertaligheid in de klas? Lees dan het artikel Meertaligheid, een onbenutte kracht in het Tijdschrift Les.
Christine Pleisner, taaldocent.
Met dank aan Ann Brosens, voor haar onmisbare input.
Schrijf je in voor onze wekelijkse nieuwsbrief!
Profielen is ook actief op LinkedIn. Volg ons, blijf op de hoogte en praat mee over actuele onderwerpen.






Ik herken dit.
Nederlands is niet mijn moedertaal en hoewel ik al heel lang in Nederland woon en elke dag Nederlands spreek en lees, gebeurt het nog steeds dat ik niet uit mijn woorden komt, omdat ze in een andere taal in mijn hoofd zitten (ik spreek meer dan 3 talen).
Eigenlijk is Engels het enige taal waar ik makkelijk uit kom, niet eens mijn moedertaal. Regelmatig moet ik Engels woorden gebruiken als ik een woord in Nederlands vergeten ben. En aan het eind van de dag als ik veel gesprekken heb gehad kan ik weinig meer zinnig zeggen, alle talen zitten door elkaar in mijn hoofd. Ik neem het voor lief als dit de prijs is om meertalig te zijn.
Inderdaad herkenbaar en toch wel knap dat mensen dit überhaupt kunnen. Ik ben aan mijn 3de taal bezig (Spaans, ben nog een leek) en na 2 uur praat ik Nederlands, Engels en Spaans door elkaar, haha. ik doe niet eens een opleiding.
Interessant vraagstuk, want dit geldt natuurlijk ook andersom. Dat we net doen alsof ons Engels enorm goed is. Zelfs hele studies in het Engels aanbieden. Maar niet willen onderkennen dat veel studenten een veel kleinere woordenschat in het Engels hebben dan in het Nederlands. En laten we zeker ook de docenten niet vergeten. Want die spreken soms ook echt alleen maar Jip & Janneke Engels.
De regels fungeren soms ook als sparringspartner om ons af te vragen wat we precies belangrijk vinden. In tijden waarin men in de avonduren soms een kanonskogel kan afvuren, zonder dat er een haan naar kraait, hoort men echo’s van andere talen. Tegen sluitingstijd zijn de cursussen Spaans soms het enige teken van leven in de wandelgangen van het Museumpark. Hoe leuk is het dan om bij sluitingstijd de laatste studenten via de intercom af en toe ook in het Spaans uitgeleide te kunnen doen? Muy agradable!