Ga direct naar inhoud
Profielen | Profielen translated
14 juli 2026

Zwart logo Profielen

Onafhankelijk nieuws van de Hogeschool Rotterdam

Gij zult landelijk toetsen

Gepubliceerd: 4 October 2011 • Leestijd: 5 minuten en 2 seconden • Longread Dit artikel is meer dan een jaar oud.

Vorig nummer startte Profielen met de serie De toekomst van het hoger beroepsonderwijs. Na de inleiding volgt nu het eerste deel over het plan van staatssecretaris Zijlstra om landelijke toetsen te gaan invoeren voor kernvakken in het hbo. Doel: een betere borging van het niveau van hbo-diploma’s. Is dit een goed plan?

Door Esmé van der Molen

Het is even zoeken, maar daar staat het, op pagina 25 van de Strategische Agenda die Zijlstra net voor de zomervakantie publiceerde: ‘Uitgangspunt is dat aan het einde van de kabinetsperiode elke hbo-opleiding heeft gezorgd dat de kennisbasis is versterkt en dat toetsing en examinering extern worden gevalideerd.’

Zijlstra wil dat bereiken door per opleiding een of meer kernvakken landelijk te gaan toetsen of – als landelijke toetsing geen optie is – gebruik te maken van externe examinatoren. Hiervoor heeft hij tot 2015 acht miljoen euro gereserveerd.

Aan daadkracht ontbreekt het de staatssecretaris niet, maar hoe hard rent het hbo met hem mee? De HBO-raad reageerde in eerste instantie omzichtig. Zijlstra’s streven naar een ambitieus studieklimaat kan op bijval rekenen, maar voor de landelijke toetsing loopt de raad niet echt warm, zo blijkt bij monde van woordvoerder Roeland Smits: ‘We vragen ons af of landelijke toetsing het juiste middel is om de diplomakwaliteit beter te borgen. Je loopt het risico dat je het hbo met iets opzadelt dat star, kostbaar en heel bewerkelijk is.’ Er zijn volgens Smits wel opleidingen waar landelijke toetsing heel goed werkt. ‘Het gebeurt bijvoorbeeld al sinds jaar en dag bij accountancy. Bij de opleiding maritiem officier wordt gewerkt met één landelijk opleidingsprofiel. Dan is landelijke toetsing niet zo’n grote stap. Ook bij de lerarenopleidingen is men bezig met een landelijke eindtoets. Maar het feit dat er opleidingen zijn waar dit goed functioneert, wil niet zeggen dat je het een-op-een kunt toepassen op andere studies. De HBO-raad zegt daarom: maak er geen uniforme regeling van. Kijk naar het beroepsprofiel en naar het profiel van de hogeschool en bepaal dan wat de juiste borging van de diploma’s is.’

Nuttige exercitie
De scepsis op beleidsniveau lijkt te herleiden op de autonomie van het hoger onderwijs, van oudsher een groot goed. Op de werkvloer lopen ondertussen initiatieven die helemaal in Zijlstra’s plaatje passen. Ook op de Hogeschool Rotterdam.
Een goed voorbeeld is het grootste HR-instituut IvL (lerarenopleidingen). Sinds vier jaar zijn de lerarenopleidingen bezig om een gemeenschappelijke kennisbasis en toetsing te ontwikkelen. Jan Rasenberg is vakgroepcoördinator bij natuurkunde en instituutscoördinator voor het project WAK (Werken Aan Kwaliteit). Dit project leverde na twee jaar voor alle vakken een kennisbasis op, ook voor taal en rekenen-wiskunde op de pabo. Het ontwikkelen van de toetsen volgde daarna en is nu in de afrondende fase. Dat betekent concreet dat de huidige eerstejaars aan het einde van hun studie een kennistoets moeten afleggen.

Terugkijkend vindt Rasenberg met name het ontwikkelen van de kennisbases een winst voor het onderwijs. ‘Die kennisbases zijn goud. Ze zijn met zorg vastgesteld en daarna bekeken door een vakredactie met deskundigen van universiteiten, scholen, alumni en vertegenwoordigers van beroepsverenigingen. Je ziet welke kwaliteit we leveren en in het vrije deel is ook nog ruimte voor eigen accenten. Als je er een kosten-batenanalyse op zou loslaten, slaat de teller ver door naar de baten. Doe je hetzelfde voor de toetsen, dan vraag ik me af of daar ook zo’n hoge opbrengst te zien is. Ik ben niet tegen landelijke toetsen, maar het vergt wel een grote investering en wat is de meerwaarde als je al geaccrediteerd onderwijs verzorgt? Het niveau is nu in feite geborgd met die kennisbases en als je het niet vertrouwt, kun je altijd tussentijds steekproeven nemen.’

Bewegingsvrijheid
Bij IFM (financieel management) ziet men de meerwaarde van gemeenschappelijke toetsing juist wel, mits er ruimte overblijft voor profilering, ook één van Zijlstra’s magische woorden. De opleidingen accountancy en fsm (financial services management) werken al jaren met landelijke toetsen. Bij accountancy gaat het om de OAT, de overall toets, die in het vierde jaar door alle Nederlandse accountancystudenten op hetzelfde moment wordt gemaakt. Bij FSM betreft het toetsen die horen bij de zogenaamde WFT-modules (Wet op Financieel Toezicht), die niet landelijke exact hetzelfde zijn maar wél gebaseerd zijn op dezelfde, in de wet vastgelegde, toetstermen en toetsmatrijs.

Petra van Lange is directeur van IFM. Zij vindt dat deze landelijke toetsen de ‘backbone’ van de opleiding zijn. ‘Ze waarborgen de kwaliteit’, stelt ze, maar nadelen zijn er ook. Van Lange: ‘Het feit dat je werkt met landelijke toetsen beperkt je bewegingsvrijheid, bijvoorbeeld in het verwerken van actualiteit. Je loopt altijd een jaar achter. Ik zou daarom niet veel meer landelijke toetsen willen hebben dan nu. Profilering is ook belangrijk. Je moet je eigen accenten kunnen leggen.’

Heel positief is Van Lange over de ervaringen die haar instituut heeft met het in 2009 opgerichte digitale toetscentrum op de locatie Kralingse Zoom. Digitaal toetsen wordt vaak genoemd als het gaat om de haalbaarheid van Zijlstra’s voorstel. ‘Ik durf te zeggen dat deze vorm van toetsen een kwaliteitsimpuls geeft aan het onderwijs. Als je digitaal toetst, moet de module namelijk absoluut leiden tot de vragen die de student op zijn scherm krijgt. Dat maakt je blik op de onderwijsinhoud scherper en alerter.’ Sander Schenk is projectleider bij IFM en contactpersoon digitaal toetsen op de Kralingse Zoom. Hij begeleidt namens de HR een aanvraag bij SURF (samenwerkingsverband binnen hoger onderwijs voor ICT-innovatie) om met minimaal drie collega-instellingen een toetsbank te ontwikkelen voor bedrijfseconomie en bedrijfsadministratie. Een plan dat helemaal Zijlstra-proof is. ‘Wij hoeven niet veel tijd te stoppen in het ontwikkelen van een kennisbasis. Die ligt voor deze vakken al vast. Het is juist voor het vullen van de toetsbank dat we de samenwerking willen aangaan. De kosten gaan voor de baten uit, want het is een flinke investering. Een toetsbank blijft ook na de ontwikkelfase geld en tijd kosten, denk aan beheer en actualisering. Of het bedrag van acht miljoen voor het hele hbo toereikend is, is de vraag. Aan de andere kant hoort het maken van toetsen gewoon bij ons werk. Door de samenwerking zal het vullen van de toetsbank de opleidingen uiteindelijk minder tijd kosten en het verankert de kwaliteitsbewaking.’ Op 1 november ligt de aanvraag bij SURF op de mat en dan moet duidelijk worden of de subsidie wordt toegekend. De aanvragers hebben in ieder geval de tijdgeest mee.

Vakdiploma’s
De verhalen over IvL en IFM zijn overigens niet representatief voor alle instituten van de Hogeschool Rotterdam. De meeste opleidingen schrijven hun toetsen nog zelf en zullen hun praktijk dus moeten aanpassen. Arthur van der Molen is docent bij CMI (communicatie, multimedia en informatica) en IBB (bouw en bedrijfskunde). Hij is kritisch over landelijke toetsing. ‘Ik zie de voordelen niet. Ik geloof wél in kennisdeling, en als je dat goed organiseert kom je in de buurt van de kennisbasis die Zijlstra nastreeft. Neem de studie informatica. Dat vakgebied is heel breed. Daarom legt elke opleiding zijn eigen accenten, maar dat wil niet zeggen dat willekeur regeert. De opleidingen worden gecoördineerd door de stichting HBO-I. Die heeft een competentiemodel ontwikkeld waar we ons aan conformeren. Internationaal wordt veel kennis gedeeld, bijvoorbeeld via de Open Educational Resources. En vergeet niet dat we een geaccrediteerde opleiding zijn. Er is dus gekeken naar het niveau van toetsing. Daar komt bij dat studenten ook vakdiploma’s halen tijdens hun studie, bijvoorbeeld van Cisco en Microsoft. Dat zijn internationaal erkende en gestandaardiseerde toetsen en certificaten. Alles bij elkaar denk ik dat er voldoende waarborgen zijn.’ De bezwaren van Van der Molen ten spijt, een vorm van landelijke toetsing of wat Zijlstra ‘externe validatie’ noemt, lijkt er toch echt te komen. De HBO-raad en Zijlstra steken dit najaar de koppen bij elkaar om precieze afspraken te maken. Daarna moet het hbo aan de bak, want Zijlstra heeft zijn vlag gezet in het jaar 2014.

Recente artikelen

Recente reacties

Reacties

Laat een reactie achter

Comments are closed.

Spelregels

De redactie waardeert het als je onder je eigen naam reageert.

  1. Comments worden door de redactie gemodereerd. 's Avonds en in het weekend gebeurt dat niet standaard, en kan het dus langer duren voor je opmerking online komt.
  2. Houd het netjes, beschaafd, vriendelijk en respectvol. Niet vloeken of schelden.
  3. Dwaal niet af van het onderwerp (blijf ‘on topic’).
  4. Wees kort, duidelijk en maak een punt.
  5. Gebruik argumenten, geen uitroepen.
  6. Geen commerciële boodschappen.
  7. Niet op de persoon spelen.
  8. Niet discrimineren, aanzetten tot haat of oproepen tot geweld (ook niet voor de grap).
  9. Van bezoekers die een reactie achterlaten op de site wordt automatisch het IP-adres opgeslagen.
  10. De redactie geeft reacties die dreigende taal bevatten door aan de veiligheidscoördinator van de Hogeschool Rotterdam.

Lees hier alle details over onze spelregels.

Aanbevolen door de redactie

Back to Top