Ga direct naar inhoud
Profielen | Profielen translated
26 mei 2022

Zwart logo Profielen

Onafhankelijk nieuws van de Hogeschool Rotterdam

De pabo-lat gaat écht omhoog

Gepubliceerd: 23 January 2013 • Leestijd: 7 minuten en 9 seconden • Longread Dit artikel is meer dan een jaar oud.

Studenten moeten straks in zes landelijke eindtoetsen bewijzen dat ze genoeg kennis hebben vergaard om ‘ver boven de stof te staan’. Maar de roep om niveauverhoging wordt overal in het hbo gehoord. De pabo’s vormen dus een interessante testcase.

Pabo eindtoetsen sommetjeEsmé van der Molen

Op de Hogeschool Rotterdam lopen op dit moment 293 tweedejaars pabo rond die met extra belangstelling gevolgd zullen worden . Zij vormen namelijk de eerste groep die in 2014, in hun derde studiejaar, de landelijke eindtoetsen rekenen en Nederlandse taal moeten afleggen. Achter dit weinig opzienbarende zinnetje gaat een serie van veranderingen schuil met als hoger doel het opkrikken van het niveau van leerkrachten en kinderen. Nederlandse kinderen rekenen en spellen namelijk niet meer zo goed als ‘vroeger’. Mondiaal nemen we een elfde plaats in op het terrein van rekenen en wiskunde, zo bleek uit het meest recente PISA-onderzoek van 2009. Dat is een verslechtering ten opzichte van het onderzoek uit 2006 en daarmee verloor Nederland zijn top tien-positie. Met taal scoorden we beter: de tweede plaats in Europa en wereldwijd de tiende plaats wat betreft lezen.

Die relatieve achteruitgang van het taal- en rekenniveau was geen nieuws. Al langer beheerste ongerustheid hierover het maatschappelijk debat en raakte het de Nederlandse pabo’s. Want niet alleen Nederlandse kinderen gingen minder goed rekenen en spellen, ook lang niet alle pabo-studenten hadden voldoende niveau op het moment dat ze aan de pabo begonnen. Het leidde in 2005 en 2006 tot de invoering van de verplichte entreetoetsen taal, Wiscat (rekenen/wiskunde) en rekenvaardigheid voor de propedeuse, en in 2008 tot de ontwikkeling van kennisbasissen voor alle vakken op de pabo. Inmiddels is voor veertien vakken vastgelegd over welke kennis pabostudenten moeten beschikken.

Vier landelijke eindtoetsen 
Vooral 2014 wordt een spannend jaar, het moment suprème waarop alle in elkaar grijpende veranderingen van kracht worden. De entreetoetsen waarmee het basisniveau rekenen en taal op de pabo wordt bewaakt, komen te vervallen. Want vanaf 2014 wordt deze kennis getoetst in het voortgezet onderwijs en het mbo. Het reparatiewerk dat pabo’s tot nog toe moeten verrichten, wordt dan dus voor de poort gedaan. Wel komen er toelatingstoetsen voor Engels en aardrijkskunde/geschiedenis/natuur & techniek. Aankomende studenten moeten dan bewijzen dat ze deze vakken beheersen op havo 3/eind vmbo tl-niveau voordat ze überhaupt aan de pabo mogen beginnen. En de groep die in collegejaar 2014-2015 begint, krijgt uiterlijk in zijn derde jaar te maken met zes landelijke eindtoetsen: rekenen, Nederlandse taal, Engels en aardrijkskunde, geschiedenis, natuur & techniek. Een voorschot hierop wordt genomen door studenten vanaf lichting 2011-2012, omdat zij volgend collegejaar als eerste de landelijke eindtoetsen Nederlandse taal en rekenen afleggen. Deze toetsen worden door álle Nederlandse pabo-studenten gemaakt. Haal je ze niet, dan kun je niet afstuderen.

Gecijferdheid 
Fred Feuerstake is directeur van de pabo Hogeschool Rotterdam. Hij is samen met 75 docenten verantwoordelijk voor deze onderwijsinhoudelijke operatie die zijn weerga niet kent. ‘Als pabo heb je niet alleen te maken met je eigen college van bestuur, maar ook met het ministerie van Onderwijs en de publieke opinie. Geen enkele andere hbo-opleiding moet doen wat wij als pabo’s voor elkaar moeten krijgen. Maar klagen doe ik niet. Ik omarm het streven naar niveauverhoging.’

Om de kennisbasissen in te voeren en de eerste groep studenten voor te bereiden op de landelijke toetsen rekenen en taal, moest het curriculum worden aangepast. Dit collegejaar startte de pabo met een nieuw programma voor het eerste en vierde jaar en volgend jaar zijn jaar twee en drie aan de beurt. Tamara de Vos (voorzitter) en Simone Costongs (lid) van de curriculumcommissie werkten hard aan deze herinrichting: ‘Het stond sowieso op de planning om het curriculum aan te passen. Het viel toevallig mooi samen met de invoering van de kennisbasissen. We behandelen nu alles wat landelijk is afgesproken. Dat klinkt als een enorme slag, maar het gaat natuurlijk niet om totaal nieuwe stof.’

Bij het vak Nederlands waren de aanpassingen bijvoorbeeld niet zo groot. Docent Femke Zweekhorst: ‘De studenten hoeven niet ineens méér te weten. Wat wel belangrijk is, is dat we gaan toetsen of ze de geleerde kennis ook hebben behouden. Gelukkig paste ons curriculum al vrij goed bij de kennisbasis. Een van onze docenten zat ook in het projectteam van de kennisbasis Nederlandse taal.’

Bij het vak rekenen was dat wel anders, vertelt docent Mark van Houwelingen. ‘Voorheen hadden we de landelijk verplichte Wiscat en één grote toets rekenvaardigheid die gehaald moesten worden in de propedeuse. Nu hebben we in het eerste en tweede jaar het vak gecijferdheid. Dat krijgen ze aangeboden in vier cursussen per jaar die afzonderlijk getoetst worden en opklimmen in moeilijkheid. Die belangrijke rekenvaardigheidstoets is dus uit de propedeuse gehaald en wordt nu uitgesmeerd over twee jaar.’

De inhoud van het vak gecijferdheid komt rechtstreeks uit de kennisbasis rekenen. En het is zo ingericht dat de didaktiek die bij het thema hoort, gelijk erna in een cursus behandeld wordt. Een hele verbetering, vindt Van Houwelingen. ‘Voorheen kon het zo maar zijn dat je bezig was met didaktiek terwijl een groot deel van de klas de toets nog niet had gehaald. Nu doen we een blok ‘rekenen met breuken’ en direct erna de didaktiekcursus die erbij hoort. Nog steeds heeft niet elke student die toets dan gehaald, maar de stof is nog wel vers en zo verhoog je het leerrendement.’

Ver boven de stof
Ook groot zijn de veranderingen voor aardrijkskunde, geschiedenis en natuur & techniek. Voor deze ‘zaakvakken’ zijn kennisbasissen vastgesteld, maar laat de landelijke eindtoets nog op zich wachten tot de lichting 2014-2015. ‘Wel hebben we dit jaar voor het eerst de landelijke entreetoets Mens & Wereld afgenomen’, vertelt Cindy Polet, docent geschiedenis en voorzitter van de examencommissie. ‘Studenten moeten deze in de propedeuse halen en het is een manier om vast te stellen of ze over het minimale niveau beschikken.’

De resultaten van de eerste toets vielen niet mee. Op de Rotterdamvestiging van de pabo haalde dertig procent de toets in één keer. Op de vestiging in Dordrecht was dat vijftig procent. Polet: ‘Vergeet niet dat het hier om instroomniveau ging. De toets werd in de eerste maand afgenomen, en de studenten hadden nog geen les bij ons gehad. Als je de route vmbo/mbo hebt afgelegd, is deze toets eigenlijk nauwelijks te doen. En wij hebben hier een mbo-instroom van dertig procent. Maar ook bij de deeltijders zit een groep voor wie deze toets heel lastig is. We geven wel een bijspijkercursus, maar dat doen we overdag en het zijn maar vijf lessen. En dan nog: wat kun je doen in vijf lessen als we het alleen al hebben over 5.000 jaar geschiedenis.’

Landelijk haalt gemiddeld zeventig procent van de propedeusestudenten de toets na zes keer. De dertig procent die blijft zakken, haalt zijn p niet en moet dus vertrekken. Deze entreetoets komt net als de taal- en rekenentreetoetsen in 2014 te vervallen omdat er dan voor de poort getoetst zal worden. Ondanks haar bezorgdheid over de eerste resultaten van de toets, vindt Polet het wel goed dat er eisen worden gesteld aan het basisniveau. ‘We zijn niet voor niks een hbo-opleiding en bovendien willen we leerkrachten afleveren die ver boven de stof staan.’

De juiste weg?
Hoewel het mensen van buiten de pabo misschien duizelt door de stroom aan kennisbasissen, entreetoetsen, toelatingstoetsen en eindtoetsen, blinkt het uiteindelijke doel juist weer uit in eenvoud: niveauverhoging. En dat willen we allemaal. Maar gaat het ook lukken op deze manier? Is dit de juiste weg?

Pabo-directeur Fred Feuerstake is ervan overtuigd: ‘Dit betekent echt een flinke niveauverhoging van de student.’ Tamara de Vos en Simone Costongs van de curriculumcommissie verwachten dat de kennis van studenten ‘beter verankerd zal zijn’. Costongs: ‘Ons onderwijs is er steeds meer op gericht om eruit te halen wat erin zit. Je hebt zesjes en tienen tussen je studenten, en wij hebben als pabo de ambitie om meer tienen te gaan afleveren.’

Ook docenten Cindy Polet en Femke Zweekhorst geloven dat alle inspanning kan leiden tot een hoger niveau van pabo-studenten en beginnende docenten. Maar de hamvraag of het werk op de pabo’s uiteindelijk resulteert in betere prestaties bij Nederlandse kinderen, is veel lastiger. Zweekhorst: ‘Dat zal lang gaan duren. Je hebt bovendien te maken met zittende leerkrachten die niet allemaal de kennis paraat hebben die we nu gaan toetsen.’

Rekendocent Mark van Houwelingen is sceptisch. ‘Behalve het rekenen uit de kennisbasis moeten onze studenten nog zoveel meer leren. Iemand die vwo of een technische hbo-studie heeft gedaan, zal de landelijke eindtoets kunnen halen. Maar is die persoon daarmee geschikt voor ons vak? Op de pabo gaat het om professionele gecijferdheid. Dat is heel wat meer dan getoetst wordt in de eindtoets. We moeten bijvoorbeeld niet alleen zelf goed kunnen rekenen, maar een opgave ook op verschillende manieren kunnen uitleggen. De échte proef op de som is toch de praktijk van het klaslokaal.’

En dat is een mening die door alle betrokkenen in dit artikel wordt gedeeld: we gaan straks kennis toetsen, maar als een leerkracht een slechte pedagoog of belabberde didacticus is, zal die kennis kinderen niet bereiken. En daarmee blijven didaktische en niet-cognitieve vakken enorm belangrijk. Wendy Klaver, coördinator van de afstudeerfase, vindt het jammer ‘dat de focus nu zo exclusief lijkt te liggen op de cognitieve kant van het leren. Maar dat de pabo’s langs een heel strikte meetlat worden gelegd, is wel terecht. Het gaat om het onderwijs aan nieuwe generaties. Dat moet je constant willen verbeteren.’

Mbo-instroom
Waar gehakt wordt, vallen spaanders. En in deze grote kennisoperatie zijn, behalve het aanzien voor niet-cognitieve vakken, mbo’ers de spreekwoordelijke spaanders. Ook op het mbo wordt gewerkt aan niveauverhoging, maar niemand denkt dat dit voldoende zal zijn om alle mbo-instromers binnenboord te houden. En dat is jammer, want het zijn vaak ‘creatieve studenten’ en ze kunnen ‘rolmodel’ zijn voor kinderen. Bovendien hebben we emancipatie altijd hoog in het vaandel gehad. Maar de trend is onomkeerbaar. Feuerstake: ‘We zijn landelijk een weg ingeslagen die ervoor zorgt dat het kennisniveau van de student omhoog zal gaan. Je moet realistisch zijn: een deel van de mbo-instroom zal dat niet gaan redden.’ ‘En als het beginniveau te laag is, kun je van ons als pabo niet verwachten dat we het eindniveau omhoog krijgen’, zegt Tamara de Vos. ‘Het moet ook voor studenten een signaal zijn om extra hard te werken aan hun eigen niveau.’     

PS: De breuk uit de illustratie ( 5: 2/3=) kan op verschillende manieren worden opgelost. Pabo-studenten moeten deze verschillende oplossingen kunnen uitleggen. De uitkomst van de breuk is 7 1/2.

Lees ook de follow up op dit artikel. Hierin kijken we naar de eerste resultaten van de kennisbasistoetsen en de invoering van de toelatingstoetsen voor de poort: FORT PABO: Wordt de pabo een onneembare vesting?

Recente artikelen

Reacties

Laat een reactie achter

Comments are closed.

Spelregels

De redactie waardeert het als je onder je eigen naam reageert.

  1. Houd het netjes, beschaafd, vriendelijk en respectvol. Niet vloeken of schelden.
  2. Dwaal niet af van het onderwerp (blijf ‘on topic’).
  3. Wees kort, duidelijk en maak een punt.
  4. Gebruik argumenten, geen uitroepen.
  5. Geen commerciële boodschappen.
  6. Niet op de persoon spelen.
  7. Niet discrimineren, aanzetten tot haat of oproepen tot geweld (ook niet voor de grap).
  8. Van bezoekers die een reactie achterlaten op de site wordt automatisch het IP-adres opgeslagen.
  9. De redactie geeft reacties die dreigende taal bevatten door aan de veiligheidscoördinator van de Hogeschool Rotterdam.

Lees hier alle details over onze spelregels.

Aanbevolen door de redactie

Back to Top