Geachte taalnazi’s, kan het wat minder?

Waarom dat eindeloze millimetergezeur over taal? We begrijpen elkaar toch? Als we taal wat minder belangrijk zouden maken op het hbo, zouden meer mensen afstuderen. Kan dat? Profielen-verslaggever Olmo Linthorst probeerde een antwoord op die vraag te vinden.

Uit onderzoek weten we dat taal een enorm belangrijke rol speelt in studiesucces. Zo is de kans dat een student zijn studie moet stoppen vele malen groter als hij minder taalvaardig is. Dat hebben wetenschappers van de Universiteit Leuven – onder andere bij studenten van de HR – onderzocht. Taalvaardigheid is een ‘noodzakelijke voorwaarde’ voor studiesucces, zegt de Leuvense hoogleraar Lieve De Wachter.

Extra vervelent dus dat de taalvaardigheid in Nederland achteruit lijkt te gaan – in ieder geval in vergelijking met andere westerse landen. Wat ook niet helpt is dat een hbo-opleiding in Nederland heel weinig toevoegt aan het taalniveau van studenten. Dat blijkt uit een grote internationale vergelijking uit 2013. Afgestudeerde havisten boeken in vier jaar hbo volgens onderzoekers nauwelijks vooruitgang in taal. Daarbij komt nog dat steeds meer studenten al met een lager taalniveau aan het hbo beginnen, legt Bas van Eerd uit, die een platform van taalspecialisten in het hoger onderwijs voorzit: hun ouders hebben zelf niet gestudeert en spreken soms thuis geen Nederlands. Ze komen ook vaker van het mbo, een minder taalintensieve onderwijsroute naar het hbo dan havo of vwo.

Als taalvaardigheid noodzakelijk is voor studiesucces zou je ook de taaldrempels in opleidingen kunnen verlagen. Waarom doen opleidingen niet gewoon wat minder moeilijk over taal, zodat meer studenten afstuderen? Zou dat niet heerlijk zijn? Gewoon de aandacht op de inhoud. Wat bedoel je nou eigenlijk? Begrijpen we elkaar? Want dáár gaat het toch om!?

Spelling kan wel wat minder

Minder moeilijk doen over taal klinkt veel studenten misschien aanlokkelijk in de oren, maar er is helaas vrij veel tegenin te brengen. De wet, om maar eens wat te noemen. Daarin staat dat instellingen ‘de uitdrukkingsvaardigheid’ van Nederlandse studenten moeten ‘bevorderen’. Die ‘uitdrukkingsvaardigheid’, dat is van alles. Je lichaamstaal, je oogopslag, hoe je praat en schrijft, noem maar op. Maar ook ‘spelling’ valt eronder. Docenten zijn geneigd veel op spelfouten te letten, want die zijn concreet en telbaar. Het goede nieuws is: dat kan ab-so-luut een tandje minder, volgens taalspecialisten, want taalvaardigheid gaat over zoveel meer.
Jenny van den Ende, die onder andere schrijfles geeft bij social work, zet ‘juiste spelling’ op een gedeelde vierde plaats, qua belang. Het belangrijkste van een schrijfproduct, zegt ze, is dat je weet waaraan je begint. Wat ga je schrijven, voor wie en waarom? Moet het kort of lang? Formeel of informeel? Is het voor een klant of voor een collega? Hangt er geld vanaf of een mensenleven, of slechts het gemoed van je collega? Dat was één. Daarna volgt de structuur. Daarna, op drie, staat ‘kort en bondig formuleren’. En dan komt punt vier: een foutloos eindresultaat. ‘En daarin zit óók spelling’, zegt Jenny. En gramatica, en de betekenis van woorden, en typfouten. Dingen die ook goed fout kunnen gaan.

Als gevolg van dit prioriteitenlijstje kun je een discussie voeren over de vraag of je studenten in het hbo moet afrekenen op spelfouten. De Engelse Hull University besloot vorig jaar helemaal op te houden met het controleren op spelling en grammatica. Maar je kunt ook andersom redeneren: Je stelt de dingen die qua taalvaardigheid écht belangrijk zijn centraal en kijkt daarna of er nog ruimte is voor spellingkwesties. Dat is uiteindelijk het ultrakorte antwoord op de vraag of het ook minder kan, qua taal. Ja, qua spelling, nee, qua ‘de rest’. De rest moet meer.

Meer taal, ook bij techniek

Die boodschap begint bij opleidingen in te dalen. Ook opleidingen die van oudsher minder talig zijn, denken op dit moment serieus na over de vraag hoe dat moet, meer taal in hun onderwijs. Dat vertellen twee onderwijsmanagers en een directeur uit de technische hoek. Ook Evelyne van der Neut, die de afgelopen drie jaar met de Werkplaats Taal van de HR aan de bewustwording van het belang van taal heeft gewerkt, ziet de weerstand afnemen. ‘Dat taal een verantwoordelijkheid is van opleidingen zelf en niet alleen van studenten of van de havo, dat is nu wel duidelijk. Het gaat nu nog vooral over het hoe.’

Over de juiste weg naar taalvaardiger studenten zijn de zeven taalspecialisten die ik voor dit artikel sprak het allemaal eens. De afslag die we volgens specialisten moeten nemen heet ‘taalontwikkelend lesgeven’. Dat betekent eigenlijk gewoon dat alle docenten, ook vakdocenten, in hun lessen aandacht besteden aan taal. De Werkplaats Taal heeft de afgelopen jaren tientallen opleidingen die kant op geholpen.

Taalontwikkelend lesgeven vereist dat alle docenten nadenken over hun taal. Begrijpen studenten de taal van docenten? En als dat niet zo is, leggen docenten alles uit? Niet alleen de vaktaal, maar ook de abstracte termen die docenten wellicht onbewust gebruiken? Volgende stap. Studenten moeten van alles schrijven. Weten ze hoe dat moet? Welke structuur zo’n stuk heeft, op welk niveau het moet zijn en wat dat in de praktijk betekent voor de woordkeuze? Weten ze hoe de ontvanger het schrijfproduct leest en met welk doel?

Hoe goed zijn docenten zelf in taal?

Dat zijn terechte vragen voor alle docenten: alles op het hbo heeft nu eenmaal met taal te maken. De vraag is alleen: hebben docenten zelf de taalvaardigheid om taalontwikkelend les te geven? Zelfs als een docent goed is in taal, wil dat nog niet zeggen dat-ie goed is in lesgeven over taal. Dat een docent er geen les in kan geven of de taal zelf niet voldoende beheerst, is volgens taalspecialisten een reden voor docenten om er maar helemaal niet aan te beginnen.

In een rapport uit 2018 staat dat sommige Rotterdamse taaldocenten op het hbo het taalniveau van hun collega’s onder het havoniveau inschatten. Ellis Westenbroek, een van de opstellers van het rapport, legt uit dat het hier gaat om taaldocenten die in een enquête over taal invulden dat ze collega’s eigenlijk ongeschikt vinden voor het verbeteren van de taalbeheersing van studenten.
Een docent uit de economische hoek van deze hogeschool, die al enige tijd probeert het taalniveau van studenten op te krikken, stelt onomwonden dat zijn eigen taalbeheersing tekortschiet en die van zijn collega’s ook. Vervolgens stelt hij ook dat docenten geen tijd hebben om studenten uitgebreid feedback te geven op hun schrijfvaardigheid en dat vakdocenten liever op de kern van hun vak focusen. Is die weerzin deels te verklaren uit een gebrek aan taalvaardigheid?

‘Vakdocenten focussen liever op de kern van hun vak.’

Het is een onmogelijk te beantwoorden vraag en het is niet de enige. Hoeveel tijd kost taalontwikkelend lesgeven? Stel dat het inderdaad belabberd is gesteld met de taalvaardigheid der studenten, hoeveel ruimte voor vakinhoud blijft er dan nog over? Misschien valt het inderdaad mee als alle docenten meewerken, maar ja… Welke docent beweegt er als eerste?
Ivo Veraart, van de Rotterdam Academy, is zo’n voorloper. Hij besteedt nu heel veel tijd aan taal, in plaats van aan zijn vak transportrecht (wat natuurlijk een erg talig vak is). Dat levert veel goeds op en dat is het waard, denkt hij. Maar het gaat ook ten koste van de diepgang in zijn vak, zegt hij er eerlijk bij.

Werkgevers geven een duwtje

Om hbo-studenten beter in taal te maken, moet er eigenlijk eerder in de schoolcarrière al meer gebeuren. Zo moet op de basisschool de leesvaardigheid omhoog, stelden specialisten recent vast in de Volkskrant. De meesters- en juffen-in-opleiding op de pabo van bijvoorbeeld de Hogeschool Rotterdam moeten daarin opgeleid worden. En dat moet dan gebeuren door HR-docenten die niet alleen fantastische vakdocenten zijn, maar ook voorbeeldige taalinstructeurs. Ook op andere opleidingen moeten én de studenten én de docenten tegelijk een sprongetje maken.

Een zet in de goede richting komt van de ‘klanten’ van het hbo. Werkgevers laten onderwijsmanagers en (taal)docenten weten dat ze niet onder de indruk zijn van het taalniveau van HR-studenten. Niet bij alle opleidingen klinkt overigens chagrijn. Heleen Elferink, directeur van het Instituut voor Communicatie, Media en Informatietechnologie, hoort bij de technische opleidingen van haar instituut geen klachten van werkgevers over het Nederlands van studenten. Toch is ze wel bezig met de vraag hoe de taalvaardigheid van studenten er verbeterd kan worden. Ook programmeurs moeten af en toe Nederlands schrijven. ‘Eenduidige requirements (software-eisen) kunnen opschrijven voorkomt veel problemen bij het ontwerpen van nieuwe producten’, zegt Elferink.

Toch weer die spelling!

Een werkgever uit het sociale domein laat afgestudeerde hbo’ers als onderdeel van de sollicitatieprocedure een taaltoets afleggen, vertellen twee goed ingevoerde bronnen. Ook krijgen nieuwe werknemers (als onderdeel van een inwerkprogramma) er een cursus schrijfvaardigheid aangeboden. Dat heeft in ieder geval óók te maken met schrijfvaardigheid van afgestudeerde hbo’ers. Ook bij commerciële economie hebben werkgevers de opleiding te kennen gegeven dat vooral de geschreven taal beter zou kunnen. Dat geld bijvoorbeeld voor de zinsopbouw, vertellen twee docenten over de feedback uit het werkveld. Ook is de taal van studenten te slordig, vinden werkgevers. Studenten maken te veel spelfouten.

‘NEE! Spelvouten?!’

NEE! Spelfouten!? Ja, toch wel. Je zou de aandacht voor spelling misschien willen afschaffen, om ruimte te maken voor echte taalvaardigheid, maar dan moeten we studenten nog steeds leren dat hun spelling tekortschiet en dat ze zichzelf her en der moeten laten controleren. Dat betekent dat studenten zich op z’n minst bewust moeten zijn van het belang van correcte spelling. Ja, zelfs minder aan taal doen is nog een hele uitdaging.

Tekst: Olmo Linthorst
Illustraties: Demian Janssen

Deel dit artikel:

Laat een reactie achter

4 Responses to Geachte taalnazi’s, kan het wat minder?

  1. Ik ben een talig persoon en taalfouten herken ik doorgaans onmiddelijk. Toch ben ik er niet voor om dat meteen aanhangig te maken bij mensen, want ik behandel een ander niet graag alsof ik boven hem/haar sta op wat voor manier dan ook. Toch vind ik dat taalfouten wel echt klungelig overkomen. Ik denk dat de grootste reden dat mensen op hun schrijftaal zouden moeten letten is dat je jezelf behoorlijk belachelijk kunt maken op momenten dat je je zoiets niet kunt permitteren. Net als een kwartier te laat komen op een sollicitatiegesprek. Je kunt zeggen, wat maakt dat nou allemaal uit? Waarom zo moeilijk doen? En misschien heb je gelijk. Maar ga er maar vanuit dat voor veel mensen die belangrijk voor je ontwikkeling kunnen zijn, spelling, net als punctualiteit, wel echt uitmaakt. Dus doe jezelf een plezier en hou je standaarden hoog. En daarmee je kansen in dit leven.

  2. Ik ben het eens met de gedachte, maar het echte probleem zit in het niet meer kennen of goed toepassen van de regels. Nieuwe Nederlandse docenten zijn er bijna niet. Het internet heeft gezorgd dat mensen elkaars fouten sneller voor de juiste spelling aanzien en dat overnemen. Ook is de onderkant van de samenleving meer zichtbaar geworden door het internet met bijbehorende spelfouten. Tot slot is ook de interesse voor Nederlands als taal enorm afgenomen.

    Een interessante gedachte is dat vroeger heel losjes werd gedaan over spelling. Kijk maar naar dialecten en schrijfwijzen. Zoiets kan taal juist verrijken. Maar dan hebben wij als Nederlanders daar voor te kiezen en spelfouten niet meer zo zien. Dat zou kunnen. Aan de andere kant is een hoge standaard ook belangrijk, want het verschil tussen ‘balk-anker’ en ‘bal-kanker’ is nogal groot. Goede spelling is dus belangrijk, maar als we dat willen verbeteren, begint dat bij een hernieuwde interesse voor het Nederlands en een meer collectieve kennis ervan.

  3. Ik vind het toch wel heel verschrikkelijk dat in de titel een vergelijking wordt gemaakt tussen mensen die hameren op correct taalgebruik en nazi’s ;). Nee hoor, dat is een grapje, ik vind dat vergelijkingen een prima middel zijn om bepaalde overeenkomsten aan te stippen. Overigens zitten er nog wel wat foutjes in de tekst, bewust zo gedaan? 😉

    “Waarom zo zeuren over correct taalgebruik, we begrijpen elkaar toch?” Als er staat “Dat geld ook voor mij”, dan begrijp ik waarschijnlijk wel dat ik geen geld krijg, maar dat iets ook op mij van toepassing is. Maar juist omdat er zo ontzettend veel mis kan gaan in de communicatie, omdat we elkaar heel vaak juist niet goed begrijpen door allerlei ruis, vind ik het belangrijk om je zorgvuldig uit te drukken. In de juridische wereld weten ze daar alles van: een komma kan daar bij wijze van spreken het verschil maken tussen een gevangenisstraf van 1 of van 10 jaar, dus dan kun je maar beter een kommaneuker als advocaat hebben.

    Hetsau wel n leuk ekspeeriment sijn, al de reegels overboort en trug naar voneetische spelling maar naakijken wort dan wel een ramp.

  4. Ik zeg altijd tegen mijn studenten: spelfouten maken is op zich niet erg, omdat de boodschap toch wel overkomt. Maar…. zeker voor een docent is slecht spellen zoiets als met je gulp open lopen: je functioneert er niet slechter door, maar iedereen vindt er wat van.

 

Spelregels

De redactie waardeert het als je onder je eigen naam reageert.

  1. Houd het netjes, beschaafd, vriendelijk en respectvol. Niet vloeken of schelden.
  2. Dwaal niet af van het onderwerp (blijf ‘on topic’).
  3. Wees kort, duidelijk en maak een punt.
  4. Gebruik argumenten, geen uitroepen.
  5. Geen commerciële boodschappen.
  6. Niet op de man/vrouw spelen.
  7. Niet discrimineren, aanzetten tot haat of oproepen tot geweld (ook niet voor de grap).
  8. Van bezoekers die een reactie achterlaten op de site wordt automatisch het IP-adres opgeslagen.
  9. De redactie geeft reacties die dreigende taal bevatten door aan de veiligheidscoördinator van de Hogeschool Rotterdam.

Lees hier alle details over onze spelregels.