Beleidsadviezen zijn vaak taai, maar dit keer niet: de Raad voor Volksgezondheid en Samenleving (RVS) roept ons op om meer te lummelen. Eerlijk gezegd vind ik dat revolutionairder dan het klinkt. Want in een samenleving waar we alles plannen, meten en optimaliseren, voelt lummelen bijna als een daad van verzet.
Lummelen lijkt op wat antropologen een liminal space noemen: een overgangsplek, een tussenruimte. Je bent op weg naar iets, maar voor je daar aankomt is je positie onbestemd. Denk bij limineel lummelen aan het moment dat je op de lift staat te wachten en je naar het oranje pijltje staart of aan een verlaten metrohalte waar je even alleen met je gedachten bent. Ook de rij voor de koffie kan zo’n mini liminal space zijn: je kunt je ergeren dat het zo lang duurt of je kunt juist zen-achtig wegglijden in dat kleine niemandsland van nietsdoen.
Tijdens de lunch gooide ik het onderwerp op tafel: Hoe lummelen jullie? Er viel even een stilte, gevolgd door gegniffel. Het leverde een bont rijtje associaties op: doelloos door de Action slenteren, voor je uit staren met een mok thee in je hand, aan een grassprietje peuteren, in een boek bladeren zonder te onthouden waar je bent en tijdens het duiken een beetje tussen de visjes scharrelen. Waar we het over eens waren is dat lummelen altijd iets is zonder doel of plan. Soms bewust (Ik gun mezelf even dit lege kwartier), soms onbewust (Hee, ik zit al tien minuten naar buiten te staren).
De RVS zegt dat lummelen stress tegengaat in deze ‘hypernerveuze samenleving’. Ik denk dat het klopt: mijn brein kan niet altijd aan staan. De kunst is dus om gebruik te maken van die kleine tussenruimtes waarin je niets hoeft en je je gedachten laat dwarrelen. En juist in die lummeltijd komen bij mij vaak de beste ideeën boven drijven of juist helemaal geen ideeën, wat minstens zo heilzaam kan zijn (zie je hoe lastig het voor mij is om er geen output aan te koppelen?).
Dus misschien is lummelen niet zozeer een activiteit, maar een houding. Het kan alleen, het kan met iemand samen, zolang het maar zonder doel, zonder prestatie en (liefst) zonder stopwatch is. En daar wringt het meteen: lummelen kun je niet reserveren in je agenda, want zodra je het plant, is het zijn magie kwijt. Dus ik ga vaker spontaan een beetje rondhangen, wat lanterfanten.
Noem het lummelen, noem het niksen, het komt allemaal op hetzelfde neer: ogenschijnlijk nergens goed voor en juist daarom zo broodnodig.
Laat een reactie achter
Spelregels
De redactie waardeert het als je onder je eigen naam reageert.
Lees hier alle details over onze spelregels.
Back to Top