Cyriel over taal: Een beetje plat ken best
3 March 2025
‘Pleur het maar in me tassie’, ‘Vijf euro? Op je muil! Gauw!’, ‘Rotterdams pannelappie – voor fokking hete panne’, ‘Sjouw me de tering’. Dit is een greep van opschriften op allerlei souvenirmeuk die in Rotterdamse (web)winkels te koop is. Het Rotterdamse dialect is en vogue (spreek uit: anvook, betekenis: in de mode).
Het verkoopt goed. Net als de stad zelf, die van lelijk en smoezelig eendje uitgegroeid is tot een zwaan. Een beetje een grofgebekte zwaan, maar daar gaan we niet moeilijk over doen.
Toen ik in een grijs verleden in Rotterdam kwam wonen, begon de stad net uit zijn vuile en grauwe schulp te kruipen. Ik woonde in het Nieuwe Westen en leerde in rap tempo het Rotterdamse dialect en begon dat te gebruiken in mijn omgang met stadsgenoten. Vooral winkeliers, buren en werklui reageerden daar positief op. Een beetje dialect meepraten is echt een sleutel tot integratie.
Mijn vrouw spreekt van huis uit een soort Gelders Brabants, maar leerde zichzelf een mondjevol Rotterdams. Dat werkte goed in haar diëtistenpraktijk. ‘Hebbie wel us volkorenbrood geprobeerd?’ of: ‘Kannie niet een beegje vaker zelf koken in plaats van Sinees halen?’ We verhuisden onlangs naar de Neder-Betuwe. Mijn vrouw ging daar werken en, hoewel het streekdialect erg lijkt op haar eigen dialect, betrapte zichzelf erop dat ze nog steeds ‘hebbie’ en ‘kannie’ gebruikt tegenover patiënten. Het Rotterdams zit dieper dan ze dacht.
Dialect is ook een bron van malse uitdrukkingen die ik met graagte toevoegde aan mijn eigen lexicon. De meest hilarische uitdrukkingen vind ik toch wel degene die het uiterlijk van iemand beschrijven. ‘Hij heb op een hoekhuis gewoond’ betekent: zijn ene oog kijkt meer opzij dan zijn andere. Wel gek: in het Nederlands is daar geen woord voor. We kennen wel een woord voor scheel, maar niet voor het tegenovergestelde. Okay, er is wel een medische term voor: exotropie. Maar wie kent die term nou?
Nog zo’n recht-voor-zijn-raap-uitdrukking uit het Rotterdams: ‘Ze ken een vlieg van de muur bijte’. Je raadt het al: daarmee wordt iemand aangeduid met een overbeet.
Vooruit, nog eentje dan: ‘Hij ken onder de does een peukie roke.’ Betekenis: hij heeft een nogal grote neus. Dit soort weinig zachtzinnige aanduidingen zijn overigens niet uitsluitend in Rotterdam te vinden. Zo bestaat in het Duits de uitdrukking: ‘Er hat Spiegeleier’ (hij heeft spiegeleieren). Nu moet je even weten dat ‘Eier’ in dit geval ‘testikels’ betekent. Een man met spiegeleieren is een man met zo’n dikke buik dat hij alleen voor de spiegel zijn eigen ‘zaakje’ kan zien hangen.
Dat doet me dan weer denken aan de uitdrukking waarmee mannen hun dikke buik verantwoorden: ‘Goed gereedschap moet onder een afdak hangen’. Ik ben overigens niet zeker of die uitdrukking typisch Rotterdams is.
Ik heb gezocht naar uitdrukkingen of woorden in het Rotterdams die schoonheid hebben, of poëtisch of zachtaardig klinken. Opbrengst: niks, noppes, nada. Wat dat zegt over de Rotterdammer laat ik aan de lezer. Rotterdams is gewoon nogal lomp.
Ooit hadden we Medy van der Laan als staatssecretaris op het ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap. Het viel haar op dat haar kinderen een Rotterdamse tongval ontwikkelden en dat vond ze niet leuk. Ze kreeg het onzalige idee om kinderen op school accentloos te leren praten.
Gelukkig zagen haar ambtenaren de waanzin van dat plan in, maar ze gingen er niet tegenin. Ze deden een meesterzet: ze regelden een ontmoeting tussen Van der Laan en de Leidse taalkundige Marc van Oostendorp. Die liet Van Der Laan vertellen over haar plan. Na aandachtig te hebben geluisterd, vroeg hij: ‘Hoor ik het goed? Komt u uit de regio Rotterdam?’
Medy keek hem verbaasd aan en antwoordde: ‘Ja, maar kunt u dat horen?!’ Marc krabde even in zijn baard en zei: ‘Ja, u zegt namelijk “een beegje”, met een zachte g. In plaats van “een beetje”.’ Medy keek bedremmeld en heeft daarna haar malle plan in de prullenmand gegooid. Gelukkig maar. Tebbie nou voor lol der an, as iedereen zeugenaamd nommaal ABN praat?
Beeld: Demian Janssen
Meer blogs van Cyriel
- Cyriel over taal: Rondlopen met je gulp open, hoe erg is dat nou?
- Cyriel over taal: Een jointje en dan een biertje
- Cyriel over taal: Fok deze huis
- Cyriel over taal: Hoe leuk is dát?! Helemaal niet leuk
- Cyriel over taal: Maar wel míjn klotestad
- Cyriel over taal: Een beetje plat ken best






Voordat iemand denkt: Rare taal, dat Duits, het is Spiegeleier en niet Speigeleier.
@Erik Berghuis, dat krijg je als je dingen gaat speigelen, dan draai je wel eens wat om 😛
Maar het beste gereedschap kan tegen een regenbuitje 😛
@Erik Berghuis, dank voor je scherpe reactie! Aangepast.
@Madeleine vind ik een hele goeie
@madeleine Die ga ik onthouden