Cyriel over taal: Maar wel míjn klotestad
27 January 2025
Rotterdam…. Eigenlijk geen mooie naam voor zo’n waardevolle stad. Maar waarom heet de stad eigenlijk Rotterdam?
Roffa heet de stad in jongerentaal. Dat woord komt uit het Sranan Tongo (het creools Surinaams) en betekent letterlijk ruig, stoer. Inderdaad, ontleend aan het Engelse rough. Dat klinkt al beter, zeker in de oren van stadsmarketeers, die er alles aan doen om Rotterdam te associëren met stoerheid, ongepolijstheid. Big city, man, je weet toch…
Waarom de stad Rotterdam heet, weten de meeste mensen wel: een dam in de rivier de Rotte. Daaromheen werd Rotterdam zo’n 750 jaar geleden geboren. Okay helder, maar waarom heet die rivier dan Rotte? Niet helder: het water van de rivier was veenwater dus bruinig troebel. De middeleeuwers noemden die kwaliteit ‘rotta’. Het betekent dus gewoon rot water. Water dat troebel is van plantenresten.
Ook weer niet echt een sierlijke naam helaas. En Amsterdam dan? Dat betekent dam van de woonplaats bij het water (ame + stelle + dam). Saaie naam. Ik vind naamkunde een van de leukste takken van taalkunde, vooral als het om persoonsnamen gaat. Maar de toponomie (plaatsnaamkunde) levert vaak een beetje teleurstellende resultaten.
Heel vaak blijkt een mooie of mysterieuze plaatsnaam een heel saaie herkomst te hebben. Een voorbeeld: Doodstil, een dorpje in Groningen, heet niet zo omdat je er een speld kunt horen vallen. Het betekent gewoon de brug (til) waar Doderik woont. Saai toch?
Spijkenisse: spits toelopende landtong. Dordrecht: doorvaart. Delft: gegraven waterloop. Nogal waterige namen allemaal, want allemaal Hollands. Maar ook de plaatsnamen elders in Nederland zijn nogal prozaïsch. Ze zeggen meestal iets over het landschap, meer niet. Een heuvel, een dal, de bomen die er stonden, de bebouwing, de plaatselijke grondsoort, namen van personen die er woonden, meer zit er meestal niet achter.
Terug naar Rotterdam: er is nog een bijnaam: Rotjeknor. Die naam kennen vooral ouderen nog wel en klinkt ook niet bepaald vleiend. De herkomst is niet helemaal duidelijk, maar het vermoeden bestaat dat het slaat op de grote aantallen Brabantse en Zeeuwse boeren die rond 1900 naar Rotterdam kwamen voor werk in de industrie en de haven. Aanvankelijk was Feijenoord een groen “lustoord”, maar met een rafelrandje: een galg, een traankokerij en een pesthuis verstoorden de groene idylle.
Al het groen maakte plaats voor nieuwe woonwijken “op Zuid”. Daar ging dat boerse werkvolk wonen. Daarom wordt Zuid ook wel de Boerenzij genoemd. Leuk detail: Spartafans noemen Feijenoordfans nog steeds “boeren”. De nieuwkomers waren laaggeletterd en werden als dom bestempeld. En als onbehouwen landbouwers.
De associatie met knorren zou dat duidelijk maken. Daar komt nog eens bij dat Rotterdammers bekend staan om hun gemopper, vaak met veel gescheld met ziektes. Daarom is het misschien mooi om te besluiten met de gevleugelde woorden ‘Rotterdam is een klotestad, maar wel mijn klotestad.’
Dus wie er niet vandaan kom, motse muil houwe.
Beeld: Demian Janssen
Meer blogs van Cyriel
- Cyriel over taal: Rondlopen met je gulp open, hoe erg is dat nou?
- Cyriel over taal: Een jointje en dan een biertje
- Cyriel over taal: Fok deze huis
- Cyriel over taal: Hoe leuk is dát?! Helemaal niet leuk
- Cyriel over taal: Maar wel míjn klotestad
- Cyriel over taal: Een beetje plat ken best






O leuk. Kom maar door met de taalkwesties, Cyriel. Ik lust daar wel pap van.
Doodstil = Doderiks til = misschien niet zo spannend, maar wat een prachtige naam is Doderik, kun je iets over de herkomst daarvan vertellen?
Beste Evelyne, Cyriel mailde me net deze reactie op je vraag:
—
Voor zover ik kan nagaan is de naam Doderik (en alle vairanten daarvan, zoals Diederik) opgebouwd uit twee Germaanse woorden: het woord voor volk het woord en heersen: Volksheerser dus. Het is natuurlijk niet zo dat die Doderik in Doodstil een volksheerser was; zijn ouders gaven hem die naam omdat ze hem mooi vonden of hun verlangens uitdrukte. Dodo (en alle oude verwante vormen) hangt samen met onze woorden Diets en Duits: volks, meer bepaald de volkstaal (i.t.t. het Latijn). Rik hangt samen met ons woord “rijk” in de zin van heersschappij, beheerd gebied (denk aan het Rijk van Nijmegen en de rijksoverheid). Voldoende gelaafd zo?