Demian op zoek naar groepsgevoel #2: Theaterkind zonder theater
6 November 2025
Na het ontstaan van het plan om op zoek te gaan naar een saamhorigheidsgevoel heeft deze sociale vlinder de vleugels flink laten wapperen.
Er waren twee congresbezoeken in één week: voor het Kenniscentrum Zorginnovatie in Rotterdam en op Windesheim in Zwolle. Ik was daar voornamelijk om informatie te vergaren die relevant is voor mijn project bij Vitale Delta. Vooral in Zwolle hadden ze er flink wat werk van gemaakt met liedjes, improvisatietheater en workshops. Er werd (onder andere) een tekenaar gevierd – een zeldzaamheid die mij als tekenaar wel aansprak.
Improvisatietheater (en kampvuurmuzikanten) voelen voor mij als mediteren. De eerste vijftien minuten tot een half uur zie ik mijn Freudiaanse superego nagelbijten en rondwriemelen van de onrust, alsof ik als publiek zelf op het podium sta. Daarna komt er een moment van besef dat ik hier gelukkig niet het hoofdkarakter ben en gewoon kan aanschouwen. Een spirituele zucht van verlichting volgt.
Totdat er drie heel enthousiaste kerels het publiek middels een haka willen ‘activeren’. Hier had ik niet op gerekend, was ik niet op gekleed en niet voor te porren. Voor de lucky few die nog nooit naar een teambuildingdag zijn geweest: de haka is een krijgersdans uit de Nieuw-Zeeuwse traditie, waarbij je met je groep een zo intimiderend mogelijke dansroutine uitvoert. Hierbij stamp je, schreeuw je en steek je je tong regelmatig heel ver uit. Ik parafraseer de haka-hypeman: ‘Je kunt als een loser de hele dag achter je Playstation 4 zitten blowen, of je gaat lekker bewegen!’ Als ik niet een Playstation 5 had gehad, had ik mij hierdoor persoonlijk aangevallen gevoeld.
Tussen optreden en publiek heeft altijd een dunne lijn gelegen. Je bent ergens naar aan het kijken, live, in real time, en voor je eigen ogen. Ik vraag me af of, nu de rol van publiek bijna volledig is geanonimiseerd dankzij draagbare media, het daadwerkelijke aanwezig zijn bij een optreden kwetsbaarder aanvoelt. Wellicht komen hier wat van de superegokrampjes vandaan?
Er wordt trouwens ook heel wat nadruk op het publiek gelegd, en er wordt met regelmaat van ons verwacht dat we lachen, meeklappen of een krijgersdans doen. Als je stilstaat of lekker blijft zitten, steek je er met kop en schouders bovenuit. Het gaat hier dus wederom om gezien worden. Ontmaskerd worden als acteur terwijl je dacht publiek te zijn.
In hoeverre je als acteur ontmaskerd wordt, hangt – denk ik – af van in hoeverre jij je meest authentieke zelf bent of juist onderdrukt. Stel: jij krijgt bij je geboorte een kapstok. Aan die kapstok hangen degelijke, pastel/beige en sociaal wenselijke kledingstukken. Een roze mutsje voor de meisjes, een blauwe sjaal met vuilniswagens erop voor jongetjes, bijvoorbeeld. Het past, het zit lekker en je lijkt op de mensen om je heen. Wat een heerlijke en veilige start.
Op een dag kom je zelf thuis met een zwart met roodgevlamd bowlingshirt op een paarse kilt. Even lekker iets anders proberen, denk je – iets meer jouw ding. Maar vervolgens word je door je gezin, klasgenoten, kerk of gemeenschap uitgelachen of weggestuurd. Auw! Beschamend. Je koopt dus nooit meer (of juist alleen nog maar) paarse kilts en bowlingshirts.
Naast kleding kun je nog heel veel meer andere dingen aan je kapstok hangen: humeur, muzieksmaak, hobby’s, meningen en gevoelens. In de huiskamer zitten je ouders, priester en klasgenoten proestend, lachend en wijzend jouw kapstok de grond in te stampen. ‘Wat een lelijk gevoel!’, roepen zij in koor, om je vervolgens te vertellen dat je die kapstok de rest van je leven overal mee naartoe moet nemen, voor iedereen om te aanschouwen. Je let dus wel op wat je voortaan aan je kapstok hangt.
Dit is tot op zekere hoogte gezond, maar kan ook een beperking zijn voor je geluk en levenservaring – bijvoorbeeld wanneer het onderdeel is van neurodivergent maskeren, of een verstoring in je lichaamsbeleving. Doodvermoeiend. Het is trouwens niet letterlijk zo dat iedereen je kapstok kan zien; het gaat hier meer om het gevoel dat dit zo is. De kunst is, denk ik, om je eigen mening over je kapstok lekker buiten beschouwing te laten. Met dit in het achterhoofd heb ik zo goed en kwaad als het kon meegedaan aan de haka – zoiets doe je immers niet alleen voor jezelf.
Het weekend erna kan ik slechts omschrijven als een soort ‘decompressie na excessief vertoon van wenselijk gedrag’. Oftewel: wat ze een introverte meltdown noemen.
Volgende keer maar eens kijken wat ik hier nou weer mee moet.
Tekst en beeld: Demian Janssen






Demian, je bent weliswaar beeldredacteur maar je schrijft heel leuk en weet alledaagse gebeurtenissen om te zetten in nog best wel diepgravende psychosociale analyses, wat fijn dat je het tekstuele met zoveel verve omarmd hebt.