Docent Ton Hulsker (ISO) maakt zich zorgen om de verdeeldheid die binnen de HR is ontstaan over Israël en Palestina. Hij was aangenaam verrast over het optreden van VN-gezant voor Gaza Sigrid Kaag in het programma Buitenhof. Hij zou willen dat we op de HR ook minder emotioneel op elkaar reageren, betoogt hij in deze ingezonden brief.
Sigrid Kaag, wie kent haar niet? De speciaal gezant van de Verenigde Naties voor Gaza. Ze gaf een interview bij het tv-programma Buitenhof. Van de vele vragen die gesteld werden was er voor mij een die er uitsprong: Wat vond zij – als Nederlandse deskundige in de kwestie Gaza, iemand die qua kennis en positie boven de partijen staat – van de motie Piri? Dit Kamerlid van GroenLinks-PvdA riep op tot een volledig, tijdelijk wapenembargo tegen Israël.
Haar antwoord verraste mij enigszins. Ze vond de motie eigenlijk zinloos en niet effectief; ze vreesde zelfs dat zo’n oproep averechts kon werken.
Een belangrijk punt dat ze maakte was dat uitsluiten, boycotten of beschuldigen geen enkele oplossing dichterbij brengt. Sterker nog, ze keek vooruit hoe een langdurige vrede zou kunnen ontstaan, en dat kan volgens haar alleen als iedereen binnenboord is en iedereen zich gehoord voelt. Geen polarisatie van haar kant, geen opmerkingen over schuld/onschuld, genocide en oorlogsmisdaden maar toch ondanks alle ellende zoeken naar wat allen verbindt. En dat ondanks twee leiders, Nethanyu en Trump, die allebei alleen maar bezig zijn met hun eigen legacy en ego.
Als er 100.000 of 150.000 mensen protesteren tegen het geweld in Gaza moet dat serieus genomen worden. Ik snap de frustratie. Tegelijkertijd moeten we oppassen voor zelfoverschatting: onze regering kan op zijn kop gaan staan, maar het maakt voor Netanyahu of Trump geen klap uit. Ondertussen staan we in Nederland in kampen van deugers en niet-deugers tegenover elkaar en lijkt het ‘agree to disagree’ niet meer haalbaar.
Ik vond de analyse van Kaag in Buitenhof een verademing en betrek die graag op onze kleine HR-gemeenschap. Hoe willen we hier met elkaar omgaan? Misschien dat we de wijsheid van Kaag wat meer kunnen koesteren en toepassen in de standpunten die mensen hier in West-Europa maar denken te moeten innemen en uitdragen. Wat minder vanuit de emotie reageren en wat meer respect hebben voor elkaars standpunten. Tenminste als we hier ook enigszins de harmonie willen bewaren.
Al ben ik geen D66-stemmer: hulde aan mevrouw Kaag. De regio en mensen die een daadwerkelijke langdurige oplossing voor dit probleem willen, zullen u missen.
Profielen is ook actief op LinkedIn. Volg ons, blijf op de hoogte en praat mee over actuele onderwerpen.
De redactie waardeert het als je onder je eigen naam reageert.
Lees hier alle details over onze spelregels.
Het is opmerkelijk – en pijnlijk – dat in een tijd waarin er dagelijks grove mensenrechtenschendingen plaatsvinden in Gaza, waarin tienduizenden burgers zijn gedood, miljoenen zijn ontheemd en kinderen sterven door honger en gebrek aan medische zorg, het appel van collega Hulsker vooral gericht is op emotiebeheersing en harmonie bewaren. Hoe kunnen wij spreken over “respect voor elkaars standpunten” als sommige van die standpunten stilzwijgend medeplichtig zijn aan etnische zuivering, apartheid en koloniale onderdrukking?
Dit is niet zomaar een “meningsverschil”. Dit is een morele grens. Een genocide of bezetting is geen ‘standpunt’ dat binnen het palet van beschaafde meningsverschillen valt. Het gaat hier over structureel onrecht, over doden, over internationale mensenrechten die met voeten worden getreden. Wie oproept tot “minder emotioneel reageren” terwijl wij getuige zijn van zulke verschrikkingen, vraagt impliciet om onverschilligheid.
Dat VN-gezant Kaag zich niet expliciet uitsprak tegen het wapenembargo of tegen de bezetting, is juist reden tot zorg. Dat mag niet gezien worden als neutraliteit, maar als normalisering van onderdrukking. De zogenaamde ‘evenwichtigheid’ in het debat is vaak niets meer dan een rookgordijn voor het in stand houden van de status quo, waarin de onderdrukte partij structureel het onderspit delft.
Als hogeschool die studenten opleidt tot kritische, betrokken en sociale professionals kunnen wij ons geen stilte of schijnneutraliteit permitteren. Wij horen ons uit te spreken tegen onderdrukking, tegen apartheid, tegen kolonisatie. Dat is geen ‘emotionele reactie’, dat is professionele en menselijke verantwoordelijkheid.
Daarom roep ik de Hogeschool Rotterdam op om zich openlijk uit te spreken tegen de mensenrechtenschendingen in Palestina en Gaza. En om elke samenwerking met instellingen die actief bijdragen aan deze onderdrukking – zoals Israëlische universiteiten die direct gelinkt zijn aan het leger en het bezettingsbeleid – kritisch te herzien. Dat is geen polarisatie, dat is gerechtigheid.
Neutraliteit in tijden van onrecht is geen deugd. Het is een keuze voor de kant van de onderdrukker.
Dank u wel voor uw reactie.
Als je dan toch het voorbeeld van Sigrid Kaag wilt volgen (ook al ben ik het niet eens met haar standpunt), overweeg dan om haar te volgen in haar manier van handelen, in plaats van in haar uitspraken.
Kaag kiest er als diplomaat juist voor om actoren rechtstreeks te benaderen en te betrekken, en zich minder publiekelijk uit te spreken om via die weg de publieke opinie te beïnvloeden. Misschien is het een idee om de collega’s waar dit stuk op lijkt te doelen persoonlijk te benaderen en het gesprek aan te gaan. Dat draagt mogelijk meer bij aan ‘harmonie’ dan een indirecte verwijzing via een ingezonden brief.
Overigens ben ik van mening dat stevige inhoudelijke discussies binnen het hoger onderwijs juist wenselijk zijn, zolang deze niet op de persoon gericht zijn. Want als we het hier al niet met elkaar kunnen, waar dan wel?
Als we stevige inhoudelijke discussies wenselijk vinden, dan moet er ook veilige ruimte zijn voor álle standpunten. Daar past geen stellingname door de organisatie bij, maar juist neutraliteit. Want het is die neutraliteit die ons juist de ruimte garandeert om met elkaar van mening te verschillen zonder gecanceld (of erger) te worden. Anders kunnen we net zo goed meteen naar het land van de ayatollahs emigreren.
Ik ben het eens met het belang van ruimte voor alle standpunten binnen stevige, inhoudelijke discussies. Juist in het hoger onderwijs moeten we dat actief waarborgen. Tegelijkertijd is volledige ‘neutraliteit’ vanuit een organisatie ook niet altijd zo neutraal als het lijkt. Het niet innemen van een standpunt, bijvoorbeeld bij ernstige mensenrechtenschendingen, kan ook als positie worden gezien.
Neutraliteit mag geen excuus worden om structureel onrecht of machtsverhoudingen buiten beeld te houden. Het is juist de kunst om een inclusieve en veilige omgeving te creëren waarin zowel scherpe kritiek als kwetsbare stemmen kunnen bestaan. En dat vraagt soms meer dan alleen ‘je erbuiten houden’ als instelling.
Je laatste zin staat wat mij betreft haaks op het streven naar een veilige gespreksruimte. Door te spreken over “emigreren naar het land van de ayatollahs” creëer je een valse tegenstelling en draag je bij aan het demoniseren van een specifieke groep. Zulke beeldspraak stigmatiseert en polariseert en draagt niet bij aan een open en inclusieve dialoog. Als je pleit voor ruimte voor álle standpunten, zou het waardevol zijn om ook te reflecteren op de manier waarop je het gesprek voert en welke metaforen of vergelijkingen daarbij wel of niet helpend zijn.
Ik denk dat neutraliteit op zichzelf misschien wel een ruimte kan scheppen, maar het is nog geen voldoende voorwaarde voor een ruimte waarin een goed gesprek kan plaatsvinden en waarin we naar elkaars zienswijzen en standpunten kunnen luisteren.
Daar is meer voor nodig en ik denk eigenlijk dat Ton in zijn ingezonden brief dat ook wil zeggen. Dat lees ik er in ieder geval in. Ton heeft het zelf niet over neutraliteit in zijn brief, maar over het zoeken van verbinding en het vermogen om naar elkaar te luisteren.
Dat vind ik een goed punt dat hij daar maakt.
Waar ik wel van mening in verschil met Ton is dat emotie hierbij geen (of veel minder) een rol zou mogen spelen. Ik denk juist dat het heel belangrijk is dat morele emoties erg belangrijk zijn en dat die nodig zijn om de morele grens waar Sultan het over heeft te kunnen signaleren en je daarbij betrokken te kunnen voelen.
Zelf denk ik dat die morele grens evident ruimschoots overschreden wordt in Palestina en ik snap niet zo goed dat mensen dat echt anders zien (of wensen te zien). Maar toch is dat zo en dat maakt iemand nog niet tot een slecht persoon. En het feit dat ik een morele grens kan zien, maakt mij nog geen moreel zuiver persoon. Ik moet me altijd bedenken dat ook ik die morele grens kan overschrijden als de omstandigheden daarop aandringen en ik ‘de ander’ als kwaadaardig ga zien. De geschiedenis laat daar genoeg voorbeelden van zien en ik heb geen reden om aan te nemen dat ik daar zomaar een positieve uitzondering op ben.
Juist de morele grens die ik trek kan het instrument worden van mijn eigen misdaad.
Dat is geen reden om dan maar ‘neutraal’ te blijven, want we zijn al betrokken of we dat nou willen of niet. Maar juist die opdringerige, eigenwijze collega die mij op mijn blinde vlekken probeert te wijzen, die heb ik nodig.
Dank aan allen voor het lezen en uw commentaar.
Naast dat ‘neutraliteit’ inderdaad een illusie is zoals Halil goed uitlegt, wordt er wel degelijk een standpunt ingenomen. De organisatie heeft zich uitgesproken tegen de invasie in Oekraïne en heeft samenwerkingen met Hongarije en China wel om ethische redenen verbroken. Om de samenwerking met de universiteit in Israël, die direct en indirect de genocide steunt, te verbreken moet er eerst een commissie worden opgetuigd (waar overigens absoluut geen haast mee wordt gemaakt). Daarom is het juist zo problematisch dat dat er nu niet voor wordt gekozen zich uit te spreken. Dan rijst de vraag: waarom worden bepaalde mensen wel en andere mensen niet beschermd? Vinden we het leven van sommige mensen meer waard dan dat van ‘de ander’ (Saïd, 1978)? De genocide in Palestina en bepaalde reacties daarop zeggen naar mijn idee veel over het mensbeeld dat leeft binnen het Nederlandse discours.
Ook ik heb het interview met Sigrid Kaag in Buitenhof bekeken. Het klopt dat zij de motie-Pirie omschrijft als “onnodig” of “niet productief” (weet niet of ik het daar perse mee eens ben, maar heeft ze wel gezegd), omdat deze volgens haar niets zou bijdragen aan een oplossing voor het conflict.
Wat zij in datzelfde interview echter niet doet, is zich op enige wijze uitspreken tegen het gebruik van boycots of het principe van internationale druk. Dat wordt haar in de ingezonden brief van collega Hulsker wél impliciet toegeschreven, en dat is een onjuiste voorstelling van zaken.
Kaag zegt nergens dat boycotten “niet nuttig” is. Dat zou ook moeilijk vol te houden zijn: de geschiedenis leert juist dat internationale sancties en boycots een effectief politiek middel kunnen zijn, bijvoorbeeld bij het beëindigen van het apartheidsregime in Zuid-Afrika.
Even verderop in het interview pleit Kaag er nota bene voor dat andere landen Israël tot ander handelen zouden moeten dwingen en precies dát is wat in de internationale diplomatie vaak via sancties gebeurt (denk aan Rusland na de inval in Oekraïne).
Juist om nationale regeringen tot een andere koers te bewegen (lees sancties opleggen aan Israël), vinden er in Nederland en veel andere landen demonstraties plaats. Die richten zich in eerste instantie niet op Netanyahu of Trump, maar op de eigen regeringen en hun medeplichtigheid. Wanneer collega Hulsker suggereert dat dergelijke protesten zinloos zijn omdat de Israëlische regering zich daar toch niets van aantrekt, gaat hij voorbij aan de waar deze protesten voor dienen: het politiek mobiliseren van burgers om doormiddel van protest hun eigen regering tot maatregelen te bewegen.
De essentie van mijn stukje was hoe we hier in Nederland met elkaar om willen gaan. Is het de bedoeling om hier recht tegenover elkaar te komen staan en dat er geen ruimte meer is voor andere meningen. Het agree to disagree. Dat is de essentie en verder niets.
Maar als het oke is om elkaar te beschimpen, uit te jouwen, te diskwalificeren en een condoleance kaart te sturen omdat iemand een andere mening heeft, dan is dat een keuze die hier wordt gemaakt op persoonlijk vlak en NIETS te maken heeft met het afdwingen van een oplossing van het conflict in Gaza of het stoppen van betrekkingen.
Dank voor het lezen en een fijne vakantie allemaal.
Volgens mij is ‘hoe we met elkaar om willen gaan’ ook juist de ‘essentie’ van alle vormen van protest. Het minste wat je daarin mag verwachten, is toch dat we geen genocide plegen? Een ‘stukje’ over het respecteren van andere meningen ben ik voor, helemaal prima. Maar het (steunen/goedpraten/niet erkennen van het) schenden van mensenrechten is geen mening. Dat is gewoon schandalig. Geen emoties voelen en tonen terwijl wij allen (indirect) medeplichtig worden gemaakt aan een genocide lijkt me niet iets om naar te streven, het is geen ‘wijsheid’ en geen ‘langdurige oplossing’. Het is wegkijken terwijl het moorden doorgaat.
Nu bekruipt mij toch een beetje het gevoel dat één en ander op de man gespeeld wordt, ik wil me daar verder buiten houden omdat dit een plek is om inhoudelijk van gedachten te wisselen, niet voor persoonlijke aanvallen. Insinuaties over beschimpen, uitjouwen, diskwalificeren en condoleancekaarten wil ik verder ver van me af houden..