Onze hogeschool werkt gestaag samen aan discipline-overstijgend onderwijs, lazen we eerder deze maand op intranet Hint. Maar is de praktijk wel voldoende aangehaakt? Echt opgavegericht werken vraagt dat we samen met de praktijk eigenaar zijn van maatschappelijke opgaven, schrijven lector Gert-Joost Peek en docent-onderzoeker David ter Avest. Plekken en programma’s buiten onze kernlocaties, opleidingen en kenniscentra zijn hierbij cruciaal.
Op niveau van de hogeschool, instituten en binnen opleidingen wordt invulling gegeven aan de ambities van de strategische agenda en onderwijsvisie. Om onze studenten met contextrijk, betekenisvol onderwijs op te leiden tot Toekomstmakers wordt hard gewerkt aan discipline-overstijgend onderwijs. We hebben immers elkaar nodig om echt impact te maken rondom maatschappelijke opgaven, zoals een gezonde leefomgeving, energietransitie of circulaire economie.
Opleidingen vinden elkaar steeds sneller, contacten tussen instituten worden aangehaald, organisatorische veranderingen verkend en ‘Semester 6’ is inmiddels een hogeschoolbreed begrip geworden.
Maar is de praktijk wel voldoende aangehaakt? Opgavegericht onderwijs is namelijk transdisciplinair: ook ‘de buitenwereld’ is erbij betrokken. Bijvoorbeeld door als hogeschool samen met beleidsmakers, sociaal ondernemers en een bewonersorganisatie opgaven te formuleren en te onderzoeken.
Dit gaat verder dan interdisciplinair en multidisciplinair onderwijs.
Bij multidisciplinair wordt een onderwerp ‘slechts’ bestudeerd vanuit verschillende disciplinaire perspectieven tegelijkertijd. Dit gebeurt bijvoorbeeld wanneer gastdocenten vanuit verschillende disciplines kennis komen delen over een bepaald onderwerp. Bij interdisciplinair worden perspectieven uit verschillende disciplines geïntegreerd toegepast op een bepaald vraagstuk. Zoals we in discipline-overstijgend onderwijs doen: een vak of project wordt door docenten van verschillende opleidingen ontwikkeld. Opgavegericht onderwijs vraagt transdisciplinair onderwijs: onderwijs mét de praktijk.
De transdisciplinariteit van opgavegericht onderwijs stelt ons voor een organisatorische uitdaging. We werken aan opgaven in de stad waar we samen met praktijkpartners mee aan de slag gaan. Maar hoe organiseer je dan opgavegericht onderwijs als je niet de eigenaar van de opgave bent?
Opgavegericht onderwijs vraagt ons om onderdeel te worden van die praktijkopgave. Dit is moeilijk te organiseren vanuit één opleiding of zelfs één instituut. Centres of Expertise kunnen hierin een cruciale rol vervullen. Het vraagt het opbouwen van relaties voor de lange termijn en het betrekken van een verscheidenheid aan kennis en kunde, afgestemd op de ontwikkeling van die opgave. En bovenal: het vraagt plekken en programma’s.
Plekken en programma’s die kunnen zorgen voor de gewenste nabijheid, wederkerigheid, gelijkwaardigheid en continuïteit die we als hogeschool ons onderwijs toewensen. Programma’s, zoals leerwerkgemeenschappen, communities of practices en learning communties bieden de mogelijkheid om buiten reguliere opleidingen en curricula te werken aan maatschappelijke opgaven. Die ruimte is ook in letterlijke zin nodig, in de vorm van plekken om elkaar te ontmoeten en samen met de praktijk aan de slag te gaan. Plekken zoals de RDM-campus, KW28 in het Merwe-Vierhavengebied (M4H), BlueCity – het voormalige Tropicana – en de Hillevliet in Hillesluis. Plekken waar onderwijs en praktijk elkaar vanzelf tegenkomen.

Specifieke programma’s en plekken gekoppeld aan lokale opgaven bieden voldoende aanleiding voor langdurige samenwerking van studenten, docenten, onderzoekers en praktijkpartners.
Recente voorbeelden zijn de Learning community betekenisvol samenwerken in de wijk, waarin Zorgvrijstaat, Formaat en de hogeschool, vanuit het Wijkpaleis, samen ‘embedded’ werken aan zorgzame en inclusieve buurten.
De Leerwerkgemeenschap M4H, waarin van eerstejaars- tot minorenonderwijs wordt gewerkt aan opgaven van praktijkpartners uit het gebied, zoals het ontwerp van een mobiliteitshub in opdracht van het Keilecollectief en de gemeente.
En bijvoorbeeld de Community of Practice Plastics dat als netwerkorganisatie, met publieke partijen, private partijen en onderwijsinstellingen, de strijd tegen plasticvervuiling aangaan en onlangs het Rijn-Maas Plastival op RDM Campus organiseerde.
Binnen de hogeschool krijgt discipline-overstijgend onderwijs steeds meer vorm. Maar willen we echt gedeeld eigenaarschap hebben en samen met de praktijk te werken aan maatschappelijke opgaven, dan vraagt dit juist om actie buiten onze hogeschooldeuren. Waar ga jij heen?
Gert-Joost Peek, lector Gebiedsontwikkeling en Transitiemanagement (IGO/EMI)
David ter Avest, hogeschooldocent en onderzoeker (IGO/EMI)
Profielen is ook actief op LinkedIn. Volg ons, blijf op de hoogte en praat mee over actuele onderwerpen.
De redactie waardeert het als je onder je eigen naam reageert.
Lees hier alle details over onze spelregels.
Met interesse heb ik het artikel gelezen en wat mij opviel, was het overvloedige gebruik van termen die verschillende onderwijsconcepten en ideeën beschrijven. Eén ding moet ik het onderwijs nageven: aan vernieuwende ideeën en concepten is geen gebrek. Vernieuwing en verandering lijken de enige constante in het onderwijs te zijn. Opvallend is echter dat elke verandering en vernieuwing gepaard gaat met een geheel nieuw vakjargon, dat vaak alleen door een selecte groep mensen wordt gebruikt, en meestal niet door de docenten zelf.
Een vraag die mij bezighoudt, is of deze veranderingen en vernieuwingen daadwerkelijk effectief zijn. John Hattie (2014) heeft aangetoond dat alles wat een docent in de klas doet, impact heeft. Ongeacht welke verandering of vernieuwing wordt doorgevoerd, er is altijd een effect. Belangrijker is echter om te kijken naar de omvang van dit effect. Hattie stelt dat een effectgrootte van 0,4 of hoger significant is. Het lijkt dan ook zinvol om alleen die veranderingen en vernieuwingen door te voeren die een dergelijke effectgrootte hebben.
Binnen de wetenschap bestaat er met betrekking tot lesgeven consensus over wat werkt en wat niet. Het bevreemdt mij dan ook dat er voortdurend nieuwe concepten worden ontwikkeld die in tegenspraak zijn met deze inzichten. Hierbij kan onder andere gedacht worden aan de ‘Wijze lessen: 12 bouwstenen van effectieve didactiek’ en ‘Progressief achteruit: Zwartboek over de last van slechte ideeën voor het funderende onderwijs’. Als een onderwijsinstelling echt een lerende organisatie wil zijn, stel ik voor eerst kennis te nemen van het rapport Dijsselbloem voordat er weer enthousiast wordt ingezet op verandering.