Kunnen die leerdoelen wat minder gedetailleerd?
28 May 2025
Leerdoelenlijsten van cursussen zijn vaak lang, gedetailleerd en onsamenhangend. Dat leidt onvermijdelijk af van de essentie. Kan dat niet slimmer?
Ik zie ze vaak langskomen: vakken van twee of drie studiepunten met minstens twaalf leerdoelen. Het streven is nobel: je studenten hebben het recht om te weten wat ze aan het eind van het vak precies moeten kunnen en kennen. Dus dan kun je het maar beter zo precies mogelijk opschrijven, toch?
Helaas heeft ons leerdoelen-enthousiasme ook een paar valkuilen. Want zo makkelijk is het niet om alle doelen ook goed te toetsen, laat staan om ze te realiseren. En dan zijn er nog de ‘weesdoelen’: ze staan er wel, maar er is eigenlijk geen ruimte voor in het programma. Aan die leerdoelen kom je soms helemaal niet toe.
Je doelen blijken te ambitieus of het zijn er simpelweg te veel. Dat kan bijvoorbeeld komen door een te rooskleuring beeld van de voorkennis van studenten. Of met een onderschatting van de herhaling en de oefentijd die studenten nodig hebben om het vak onder de knie te krijgen. Onze ‘expert blindness’ ligt hier op de loer: hoe meer je weet, hoe lastiger je kunt inschatten hoeveel moeite het kostte om het te leren.
Het probleem van een gedetailleerde doelenlijst is dat de essentie verloren gaat. Want zelfs als het ze zou lukken alle doelen te bereiken, dan nog is het de vraag of studenten hebben begrepen waar je vak in de basis over gaat.
Hier komt de ‘doordachte eenvoud’ om de hoek kijken: als je niet lang genoeg hebt nagedacht over de essentie, loop je het gevaar te snel naar de details te stappen. Daarmee maak je het je studenten – en jezelf – heel lastig: want hoe hangen al die doelen nou met elkaar samen, wat is echt belangrijk en wat is ondergeschikt?
Neem bijvoorbeeld ‘adviesvaardigheden’. Je moet een advies geven aan een klant waar die echt iets mee kan. Daarvoor moet je de vraag van de klant hebben begrepen. Je moet er onderzoek naar doen. En je moet je advies zo verwoorden dat het aansluit op de vraag.
De neiging kan zijn om al die subdoelen op een rijtje te zetten: ‘correct geformuleerd’; ‘methodisch onderzocht’; ‘betrouwbare bronnen gebruikt’. Zo kom je vanzelf op een hele lijst. Maar de essentie is dat het advies de klant aanzet om er iets mee te gaan doen. De essentie schuilt in de relevantie van het advies. En daarin schuilt ook de samenhang tussen subdoelen. De kwaliteit van het onderzoek, de gebruikte bronnen en de vormgeving van de presentatie zijn allemaal ondergeschikt aan die ene vraag: is dit wel of geen relevant advies?
Het goede nieuws is dat je vaak met veel minder leerdoelen toe kunt dan je zou denken. En dat je toets dan ook veel eenvoudiger kan. In het voorbeeld van de adviesvaardigheden zou het enige toetscriterium kunnen zijn: ‘De klant beoordeelt het advies als bruikbaar’. Voor iets meer houvast zou je daar nog aan kunnen toevoegen ‘want sluit aan op de vraag, is betrouwbaar en geeft perspectief’. Veel meer zou het niet moeten zijn: in een duidelijke zin vertellen wat je in essentie wilt bereiken. Hét leerdoel, niet ‘de leerdoelen’.
Natuurlijk wil je in de les aandacht geven aan alle randvoorwaarden en ingrediënten van een goed advies. Je wil aandacht besteden aan onderzoeksvaardigheden (in de context van het bruikbare advies!), presentatievaardigheden (in de context van het aanzetten tot actie bij de klant!) en het gebruik van betrouwbare bonnen (in het kader van het onderbouwen van het advies!). Studenten begrijpen dat, echt.
Als je redeneert vanuit de essentie van je vak is er altijd een samenhang te vinden. Als je dat ene grote doel hebt bereikt, heb je ‘automatisch’ de onderliggende doelen behaald. Als iedereen weet wat het grotere doel is, geef je jezelf én je studenten veel meer houvast dan met zo’n lange lijst.
Beeld: Tania Meysembourg






Laat een reactie achter
Spelregels
De redactie waardeert het als je onder je eigen naam reageert.
Lees hier alle details over onze spelregels.
Back to Top