Lector Mirella Soyer: ‘Er wordt zoveel kleding weggedaan, dat niemand het meer kwijt kan’
Gepubliceerd: 14 April 2025 • Leestijd: 7 minuten en 53 seconden • InterviewDriehonderd kledingstukken telde ze in haar eigen kast: Lector Mirella Soyer, de drijvende kracht achter de Nationale Kledingkast Audit. Het wil maar niet vlotten met de circulariteit in de kledingindustrie, een van de vervuilendste industrieën ter wereld. Het grootschalige onderzoek naar onze garderobes moet een duw in de goede richting geven.
De kledingkastaudit – doe hem vooral zelf om het te ervaren – zet je aan het denken over je garderobe. Je moet gaan tellen – zoveel jeans, zoveel jurken, zoveel shirts – maar krijgt ook vragen over materialen en je favoriete kledingstukken. ‘De audit helpt je anders te kijken naar je kleding’, zegt Mirella Soyer. ‘Kleding is een soort membraam om je lijf, het heeft te maken met wat je uit wilt stralen, hoe je je voelt. Het maakt je bewust van wat je wel en niet draagt.’
Ze krijgt veel reacties op het onderzoek. ‘Het is interessant hoe mensen reageren, iemand van de Willem de Kooning Academie zei: “Ik heb zoveel kleding, ik schaam me gewoon”. Als je wat ouder bent is de inhoud van je kast vanzelf wat uitgebreider. Je maat verandert, ik heb zelf stukken waarvan ik hoop dat ik er ooit weer in pas. Aan sommige kledingstukken heb je herinneringen, of ze zijn van goede kwaliteit en nog mooi. Zelf neem ik er dan lastig afscheid van.’
Alleen maar de verkeerde kant op
Ondanks de groei van vintagewinkels, ruilinitiatieven, online platforms als Vinted en kledingcontainers op elke straathoek, komen we om in textielafval. ‘Het probleem is dat er zoveel kleding wordt gekocht en vervolgens na een paar keer dragen weggedaan, dat niemand het meer kwijt kan’, zegt Soyer. ‘Van alle kleding die in de kledingcontainer wordt gegooid, gaat na sorteren zo’n tien tot twaalf procent naar de binnenlandse markt. Een recente studie laat zien dat 63 procent de verbrandingsoven in gaat. Tel daarbij op dat in de industrie zelf al 20 procent van het materiaal weggegooid en verbrand wordt voordat het in de winkels hangt, en dan weet je: bij elkaar is het percentage aan afval enorm hoog.’
Soyer vertelt over een lezing van Kate Fletcher die ze onlangs bijwoonde. ‘Zij is al dertig jaar op dit gebied actief en deed de straffe uitspraak dat het in die tijd eigenlijk alleen maar de verkeerde kant op is gegaan en dat het tijd is voor een nieuwe beweging. Ik denk dat de kledingkast audit daarbij kan helpen.’
Koop, gebruik en wegdoen
Een van de doelen van de National Kledingkast Audit is om de consumptie van kleding bij het kopen, gebruiken en wegdoen te monitoren. De gegevens uit het onderzoek worden naast de doelen van de overheid gelegd, en kunnen helpen interventies te ontwikkelen die retailers en consumenten in de circulaire transitie ondersteunen.
‘Een andere maatstaf is dat we nu al kleding genoeg hebben voor de komende vijf generaties, maar dat vind ik heel abstract.’
De overheid heeft ‘textieldoelen’ gesteld, legt Soyer uit, onder meer vanuit het oogpunt van grondstoffenreductie. ‘Die doelen zijn gesteld op 30 stuks nieuw gekochte kledingstukken per persoon in 2030, en 25 in 2035. Uit onze tussentijdse analyse van de kledingkast-data blijkt dat deze doelen ruim behaald zijn.’ Dat lijkt dus goed nieuws, maar de doelen zijn te ruim gesteld, vindt ze. ‘Om binnen de planetaire grenzen te blijven is vijf stuks een veel reëler aantal. Een andere maatstaf is dat we nu al kleding genoeg hebben voor de komende vijf generaties, maar dat vind ik heel abstract.’
Maatschappelijke kosten niet meegerekend
Waar het aan schort is dat kleding nauwelijks gerecycled wordt. ‘Van vezel naar vezel, zoals dat heet, wordt volgens een recente studie van Circle Economy, minder dan één procent hergebruikt, een verdrietig laag deel’, constateert ze. ‘Een wollen trui is relatief eenvoudig te recyclen. Je kunt deze uit elkaar trekken, de vezels bewerken, en er weer iets anders van maken. Maar neem een jasje. Dat bestaat uit verschillende materialen, de buitenkant, de voering, en die materialen zelf zijn dan ook nog eens samengesteld uit bijvoorbeeld een mix van polyester en katoen. We hebben de technologie om deze gemengde materialen te recyclen. Maar zolang niet-circulair materiaal goedkoper is omdat we de maatschappelijke kosten niet meerekenen, is hier geen business case voor.’
Soyer merkt op dat de industrie echt niet stilzit, maar dat recycling veel complexer is dan je zou willen. ‘Een van de doelen van de overheid is om het percentage gerecyclede content te verhogen naar 15 procent in 2030. Echter, voor plastic kleding – polyester, acryl, nylon enzovoort – worden oude petflessen gebruikt in plaats van oude kleding, omdat die gemakkelijker te verwerken zijn.’
‘Voor plastic kleding – polyester, acryl, nylon enzovoort – worden oude petflessen gebruikt in plaats van oude kleding, omdat die gemakkelijker te verwerken zijn.’
Ze vertelt het verhaal van een petflessenfabriek in China die speciaal werd gebouwd om petflessen voor recycling in kleding te maken. Compleet idioot natuurlijk, maar het toont maar weer eens aan hoe moeilijk het voor consumenten is om ondanks of vanwege allerlei labels en keurmerken vast te stellen waar ze goed aan doen bij het kopen van kleding, wat is nou echt duurzaam?
Een deuk in het systeem slaan

‘De Product Environment Footprint, een methode om consumenten van betere informatie te voorzien, beoordeelt nu wol als minder duurzaam dan polyester. Ruimtegebruik weegt hier extra zwaar in mee, en schapen hebben natuurlijk ruimte nodig, maar er wordt geen rekening gehouden met het probleem van microplastics. Ik zou liever kijken naar de impact van een materiaal op lange termijn, als ik wat wol begraaf is het volgend jaar weg, polyester ligt er over tien jaar nog. Maar dit zijn taaie processen, en ook hier zijn de fossiele lobbyisten hard aan het werk.’
Soyer denkt voortdurend na hoe je echt een deuk in het systeem kan slaan. ‘Vinted schrijft nu zwarte cijfers (maakt winst, red.) en heeft echt power. Zij kunnen bijvoorbeeld zeggen dat ze alleen de betere merken nog doorverkopen. The Next Closet deed dat, het was toen nog vrij arbeidsintensief om de echtheid van de merken te checken, maar dat zou nu bijvoorbeeld met AI kunnen.’
Jeans leasen
Doen duurdere merken het over het algemeen beter qua duurzaamheid dan goedkope merken? Dat is een beetje een fabeltje, zegt Soyer. ‘Soms doen ze het echt slechter dan bijvoorbeeld H&M. Dat kan met de bescherming van het merk te maken hebben, zo kwam naar buiten dat Burberry kleding die niet verkocht werd liet verbranden. Er zijn ook duurdere merken die serieus werk maken van duurzaamheid. Het blijft lastig: Een Joline Jolink, die heel kleinschalig produceert en zelfs haar eigen vlas verbouwt is superduurzaam, maar het is een uitdaging om dat voor 18 miljoen mensen te doen.’
‘Een Joline Jolink, die heel kleinschalig produceert en zelfs haar eigen vlas verbouwt is superduurzaam, maar het is een uitdaging om dat voor 18 miljoen mensen te doen.’
Er zijn meer goede voorbeelden: ‘MUD jeans werkt met een circulair businessmodel. Je kunt jeans leasen, maar ook kopen. Ze nemen versleten broeken in, en maken daar nieuwe jeans van. Financieel bleef het zoeken. Nu werken ze samen met andere merken die hun broeken ook verkopen, zoals Another Label. Bever is heel duurzaam, ik heb er laatst mijn twintig jaar oude wandelschoenen weer helemaal laten opknappen, die zijn eigenlijk onverwoestbaar. Je kunt er ook spullen huren, stel dat je een keer wilt gaan bergbeklimmen en je weet niet of het wat voor je is.’
Daarnaast zijn er merken die proberen een tweedehandslijn op te zetten. ‘Daarin zijn ze ook zoekende: doe je alleen je eigen merk of biedt je meerdere merken aan? Welke handelingen moet een tweedehands stuk ondergaan? Het is nog verliesgevend, maar er wordt in elk geval geëxperimenteerd.’
Zelf reparaties uitvoeren
Ze hoopt dat de audit iets in gang zet: ‘We werken met scholen samen om data op te halen, en studenten te stimuleren de eigen kledingkast en die van een familielid te analyseren en om interventies te ontwikkelen die bijdragen aan circulair gedrag van retailers en consumenten. We hebben een informatiepakket, en template die helpt om de interventie te ontwikkelen. Hoe mooi zou het zijn om straks een interventieboek te kunnen afleveren, waar je als student ook van kunt zeggen dat je daaraan hebt meegewerkt.’
Levensduurverlenging van kleding is een belangrijke circulaire strategie, legt ze uit. ‘Bijvoorbeeld door te leren hoe je zelf reparaties kunt uitvoeren, of kleding modieuzer kunt maken. Uit de eerste analyses van de nationale kledingkast audit blijkt dat hier behoefte aan is.’
Eigen kleding maken
Ze houdt van kleding. ‘Ik was nooit van de modetrends, wel van mijn eigen trend. Ik maakte sinds ik een klein meisje was zelf kleding. Eerst voor mijn poppen, op een klein naaimachientje, later maakte ik mijn eigen garderobe en ook die van mijn man. Ik vond dat puzzelen en prutsen heel leuk, totdat ik er geen tijd meer voor had. Zelf kleding maken geeft een ander gevoel over dat kledingstuk. Ik heb bijvoorbeeld zelf eens een jasje gemaakt, heel tof, met speciale knopen. Daar heb ik echt een ander gevoel bij dan met iets dat ik met een druk op een knop bestel.’
‘Kleding is een wegwerpproduct geworden.’
Sinds coronatijd wordt het grootste deel van de kleding online gekocht en ‘dat maakt het allemaal nog industriëler en onpersoonlijker’, constateert ze. ‘Je hebt niet even de stof kunnen voelen of kunnen passen. Dat zorgt ervoor dat mensen grote bergen kleding bestellen, en een groot deel ook weer terugsturen. In Nederland wordt 25 procent van de online gekochte kleding gratis teruggestuurd, en dat wordt in bijna in de helft van de gevallen niet meer verkocht als kleding. Kleding is een wegwerpproduct geworden.’
Brief aan geliefde kledingstukken
Zelf zou ze het liefst de stukken waar ze dol op is maar die ze nooit meer draagt een fijn nieuw baasje gunnen. ‘Zoals een rood jasje dat ik heb, gemaakt door een vriendin die haar eigen label had. Ik liep een modeshow waar ik dat droeg met een bijbehorende rok en mijn vriend vond het zo mooi dat hij het voor mij gekocht heeft. Het is gevoerd met stof met een print van vliegtuigjes. Het hangt gestoomd in de kast maar ik heb het nooit meer aan. Als iemand zou zeggen ‘wat een gaaf jasje!’ zou ik het zo weggeven.’
Ze zou het een mooi initiatief vinden als we vaker kleding weg zouden geven, met een verhaal erbij. ‘Ik was laatst op een swap-shop event waarbij verzocht werd om kleding in te leveren met brief over het kledingstuk, bijvoorbeeld over iets dat je erin had beleefd. Zo zou je je inactieve kleding in roulatie kunnen brengen. Je kunt dan je gevoel delen bij spullen die je maar steeds vasthoudt, en waar iemand anders weer heel blij mee kan zijn.’
Wil je duurzamer omgaan met kleding? Dit zijn de tips van Mirella Soyer
1 Koop zo weinig mogelijk, maar wel van goede kwaliteit. Dit is echt het allerbeste wat je kunt doen op het gebied van duurzaamheid; vijf a zes kledingstukken per jaar is een prachtig streven.
2 Koop geen kleding van materialen die van fossiele grondstoffen zijn gemaakt (zoals polyester en acryl).
3 Vermijd goedkope troep, de ultra fast fashion van Primark, Temu of Shein.
4 Koop je tweedehands op platforms als Vinted, let dan ook op de ‘reisafstand’, een shirtje van 2 euro uit Spanje laten komen helpt niet echt qua duurzaamheid.
5 Gebruik je bepaalde kleding niet meer, geef of verkoop het dan door. Dat kan op 22 april bijvoorbeeld op het Free Fashion Event op de Willem de Kooning Academie.
Tekst: Edith van Gameren
Foto’s: Frank Hanswijk






Neem deel aan een ‘clothing loop’: https://www.clothingloop.org/en/ – superleuk met mensen in je eigen buurt ruilen van kleding. Er zijn loops op maat, op stijl, soort (sport en badmode, gewone mode) etc. En het is natuurlijk elke keer een verrassing wat je in de tassen vindt. De kick van shoppen, zonder dat het je iets kost. En persoonlijk omdat je zelf de tas naar de volgende in de loop brengt (met de fiets natuurlijk!). Om het eerlijk te houden zijn er ook ‘spooktassen’ die de andere kant op gaan, zodat je niet altijd de laatste in de rij bent.
Wat een leuk jasje 🙂
Goed stuk! Ik ga de audit doen