Opleidingen geven naast het ontwikkelen van kennis en vaardigheden aandacht aan het ontwikkelen van een professionele identiteit. Zoals ik in een vorig blog al schreef, is het niet mogelijk om een stevige, gewortelde, betekenisvolle professionele identiteit te ontwikkelen op basis van wat in onze tijd en in onze samenleving de dominante ideologie is.
Het zijn elementen zoals: flexibiliteit, wendbaarheid, berekenbaarheid, moduleerbaarheid, prestatiegerichte competitie met bijbehorende bijna obsessieve preoccupatie met ratings waarbij je voor alles wat je doet in dit leven een enquête mag invullen, en focus op de arbeidsmarkt, die dit lastig maken.
Geen wonder dat veel jongeren weer houvast vinden in religie en/of traditionele samenlevingsvormen. Soms pakt dat positief uit en soms ook niet. Het is misschien het gevoel van en een verloren paradijs dat weer hervonden zou kunnen worden. Dat wordt echter iets destructiefs als er daarbij een zondebok wordt aangewezen die de schuld krijgt van het verloren gaan van wat ooit zo mooi was.
Denk aan de ‘niet-inheemse’ mensen die ‘massaal’ naar Nederland komen en de Nederlandse traditionele cultuur schaden, aldus onze voormalige minister van Onderwijs Gouke Moes in een recente aflevering van Pauw & De Wit. Andere usual suspects zijn natuurlijk feministen, moslims, joden, linkse mensen, rechtse mensen en misschien ook wel Big Tech CEO’s (want die zijn ook echt niet de oorzaak van ál onze ellende).
Wat is er dan voor nodig om deel te nemen aan een professie zonder bij te dragen aan dit zondebokmechanisme, of andere mechanismen die tot haat en uiteindelijk oorlog leiden? En hoe behoudt je de vrijheid om voor jezelf te kunnen blijven denken? Dat zijn de vragen waar Virginia Woolf bijna 100 jaar geleden een antwoord op gaf in haar essay Three Guineas.
Haar antwoord is radicaal en misschien gaat het tegen je intuïtie in, maar ik denk dat haar antwoord een goede basis is om ons een andere wereld voor te kunnen stellen en diepgang te geven aan je professionele identiteit.
Virginia Woolf noemt vier voorwaarden waar je aan moet voldoen.
Ten eerste moet je genoeg geld verdienen om financieel onafhankelijk te kunnen zijn en ervoor te kunnen zorgen dat je jouw geest en lichaam kunt blijven ontwikkelen. Maar meer ook niet! Je moet dus weten wanneer je genoeg hebt en niet nóg meer geld willen verdienen, omdat dat je afhankelijk maakt.
Ten tweede moet je jouw brein alleen voor je beroep inzetten om genoeg te kunnen verdienen (zie het eerste punt), maar als je dan eenmaal genoeg hebt, moet je daar ook mee stoppen. De rest van de tijd gebruik je jouw brein voor andere zaken, zoals wetenschap, kunst en het gratis delen van de kennis die je hebt opgedaan vanuit jouw beroep met mensen die dit nodig hebben, maar het niet kunnen betalen.
Ten derde moet je weigeren om jezelf in de etalage te zetten om te laten zien wat je allemaal kan en hebt bereikt. Word niet afhankelijk van de goedkeuring en het applaus van anderen. Een tegendraadse opvatting in onze tijd, lijkt me zo. Gewoon je werk doen zonder het op LinkedIn te zetten, of bezig te zijn met promotie of winst.
Tenslotte moet je vrij zijn van ‘onechte loyaliteiten’. Daarmee bedoelde Woolf de loyaliteit aan welke groep of identiteit dan ook die maakt dat je niet meer voor jezelf kan denken, of dat je uit loyaliteit aan een groep jezelf verloochent. Als zij zeggen ‘Spring!’ en het enige dat je jezelf nog afvraagt is: ‘Hoe hoog?’, dan weet je wel hoe laat het is. Dit kan voortkomen vanuit loyaliteit aan van alles: je werkgever, je opleiding, je religie, je familie, je nationaliteit, je sekse, je gender, enzovoort. Trots is hier het kernwoord.
Als dit de basis is van je professionele identiteit, dan zegt Woolf: ‘… you can use that mind and will to abolish the inhumanity, the beastliness, the horror, the folly of war.’ Dat is geen slecht uitgangspunt voor onze professionele toekomstmakers!!
De redactie waardeert het als je onder je eigen naam reageert.
Lees hier alle details over onze spelregels.
Mooi!