Bouwkundestudenten ontwerpen opvangvoorzieningen voor dak- en thuisloze Rotterdammers
Gepubliceerd: 10 February 2026 • Leestijd: 5 minuten en 39 seconden • LongreadAls er één maatschappelijk probleem is dat vandaag de dag zichtbaar is in Rotterdam, dan is het wel dakloosheid. Minor-studenten gingen op de HR met het probleem aan de slag en ontwierpen gebouwen waar dak- en thuisloze Rotterdammers kunnen worden opgevangen en geholpen kunnen worden hun leven weer op te pakken.
Na de opdracht ‘ontwerp een villa voor een beroemdheid’ moesten de studenten van de minor ontwerpen architectuur zich daarmee in een totaal andere doelgroep verdiepen. Daarbij zijn ze vanaf het begin geholpen door Dick Couvée, oud-predikant en -directeur van de Pauluskerk, en door ervaringsdeskundige Marco, die zelf zeven jaar dakloos is geweest. Zij hebben de studenten geïntroduceerd in de wereld van de dak- en thuislozen. Een wereld waar de studenten anders niet snel mee in aanraking zouden komen, zegt minor-coördinator Paul Lageschaar, en dat verruimt hun blik.
Meer verbinding
De studenten presenteerden de uitkomst van hun onderzoek en ontwerp met posters en video’s. Ze hebben een stedenbouwkundige analyse gemaakt, een PVE (programma van eisen) opgesteld en zijn vervolgens gaan ontwerpen, met de functies in het gebouw en de ruimtelijke inrichting van de omgeving in gedachten.
Ze kregen de opdracht voor een specifieke doelgroep binnen de dak- en thuislozenpopulatie te ontwerpen. Zo heeft Quinten een gebouw ontworpen voor daklozen die kampen met verslaving. ‘Voor hen is het belangrijk dat ze hulp krijgen bij hun verslaving’, legt hij uit, ‘maar het eerste doel is wel opvang, het is geen afkickkliniek.’
Een belangrijk uitgangspunt voor hem was om het stigma dat aan deze groep kleeft te doorbreken en hen meer in verbinding te brengen met stadgenoten. In zijn ontwerp laat hij een bestaand wandelpad op de locatie in de vorm van een trap over het gebouw lopen. ‘In plaats van met een boog eromheen’, zegt hij.
De studenten van de minor hebben in de onderzoeksfase ook kennisgemaakt met het begrip ‘vijandige architectuur’: voorzieningen in de openbare ruimte die ongewenst gedrag weren, ontmoedigen of beperken. Denk aan bankjes waar je niet languit op kunt liggen, aan hinderlijke fluittonen tegen hangjongeren of aan ‘skatestoppers’ om te voorkomen dat skaters van de stoep gebruikmaken met hun bord.

Het gebouw van Quinten is allerminst vijandig. Met mooi weer kun je ook op de trap zitten, bijvoorbeeld bij evenementen als de Parade. Zo maakt het gebouw de omgeving ook aangenamer voor alle bezoekers. Een restaurant en horecaloket zorgen ook voor interactie tussen ‘gewone mensen’ en de bewoners van de opvang. Een van de randvoorwaarden voor het ontwerp is ook dat op de begane grond een publieke functie moet worden gerealiseerd, zoals winkel, horeca of leeszaal.

Wat heeft de doelgroep nodig?
Ook moeders met kinderen kunnen dakloos raken. Student Dilara ontwierp voor die doelgroep ‘transit forward’, een gebouw in drie delen. ‘Ik heb de vraag gesteld: Wat heeft de doelgroep nodig? Dat is natuurlijk als eerste onderdak, maar ook structuur, dagritme, gevoel van gemeenschap en hulp van peers’, vertelt ze.
Die functies zijn in het gebouw terug te vinden. In de bovenste laag heeft ze de woonruimtes voor moeders en kinderen gepland, op de begane grond komen onder meer een restaurant, een community centrum – waar je bijvoorbeeld begeleiding kunt krijgen bij sollicitaties – en een kinderdagverblijf. In haar plan worden die deels gerund door de moeders die er wonen. De buitenruimte biedt een speelplek voor de kinderen in de opvang en de kinderen in de buurt.

De zekerheid van een slaapplek
De studenten hebben vier locaties aangewezen gekregen, kleine parkjes en lege plekken in Rotterdam waar zo’n opvanglocatie zou kunnen komen, op de Blaak, twee plekken bij het Museumpark, en aan de Kruiskade. Student Nathan koos die laatste locatie voor iets dat zijn docent na afloop ‘een lief gebouw’ noemt.
Het viel Nathan op toen hij foto’s maakte van de plek dat de gebouwen eromheen eigenlijk lelijk waren en het park ontsierden, zijn ontwerp met veel hout moet het park ten goede komen. ‘Het gebouwtje maakt het park eigenlijk af.’ Op 230 m² heeft hij naast de opvang ook ruimte voor een restaurant gemaakt, in de zomer met een terras.
‘Voor mijn doelgroep – verslaafden – is het belangrijkst dat ze de zekerheid hebben van een slaapplek’, zegt hij. ‘Dat ze allemaal een klein eigen kamertje hebben, biedt privacy.’ Die eigen kamertjes zijn uiterst sober en 5 m², dat betekent dat er een bed in past en verder niet veel. Ervaringsdeskundige Marco vindt dat geen probleem, die privacy vindt hij belangrijker. Hij heeft zelf door omstandigheden twee jaar in zo’n kamertje gewoond. ‘Dat mag eigenlijk maar drie maanden, maar als het moet hou je het zelfs drie jaar vol. Je kunt douchen op de gang, en naar het toilet. Het is minimaal, maar het is toereikend.’

De minor leunt zwaar op architectuur, maar staat ook open voor studenten van andere opleidingen. Quinten volgt de opleiding ruimtelijke ontwikkeling aan de Hogeschool Rotterdam. ‘Ik vond dit nuttig voor mijn eigen opleidingen, het versterkt andere vaardigheden en het is een andere manier van een probleem aanpakken’, zegt hij. ‘Je kijkt niet alleen naar de omgeving, maar gebruikt die ook in je eigen ontwerp; ik heb bijvoorbeeld torentjes en gevelelementen uit de omgeving gebruikt.’
‘Focussen op meerdere functies van een gebouw was voor mij nieuw’, zegt stedenbouw-student Liv van Hogeschool Saxion, die een gebouw ontwierp voor dakloze Oost-Europese arbeidsmigranten. ‘Die groep kampt met sociale isolatie, en heeft weinig toegang tot ontwikkeling en informatie. Daar wilde ik in mijn ontwerp iets mee doen: gezien worden, meedoen, mentale rust.’

Dara, student industrieel product ontwerpen, verraadt haar achtergrond door een slimme picknicktafel te ontwerpen die je ook als afdakje kunt gebruiken als de opvang vol zit of je toch liever buiten slaapt. ‘Bij ipo lossen we ook problemen op, maar geen maatschappelijk probleem, dat je van zoveel kanten kunt bekijken’, zegt ze. Dat ze dat gedaan heeft voor haar ontwerp, blijkt onder meer uit de bijzondere vorm van haar gebouw. Omdat de doelgroep – dakloze Oost-Europese arbeidsmigranten – vaak religieus is, heeft haar gebouw de vorm van een kruis.

Nathalia Bueno die aan de Haagse Hogeschool bouwkunde studeert en op de HR de minor volgt, heeft zich laten inspireren door Rotterdam. Ze kwam drie jaar geleden naar Nederland en voelde zich in Rotterdam meteen aangesproken door de locatie op de West-Kruiskade. ‘Heel divers’, zegt ze. Op die plek heeft ze een opvang ontworpen voor Oost-Europese arbeidsmigranten. Met zeecontainers – een verwijzing naar de haven én goedkoop en verplaatsbaar bouwmateriaal – vormt haar ontwerp de letters RDAM, vanuit de lucht gezien. Het is niet alleen gimmick, legt ze uit. ‘Ik wilde geen dicht blok creëren maar dat het aan alle kanten open is, om mensen ook naar het groene Park achterin te trekken.’

Ze is zich door dit thema in de minor veel meer bewust geworden van een probleem dat genormaliseerd is, vertelt ze, en dat we liever negeren, maar dat niet normaal is. ‘Wat ik ook heb ontdekt is hoe daklozen eigenlijk zelf als een soort bouwkundigen hun probleem oplossen, soms op de meest creatieve manieren – I respect that.’ Ze hebben ook geleerd hoe belangrijk de opvang is. ‘Zoals Marco zei: je bent echt aan het overleven als dakloze’, aldus Dara. ‘Je kunt dan niet een stap verder denken.’
‘Het blijft mensenwerk’
‘De studenten zijn echt aan het zoeken geweest: wie zijn deze mensen en wat hebben ze nodig’, concludeert Dick Couvee tevreden na afloop. ‘Ik word hier wel vrolijk van. De kwaliteit is hoog, niet alleen esthetisch maar ook qua inspelen op de karakteristieken van verschillende doelgroepen.’
Marco, die als ervaringsdeskundige ook belangenbehartiger is geweest, denk dat de studenten realistische plannen hebben. ‘Doordat de opvang stagneert, zitten mensen soms twee of drie jaar op een plek. Vaak is er totaal gebrek aan privacy, en ben je heel blij met een eigen kamertje ook al is het maar vijf vierkante meter. Het is leuk jonge mensen zo bezig te zien, het blijft mensenwerk.’
Tekst: Edith van Gameren
Afbeeldingen: studenten minor ontwerpen architectuur
Schrijf je in voor onze wekelijkse nieuwsbrief!
Profielen is ook actief op LinkedIn. Volg ons, blijf op de hoogte en praat mee over actuele onderwerpen.






Wat een mooie ontwerpen. Maarre, het roept ook vragen op: wordt dit nu ook uitgevoerd? Ook andere HR-minoren houden zich bezig met de Pauluskerk. Leuk voor onze bewustwording- maar komt er nou iets concreets uit? Zouden we hier iets van estafetteleren kunnen inzetten? Of een duurzaam livinglab?
lijkt mij een goed idee om te kijken of we hier wat handen en voeten aan kunnen geven en de lokale politiek erin betrekken. Even kijken hoe zich dat ontwikkeld na de gemeenteraadsverkiezingen. We kunnen alvast als hogeschool Rotterdam de koppen bij elkaar steken.