Door het gebruik van AI dreigt de startersbaan verloren te gaan – vooral in het hbo. Laten we goed naar de stages van studenten kijken, om van daaruit de junior van de toekomst vorm te geven, betoogt lector Peter Troxler. Want het kunnen toepassen van kennis-in-context blijft onmisbaar.
De hbo-junior verdwijnt. Althans dat zeggen de statistieken. Randstad ziet een daling van bijna dertig procent aan startersbanen. Managers die adviesbureau PwC ondervroeg verwachten dat die trend doorzet. In het Financieele Dagblad vertelt Ceyhun Cetindas dat hij met zijn hbo-bachelor bedrijfskunde geen baan kan vinden. ‘Te weinig ervaring’, zegt hij – net als veel van zijn medestudenten. Hij werkt nu als straatcoach.
In de technische beroepen blijft het krap, meldt het UWV. Dat geldt ook voor verpleegkundigen en fysiotherapeuten. Maar onder de bedrijfseconomische en administratieve beroepen neemt de krapte af. Dat komt ook door AI, zegt het UWV.

De onderste treden van de klassieke carrière ladder in een beroep zijn weg. Het pad is kapot. Waarom is het juist de junior die onder druk staat? En waarom vooral die van het hbo?
Het Nederlandse beroepsonderwijs is historisch opgebouwd langs drie lagen – het ‘hoe’ van het mbo, het ‘wat’ van het hbo, het ‘waarom’ van het wo – een rangorde die niet uit de cognitieve wetenschap voortkomt maar uit de klassenstructuur van de negentiende-eeuwse industrialisering.
In mijn analyse The Not-So-Great Displacement betoog ik dat het hbo-werk (het ‘wat’) het sterkste onder druk komt te staan door AI. De taken die toegepast professioneel werk karakteriseren – het schrijven van rapporten, het analyseren van gegevens, het synthetiseren van bewijsmateriaal, het opstellen van adviezen, het coördineren van informatiestromen, het toepassen van vastgestelde kaders op specifieke gevallen – zijn taken waarbij huidige AI-systemen niet alleen competent zijn, maar in veel contexten ook sneller, goedkoper en consistenter dan menselijke professionals.
Ten opzichte van de senior mist de junior de praktische ervaring van oordelen in omstandigheden van onherleidbare onzekerheid, van ethisch navigeren in complexiteit en van wijs handelen in situaties die geen optimale oplossing kennen – precies wat AI-systemen niet kunnen.
Aristoteles onderscheidde niet alleen tussen techne (ambacht) en episteme (theoretische kennis), maar identificeerde een derde vorm: phronesis, praktische wijsheid, het vermogen om te beoordelen wat het juiste is om te doen in een specifieke, concrete, onherhaalbare situatie. Phronesis is noch pure theorie, noch louter techniek; het vereist ervaring, ethische gevoeligheid en contextueel bewustzijn.
Het is, wellicht, de vorm van kennis die AI het minst goed kan repliceren, omdat het onherleidbaar contextgebonden en evaluerend is. Neem de verpleegkundestudent die een zorgplan laat genereren door een taalmodel. Het plan ziet er goed uit – volledig, gestructureerd, evidence-based. Maar het mist de geur op de kamer, de aarzeling van de familie, de onuitgesproken hiërarchie op de afdeling. Die confrontatie tussen wat de machine levert en wat de situatie vraagt ís phronesis in wording.
Hoe ontwikkel je zo’n kritisch oordeelsvermogen? Door weerstand te ervaren in je werk, door te beseffen dat de geleerde modellen regelmatig de nuances van de realiteit missen, door erachter te komen dat bronnen checken steeds noodzakelijk is. Richard Sennett noemde dat het principe van de vakman: wrijving is waar je van leert. Die wrijving zit vooral in het beginwerk, in het thuisraken in je vakgebied, het leren kennen van de informele gebruiken of in het je eigen maken van de soms ongedefinieerde definitie van ‘kwaliteit’.
Deze ervaring zit vaak in het beginwerk. Een bedrijf als Deloitte ziet dat. Het is daarom niet helemaal gestopt met het aannemen van juniors, zegt het in het FD. Ook andere bedrijven zien dat je niet zonder kunt. De uitstroom van mensen die met pensioen gaan moet ergens opgevuld worden. Door werk anders te verdelen, in stukjes te snijden en seniors te laten meekijken kunnen juniors sneller aan meer complexe opdrachten meewerken. Cursussen en scholing moeten helpen om kennis, vaardigheden en houding te ontwikkelen.
Het kapotte starterspad is daarom geen crisis. Het kapotte pad is een ontwerpvraag – voor zowel bedrijven als hbo-opleidingen. In het Fd pleit de hr-directeur van Deloitte voor een landelijke denktank over de verandering van de arbeidsmarkt door AI. Ik stel een andere route voor, in het verlengde wat John Winsor in het Harvard Business Review als veel waardevoller beschreef dan thought leadership: thought doership – doen om te weten.
Laten we iets doen om de junior een nieuwe betekenis te geven. Let’s redesign the junior.
Ik heb al een idee hoe wij dat zouden kunnen doen: met de stage-seismograaf. Een seismograaf is een instrument dat (aard)bewegingen en verschuivingen kan meten, ook heel subtiele, kleine, niet alleen de grotere aardbevingen die iedereen voelt. De stage is in onze opleidingen doorgaans het moment wanneer studenten, vaak voor de eerste keer, hun eigen beroepspraktijk ervaren. Ze kunnen het op school geleerde in de praktijk toepassen – of niet. Ze ervaren wat klopt en wat niet klopt, wat past en wat niet past, wat ze hebben en wat ze missen. En ook hun stagebegeleiders merken op wat de studenten weten en kunnen.
Deze persoonlijke ervaringen zijn betekenisvolle signalen, die we moeten verzamelen en duiden – de studenten gezamenlijk en met hun stagebegeleiders, onder begeleiding van een team onderzoekers. Zo kunnen er beelden ontstaan van de mogelijke toekomst van het werk van de hbo-junior. Deze beelden kunnen we gebruiken om een nieuwe toekomst voor de junior te ontwerpen. Zodat de toekomstige Ceyhun Cetindassen weer een baan vinden. Omdat ze de juiste, onmisbare praktijkervaring hebben opgedaan in hun opleiding.
Profielen is ook actief op LinkedIn. Volg ons, blijf op de hoogte en praat mee over actuele onderwerpen.
De redactie waardeert het als je onder je eigen naam reageert.
Lees hier alle details over onze spelregels.
Alhoewel ik het zeker eens ben met deze analyse en het sterke pleidooi, ben ik van mening dat het een deel van het probleem overslaat. Veel bedrijven hebben de capaciteiten niet meer om talent te kweken en medewerkers te ontwikkelen. Strenge FTE-eisen, tekorten en verzuim zorgen ervoor dat er bijna geen ruimte is voor een ontwikkeltraject. Als het gewone personeel al op hun tandvlees loopt, is er simpelweg geen ruimte om een junior te ontwikkelen; laat staan een stagiair te ondersteunen.
Wat een mooi startpunt voor een oplossingsrichting. Ik geloof erin dat we, als we goed samenwerken met onze partners en in gezamenlijkheid hiervoor passende oplossingen ontwikkelen, we een nog sterker aanbod als innovator en kennisinstelling kunnen ontwikkelen. Wordt vervolgd …
Hopelijk gaan meer jongeren voor het mbo kiezen in plaats van het hbo.
Zou Pablo diens opmerking kunnen toelichten? Wat is het voordeel als meer mensen mbo kiezen? Ik lees in het artikel niet dat er teveel hbo’ers zijn, alleen dat er weinig ruimte is aan de onderkant van de hbo trap momenteel.