De afgelopen paar jaren zijn er minder studenten en docenten in de gebouwen van de hogeschool te vinden dan voorheen. Dat is niet iets Rotterdams, het gaat vrijwel overal zo. Er worden allerlei redenen voor gegeven: corona, AI en dat Gen Z heel anders denkt over het volgen van een opleiding.
Er wordt gezocht naar allerlei oplossingen om het schip weer een beetje vlot te trekken. Het instellen van een aanwezigheidsplicht wordt vaak genoemd, maar ook het digitaliseren van het onderwijs. Dat zou deze generatie studenten veel aantrekkelijker vinden. Kijken of je onderwijs kunt gamificeren, zodat het beloningssysteem in je hersenen een boost krijgt als je het goede antwoord geeft.
Ik denk dat er nog iets anders aan de hand is: onderwijs is zelf een product geworden. Het is inwisselbaar, verhandelbaar, moduleerbaar, opknipbaar, digitaliseerbaar en berekenbaar geworden. Het product is een diploma dat toegang geeft tot de arbeidsmarkt en beginnende professionals die geleerd hebben dat ze moeten presteren om dat diploma te behalen.
Bedenk eens wat dat doet met het onderwijs. De betekenis van het onderwijs wordt niet gezocht in het samen stilstaan bij de wereld en bij elkaar, maar in vooraf geformuleerde leerdoelen, leerreizen en studiesucces. Wat er geleerd wordt en de betekenis daarvan voor mens en natuur is van secundair belang. Daar is ook helemaal geen tijd of geld voor. Het gaat erom dat je scoort! Vind je het gek dat studenten ervoor kiezen om hun tijd efficiënt te gebruiken en niet zoveel connectie voelen met hun opleiding?
We doen hard ons best om die betekenisvolle kant toch in onze onderwijsprogramma’s te schrijven. Het gaat over professionele identiteit, reflectie, ethiek, verbindend communiceren en over learning communities. Hoe belangrijk die op zichzelf ook zijn, als je zaken als gemeenschap, reflectie en identiteitsvorming steeds zó expliciet moet benoemen, dan zijn ze blijkbaar niet meer vanzelfsprekend aanwezig. En dat is niet zo gek: waar individueel studiesucces de norm is, daar staat gemeenschap op de tocht.
Byung-Chul Han schrijft in zijn boek Over het verdwijnen van rituelen een stuk over de hogeschool. Het Oudgriekse woord scholè betekent letterlijk ‘vrije tijd’, en dus betekent hogeschool vrije tijd op een hoog plan. Vrije tijd houdt in dat je niet onderworpen bent aan een extern doel, maar je op een plaats bevinden waar je gevormd wordt en waar alles een vaste tijd en plaats heeft. Daar horen ook terugkerende rituelen met een feestelijk of plechtig karakter bij, zoals we bijvoorbeeld de diplomering nog hebben.
Maar nu is de hogeschool gericht op de arbeidsmarkt, op productie en presteren en daardoor is de tijd op school niet echt vrij meer. Er zijn minder rituelen die in zichzelf betekenisvol zijn. Volgens Han zijn ze ‘alleen nog maar een extra gelegenheid om selfies te maken of de eigen prestatie bevestigd te zien’. Misschien dat het repetitieve nakijkwerk nog een beetje een ritueel karakter heeft voor docenten, maar dan vooral in de zin van ‘terugkerend’ en minder in de zin van ‘feestelijk’.
Als we willen dat studenten en docenten weer op school zijn, dan zullen we dus aandacht moeten geven aan tijd, plaats en het doel van onderwijs.
Laat een reactie achter
Spelregels
De redactie waardeert het als je onder je eigen naam reageert.
Lees hier alle details over onze spelregels.
Back to Top