De aprilzon schijnt. De bomen tegenover mijn huis kleuren als bij toverslag knalgroen. De borders van de Maasboulevard staan bomvol bloeiende paardenbloemen. Er fluit en fladdert van alles in heggen en onder dakgoten. En het mooiste van alles: ik pas nog in mijn zomerkleren.
De lente heeft een grillige agenda; je weet nooit wanneer je rillend van de kou van je fiets waait, drie keer per dag natregent of dat de natuur zich plotseling en collectief weer chic en charmant gedraagt. Ineens slepen alle vogeltjes met takjes en rommeltjes alsof hun leven ervan afhangt (wat natuurlijk ook zo is), is een ‘tussenjas’ alweer te warm en heb je ineens een verbrand voorhoofd als je een uurtje hardgelopen hebt.
Zelf bezit ik niet de modus waardoor ik in april spontaan aan mijn nest begin te bouwen. Ik ben beter in observeren; ik kijk naar buiten, zie de zon, een meesje met een sprietje in zijn snavel en denk: alles komt goed. Mede dankzij het feit dat ik dat jurkje van vorig jaar nog pas.
Dat klinkt naïef en wegkijkerig als je het nieuws ook maar een beetje volgt, en dat vind ik zelf eerlijk gezegd ook, maar een mens heeft af en toe zo’n kop-in-het-zand-koetjes-en-kalfjes-moment nodig. Ik in elk geval wel. Dan is het toch prettig dat naast al die zonneschijn tenminste één jurk nog soepel past; dat geeft een mens moed. Want als één jurkje nog past, dan past de rest van mijn zomergarderobe waarschijnlijk ook.
De vogeltjes en bloemetjes gaan intussen onverstoorbaar hun gang. Zij hebben geen last van al dan niet passende zomerjurkjes of wel of geen jas aan en wélke jas dan toch. Daar kunnen wij mensen nog wat van leren. Als ik me niet vergis, staat zelfs in de Bijbel dat je je nog zo fraai kunt kleden, maar dat je het nooit wint van een veldlelie die zonder enige inspanning prachtig staat te bloeien.
Naast die mooie lelie vind ik vogelnestjes nog het meest inspirerend. Dat fanatieke gesleep met takjes, pluisjes en wat afval van de straat. Ik vind het geruststellend dat zo’n – van een afstandje – warrig ogend nest laat zien, dat perfectie hier warm en stevig genoeg betekent. Dat is eigenlijk een veel vriendelijkere norm van perfectie dan de meeste mensen zichzelf opleggen.
Ik denk dat ik dat de echte charme van de lente vind: dat alles weer een beetje meer mogelijk lijkt. Niet groots en meeslepend, maar warm, klein en concreet. Zon op m’n gezicht. Fluitende merels in de ochtend. M’n lief die nieuwe Franse geraniums in de bloembakken heeft gezet. En het comfortabele genoegen van een zomerjurk die nog gewoon past.
Soms is dat al meer dan genoeg.
De redactie waardeert het als je onder je eigen naam reageert.
Lees hier alle details over onze spelregels.
Geen bloed, zweet en tranen, geen taboes, en met de rafelrandjes gaat de natuur aan de slag. Je wacht tot de omslag komt naar de grote wereld. Fijn, deze keer echt alleen dicht bij moeder aarde 🙂 Dank! Marijke