Binnenkort bestaat de Rotterdam Academy vijftien jaar. Een mooi, maar bitter jubileum: want na deze periode van bloei volgt de verdorring. Door de domeinvorming wordt de RAC uiteen gescheurd, waar ik eerder over schreef. Onze opleidingen worden over de hele stad versnipperd. Het einde van de RAC als instituut. Het einde van een tijdperk.
Ik zie paralellen tussen de groei van de RAC en die van mezelf. In de beginperiode waren we moedige, vernieuwende hemelbestormers. Onbesuisd, volhardend, roeiend tegen de stroom in, vechtend tegen dedain. Het Ad-onderwijs was nog nieuw, de RAC was nog kleinschalig. In de binnentuin van de Pieter de Hooch herkende ik al mijn studenten, kon ze allemaal bij naam noemen.
Het was ook mijn intrede in het vak van docent: ik was leergierig, gefascineerd, vol vuur om studenten uit de Poel der Onwetendheid te trekken. Ons onderwijs was speels, proefondervindelijk. Er waren weinig regels of kaders. We waren met iets nagelnieuws bezig, er was ruimte voor experimenten. Onze klassen zaten overvol. En we groeiden als een malle. Ja, door ons verkorte, tweejarige onderwijs, maar vooral door ons gepassioneerde vuur.
We bleven groeien, maar consolideerden. Verhuisden naar het Museumpark. Legden onszelf beperkingen op. Reguleerden onszelf met procedures. Verruilden onze status van pioniers voor die van professionals. Ook ik werd steeds professioneler. Werkte niet meer hele weekenden door, beoordeelde hoe ik mijn tijd het beste kon gebruiken. Niet langer offerde ik alles op voor mijn werk. Ja, het bleef een roeping, maar mijn kinderen, familie en vrienden waren de kern.
Ik trainde mijn focus op de schietbaan; waar anderen yoga doen, zocht ik de precisie van het vuurwapen. Ik dwong mezelf tot de verstilling van de kalligrafie, de discipline van de inkt op het papier. Werd lid van een leesclub, verloor mezelf weer in de gelaagdheid van literatuur. En ik begon studenten milder te bekijken, met meer wijsheid en empathie. Ik werd minder ongeduldig.
Maar de tijden zijn nu uitdagender. De studentengroei stokt, zelfs bij ons. De klassen raken leger; blijkbaar is ons onderwijs niet relevant genoeg meer. De meeste studenten komen met lichte tegenzin naar school, zijn ongeduldig om weer snel in de metro naar huis te springen. We moeten continu vechten tegen de afleidingen van hun mobieltjes. Studenten besteden steeds meer denkwerk uit aan AI; ik heb niet het idee dat ze daar erg veel slimmer van worden. Ze kijken me bevreemd aan als ik ze vraag of ze niet méér onderwijs willen, in ruil voor hun collegegeld. Waar ik vroeger nog harder zou zijn gaan trekken, voel ik nu berusting. Ik heb slechts zeer beperkt invloed op deze ontwikkelingen.
Het enige wat ik kan doen is het best mogelijke onderwijs geven. Mijn liefde voor de schoonheid van de wereld delen met wie het horen wil. Ik ben gestopt met daten; de oppervlakkige ruis slurpt energie die ik liever investeer in wat echt beklijft. Ik heb mijn tweede roman afgerond, als een maniak tikkend in de avonduren, bevlogen met een heilig vuur.
Ik ben een moestuin begonnen. Het onkruid dat ik wied, staat symbool voor alles wat wezenlijke groei belemmert. Mijn planten ondergaan de grillen van de natuur: regen, storm, de brandende zon. Ze voeden zich, bewegen mee, berusten. Ze laten zich oogsten zodra ze volgroeid zijn. Ik groei met ze mee. Ik jaag niet meer op resultaat, maar vertrouw op eigen kracht. Ik verwelkom de oogst, maar alleen als die in alle rust is volgroeid. De werkelijke waarde zit in de kwaliteit die onkruid, tegenspoed en de tijd overleeft.
Laat een reactie achter
Spelregels
De redactie waardeert het als je onder je eigen naam reageert.
Lees hier alle details over onze spelregels.
Back to Top