Al vaker schreef ik over mijn leeftijdsoverpeinzingen, maar deze keer voelde het weer als nieuw. Want, eenmaal de zesentwintig gepasseerd, word ik al door verschillende veertigers beschouwd als één van hen. In vragenlijsten of enquêtes behoor ik nu tot de 26 tot 35 categorie en alsof het allemaal nog niet erger kon heb ik het gevoel dat het uitzichtloze deel van mijn leven, waarin schade nog inhaalbaar leek, nu echt voorbij is.
Toen een nieuwsbericht waar ik van schrok. Lieke Marsman overleed vorige week. Ze schreef in haar werk over haar aanstaande dood, de angst die ze daarvoor voelde en hoe ze omging met het leven dat haar restte. Deze paar zinnen doen haar natuurlijk in elk opzicht finaal te kort. Maar ik moet denken aan haar werk als ik denk aan haar, en dat voert de boventoon in de afgelopen week.
Een tijd terug stond ik bij de tweedehandsboekhandel in mijn buurt met haar boek in mijn handen. Tot tranen toe geroerd las ik een paar zinnen uit Op een andere planeet kunnen ze me redden. Ik legde het gauw weer terug. Ik durfde het niet te kopen, terwijl het me enorm aantrok. Te bang voor het onderwerp, voor ellende van een ander, voor angsten die gezaaid kunnen worden bij het lezen van woorden en geoogst op het moment dat het rijp is. Laf maar in zelfbescherming legde ik het terug.
Wel vaker behoed ik mezelf voor verdriet van een ander. Dat schijnt gebruikelijk te zijn, zeker voor mensen van mijn sterrenbeeld. Alleen, niemand gelooft meer in astrologie totdat het troostend is. Ikzelf houd wel van een vleugje bovennatuurlijkegeilerij en omdat ik “vissen” ben schijn ik energieën te kunnen voelen van anderen. ‘Omdat vissen het laatste teken van de dierenriem is, daardoor alle tekens langs is doorgegaan ben jij zo gevoelig!’, had een vriendin met neusring met grote ogen ooit samenzweerderig beweerd, toen ik besloot me eens te verdiepen in mijn geboorteteken. Ze vertelde me dat ik emoties van anderen kan overnemen en dat het mijn taak is dat juist niét te doen. ‘Dat kost energie.’ Ik geloofde haar direct.
Deze week dacht ik aan die conversatie terug. En aan het moment in de boekhandel. En aan hoe erg, hoe zielig, hoe verdrietig, alles. Het klopt dat ik eindeloos pieker, dat ik kan horen aan de manier van lopen hoe iemand zich voelt, dat ik kan huilen als ik denk aan het verdriet van een ander, de ellende van de wereld, al het dierenleed, alle onterecht gekwelde mensen, een Lieke Marsman die ongeneeslijk ziek werd. En dan durf ik me zorgen te maken dat ik het 26-35 hokje moet aankruisen bij een enquête?
Ik heb besloten het niet te zien als zwakke plek, maar als spier die getraind kan worden. De weltschmerz mag soms gerelativeerd worden, want in een oude zeikerd heeft niemand zin. Ik ga het boek van Lieke Marsman kopen als ik dit blog heb opgestuurd.
Ze is een voorbeeld voor hoop, dat in ieder geval beter is dan, zoals ze zelf zei, ‘hopeloos doorleven’.
Laat een reactie achter
Spelregels
De redactie waardeert het als je onder je eigen naam reageert.
Lees hier alle details over onze spelregels.
Back to Top