Intro bouwkunde: samen bouwen aan een schommel, en aan een team
Gepubliceerd: 31 August 2026 • Leestijd: 4 minuten en 16 seconden • EerstejaarsEen wip, draaimolen of schommel maken van basismaterialen als pijpen, koppelstukken en planken. Het leek een simpele opdracht die de eerstejaars tijdens de introductiedag bouwkunde moesten uitvoeren, maar er kwam samenwerking, discipline en een lading creativiteit bij kijken. Profielen keek mee op de kade van de RDM hoe de studenten het met vereende krachten flikten.
‘We wachten nog even tot de bui over is’, zegt bouwkunde-docent Henk Snikkers terwijl hij met een zuinig gezicht naar de wolkbreuk boven Heijplaat loert. Want hoewel op een bouwplaats ook niet altijd het zonnetje schijnt, heeft de voormalig projectmanager in de vastgoedwereld mededogen met de jonge groep potentiële architecten, uitvoerders, stedenbouwkundigen, bouwcalculators en BIM-modelleurs.

Als de wolken zijn verdwenen, grijpt Henk de megafoon om de troepen – zo’n honderd studenten – te verzamelen om aan de opdracht te beginnen. In de ochtenduren hebben ze een maquette van een brug gebouwd en nu mogen ze met hun klas aan de slag in het steigerspel. ‘Kunnen jullie allemaal even de handen opsteken’, roept hij naar de groep die zojuist hun veiligheids(hand)schoenen hebben aangetrokken en helmen hebben opgezet. ‘Tel je tien vingers? Mooi. Laten we zorgen dat dit na de opdracht nog steeds zo is. Veiligheid voorop dus!’
‘Tel je tien vingers? Mooi. Laten we zorgen dat dit na de opdracht nog steeds zo is. Veiligheid voorop dus!’
De toon is gezet en de klassen worden verdeeld. Er zijn zes groepen en ieder krijgt een aparte opdracht met steigermaterialen. Er moeten binnen anderhalf uur een schommel, wipwap, waterverplaatsings-installatie en een draaimolen op de kade staan. Klas F moet de schommel fabriceren, die minimaal een halve meter boven de grond kan zwaaien. De groep wordt onderverdeeld in bedenkers, voorbereiders, leveranciers, uitvoerders, bouwers en kwaliteitsborgers. Van een echte taakverdeling lijkt in het begin nog geen sprake; vooral het zelfvertrouwen – of juist het gebrek eraan – lijkt te bepalen wie de meeste inspraak heeft bij de constructie van het bouwwerk.

Tuana maakt ondertussen de ontwerpschets. Ze is gek op tekenen en wil heel graag architect worden. ‘Het lijkt me fantastisch als je eigen creaties tot leven komen’, vertelt ze glunderend. ‘Dat je naar een bouwplaats gaat en iets ziet ontstaan dat uit jouw gedachten komt, is echt te gek.’
‘Dat je naar een bouwplaats gaat en iets ziet ontstaan dat uit jouw gedachten komt, is echt te gek.’
Max loopt met een grote glimlach rond zijn klasgenoten en concludeert dat de groepsgrootte de samenwerking en rolverdeling misschien wat in de weg staat. ‘Wie houdt eigenlijk de veiligheid in de gaten?’, vraagt hij zich licht bezorgd af. Het antwoord ‘niemand’ dat uit de groep schalt maakt hem niet veel geruster. Max is met zijn 26 jaar ouder dan de meesten, maar dat komt omdat hij van opleiding is gewisseld. ‘Ik zat eerst in de games en 3D-techniek, maar was daar een beetje klaar mee. In de bouw kan ik 3D én data – een andere passie van mij – goed koppelen.’

Docent Henk komt kijken hoe het bij de klas F vordert. Er zijn drie groepjes met constructies bezig, dus een geheel is nog niet te spotten. ‘Het is nu nog een beetje kluitjesvoetbal’, zegt hij met licht leedvermaak. ‘Maar je zult zien: het komt goed. Straks vinden ze allemaal hun rol en staat er ineens een bouwwerk.’ Niet veel later krijgt hij gelijk en staat er een constructie, die echter zo scheef is als een hangende dakgoot. ‘Ze kunnen ook niets van boven bevestigen op deze manier. Maar ook daar komen ze vanzelf achter.’
‘Je zult zien: het komt goed. Straks vinden ze allemaal hun rol en staat er ineens een bouwwerk.’
Anna ontpopt zich als een leider op de ‘bouwplaats’. Ze stuurt en delegeert haar klasgenoten en de meeste lijken haar aanwijzingen ook zelfs serieus te nemen. ‘Ik heb eerst watermanagement gestudeerd’, vertelt ze. ‘Maar ik vond het veel minder leuk dan ik had verwacht. Na een gesprek met mijn mentor kwam ik op bouwkunde, omdat daar zoveel uitdagingen in zitten. Wat ik ermee ga doen? Nog geen idee. Maar zoals ik al zei: je kunt zoveel kanten op. Ik ga het op het gemak uitzoeken.’
Terwijl de buren van Klas B al pontificaal met zes man over hun gebouwde steigerconstructie banjeren, zijn de contouren van een schommel nog ver te zoeken bij klas F. ‘Nog drie kwartier!’, schreeuwt docent Henk door zijn megafoon, wat de zweetdruppeltjes van inspanning én stress nog wat rijkelijker laat stromen.
‘Het is leuk dat alles op deze introductiedag zo ongedwongen is’
Ervin en Lee staan een beetje te geinen naast de constructie en maken zich nog niet zo’n zorgen of het gaat lukken. Ze genieten vooral van de dag in het zonnetje met klasgenoten. ‘Het is leuk dat alles op deze introductiedag zo ongedwongen is’, legt Ervin uit. ‘Je hoeft geen vrienden te worden, maar daardoor word je het juist. Er zit geen drang achter.’ Lee is het met hem eens. Ze heeft veel zin in het komende schooljaar, waar ze haar passies wil laten samenkomen. ‘Ik ben gek op tekenen. Eigenlijk zou ik het liefst kunstenares worden, maar daar is geen geld in te verdienen. Met een bouwkunde-diploma op zak, heb ik ook nog het gevoel dat ik iets voor de samenleving terug kan doen. Dingen maken waar anderen plezier van hebben. Dat vind ik een mooie gedachte.’

Met nog een kwartiertje te gaan, staat er plots een functioneerde schommel op de kade. Twee eerstejaars van klas F nemen de gok en zwieren van voor naar achter zonder dat alles ineen kukelt. Missie geslaagd dus. De opdracht wordt niet gewonnen, want die eer gaat naar de waterinstallatie, die – eerlijk is eerlijk – echt super creatief bedacht is.
Voor de schommel is in het juryrapport wél een eervolle vermelding, omdat ze ‘creatief de opdracht konden uitleggen’. De gevraagde halve meter hoogte werd niet gehaald, maar de reden werd zo overtuigend gebracht, dat de juryleden wel overstag moesten gaan. ‘Dat hoort ook bij de bouwwereld’, zegt Henk lachend. ‘Je moet je werk goed kunnen verkopen.’
Tekst en foto’s: John den Braber






Laat een reactie achter
Spelregels
De redactie waardeert het als je onder je eigen naam reageert.
Lees hier alle details over onze spelregels.
Aanbevolen door de redactie
Langstudeerders finance & control helpen elkaar over de eindstreep: ‘Zonder deze twee had ik het niet gehaald’
Ingezonden: We moeten AI pauzeren en niet normaliseren op de Hogeschool Rotterdam
Ahmetcan laat studie niet door AI doen, maar studeert samen mét AI
Back to Top