Shared dining is vrolijk en hip en bijna onvermijdelijk tegenwoordig. Een tafel vol bakjes en schaaltjes, porrende vorken, gesprekken die door elkaar lopen; supergezellig! We genieten van de gemarineerde bloemkool, vegetarische kroketjes, gefrituurde pepers en patatas bravas.
Even later wordt er ook een schaaltjes met kipvleugeltjes en gamba’s gebracht (per gamba bijna zeven euro per stuk, zegt een tafelgenoot met lichte verwondering). Ik heb zelfs per ongeluk calamaris besteld – die ik als vegetariër niet eet – omdat ik kalamata verstond, maar dat vond gelukkig niemand erg.
Die gamba’s en de kipvleugeltjes eet ik natuurlijk niet. Wel zie ik dat de bloemkool en de aardappeltjes bijna op zijn. Bloemkool bijbestellen kan natuurlijk ook.
Intussen voel ik me wat ongemakkelijk omdat ik na zit te denken over de prijs van de gamba’s. Daar schaam ik me voor; ik wil daar helemaal niet mee bezig zijn en straks gewoon de rekening delen, zonder uit te rekenen wie wat en voor hoeveel heeft gegeten en gedronken.
En dat gaat eigenlijk altijd goed, want wederkerigheid betekent voor mij niet ‘op de cent nauwkeurig’. Sterker nog, dat is ook niet hoe reciprociteit werkt. De ene keer betaal ík wat meer, de andere keer jij. En soms geef je iets, waar nooit iets voor terug lijkt te komen: ook goed. Het is vermoeiend en een beetje zuur als alles altijd direct vereffend moet worden. En vereffenen zit hem trouwens niet alleen in geld, maar ook in aandacht voor elkaar, tijd die je investeert, privileges die je inzet enzoveurt.
Mijn blik keert terug naar de schaal met gamba’s. Ik betaal straks mee aan iets relatiefs duurs, wat ik uit overtuiging niet eet. Maar hoe consequent hanteer ik dat principe eigenlijk? Of houd ik het ook zorgvuldig bij als een ander wat mínder eet dan ik? Of spa drinkt in plaats van (zoals ik) Grüner Veltliner van zeven euro per glas? Wat vindt de geen alcohol drinkende tafelgenoot eigenlijk van die flessen wijn die voorbijkomen en die wel op de rekening belanden? En wat als ik niet toevallig had opgevangen wat de prijs van die vermaledijde gamba’s was?
Dan zegt iemand dat ze niet lekker zijn en uiteindelijk gaan ze van de rekening. Plop, opgelost. Toch? Maar wat blijft is dat ik terwijl ik relaxed zat te keuvelen met mijn wijntje, ook een sneu principieel ambtenaartje was. Alsof ik er volgende week één broodje hummus met gegrilde groenten minder om zou eten.
Achteraf kan ik er om lachen; blijkbaar kan ik wederkerigheid een prachtig uitgangspunt vinden en tegelijk ineens onrustig worden van een gamba van zeven euro. Grappig en suf tegelijk. Ik wil een hedonist zijn! Een filantroop!
Maar ik moet het doen met de persoon die ik daadwerkelijk ben: vaak genoeg gul en groothartig en dus soms een zuurpruim in een grijs spencertje, die de vegakroketjes telt.
De redactie waardeert het als je onder je eigen naam reageert.
Lees hier alle details over onze spelregels.
Heerlijke, menselijke blog Afke, love it!