Inclusie bevorderen is niet de verantwoordelijkheid van de mensen die worden uitgesloten, schrijft Ragnar Dienske, docent en onderzoeker bij het instituut voor sociale opleidingen. Het valt hem weer op in aanloop naar de Pride March: ‘Het is alsof de inclusie en emancipatie van LGBTQIA+ mensen vooral een aangelegenheid is van henzelf’. (Queer) acceptatie is geen hobby voor queers, vindt hij.
Deze week bereikte mij het bericht dat het met de homo-acceptatie onder jongeren erbarmelijk gesteld is. Uit recent onderzoek blijkt dat slechts 22 procent van de jongens op middelbare scholen positief tegenover homoseksualiteit staat.
Tegelijkertijd bereikte mij binnen Hogeschool Rotterdam het bericht dat Included heeft moeten besluiten om niet als HR-gemeenschap deel te nemen aan de Rotterdamse Pride March, omdat er te weinig animo voor was.
Dat is niet alleen ironisch, maar ook tekenend.
Heel wat jaren geleden ontstond binnen de hogeschool een kleine rel over het wel of niet hijsen van de regenboogvlag. De toenmalige voorzitter van het college van bestuur, Ron Bormans, gaf destijds in een nogal armoedige verklaring aan dat die vlag eigenlijk niet nodig was, het rood van Hogeschool Rotterdam zou immers al staan voor inclusie van iedereen, dus ook van LGBTQIA+ mensen (zie ook deze ietwat gênante Boos aflevering). Naast dit bericht kregen ‘de queers’ ook te horen dat een eventueel initiatief dat zij gingen organiseren op facilitering van het cvb kon rekenen, maar dat HR zelf niets ging organiseren. Inmiddels is er gelukkig wel iets veranderd (hulde voor Included). Toch blijft het soms lijken alsof de inclusie en emancipatie van LGBTQIA+ mensen vooral een aangelegenheid is van LGBTQIA+ mensen zelf.
En volgens mij zien we hetzelfde mechanisme breder terug. Inclusie van een bepaalde groep wordt best vaak het project van die groep zelf. Een programma rond Keti Koti? Een gesprek over de doorwerking van het koloniale verleden van Nederland? Een bijeenkomst over racisme? Steeds weer zie je dat vooral mensen die zelf tot de betreffende en/of gemarginaliseerde groep behoren komen opdagen.
Queer-mensen moeten zich inzetten voor queer-inclusie en mensen die racisme ervaren moeten het gesprek over racisme organiseren. Kortom: mensen die worden uitgesloten mogen veelal zelf vertellen waarom hun uitsluiting een probleem is.
Maar inclusie werkt natuurlijk niet zo. Solidariteit en inclusie beginnen juist waar je eigen directe belang ophoudt. Een mooi voorbeeld daarvan zag ik in Striking with Pride. LGBTQIA+ activisten zamelden tijdens de Britse mijnwerkersstaking geld in voor mijnwerkers in Zuid-Wales. Die solidariteit werd later beantwoord toen mijnwerkers naar Londen kwamen om mee te lopen met Pride, in een tijd waarin Pride nog heel nadrukkelijk een protestmars was. Niet omdat de strijd van de ander ook ineens over henzelf ging, maar omdat ze vonden dat die strijd ook hun strijd was.
En solidariteit en inclusie vragen meer dan meelopen met een Pride March of aanwezig zijn bij een bijeenkomst. Het betekent ook dat je je uitspreekt wanneer mensen worden buitengesloten. Ook daar lijk ik iets te zien dat ik wil adresseren. Uitspraken die anderen uitsluiten lijken steeds gemakkelijker gelegitimeerd te worden als ‘een mening’, terwijl degene die dat afwijst snel wordt verweten niet open te staan voor de dialoog.
En om eerlijk te zijn, van die dialoog word ik erg moe.
Ik heb geen behoefte aan een ‘woke versus anti-woke’-bijeenkomst waarin iemand beweert dat gevoel van PVV’ers dat zij buitengesloten worden ook legitiem is. Ik heb ook geen behoefte aan gesprekken over de vraag of LGBTQIA+ mensen misschien toch een beetje te zichtbaar zijn, of dat ‘al die LGBTQIA+ dingen’ worden opgedrongen.
Soms worden dit soort opmerkingen heel genuanceerd en indirect gebracht, maar juist daarin zit voor mij het probleem. Uitsluiting begint niet meteen met openlijke haat. Het begint vaker met het langzaam normaliseren van het idee dat bepaalde mensen toch een beetje bijzonder, ingewikkeld, bedreigend, overdreven zichtbaar of problematisch zijn. Of met het afzwakken en normaliseren van mensen die daadwerkelijk problematische uitspraken doen (zoals toen de media Geert Wilders en masse Geert Milders gingen noemen).
Je ziet dat mechanisme op allerlei plekken terug. Een Minister van Onderwijs die een regenboogzebrapad provocerend noemt. Een voormalig fractievoorzitter die het uitdelen van watermeloenen als antisemitisch bestempelt. Een wetenschapper die spreekt over ‘anti-blank racisme’. Of, dichter bij huis, een hogeschool die tijdens de Prideweek niet de pridevlag hijst.
Normalisering zit niet alleen in wat er wordt gezegd. Het zit ook in hoe wij daarop reageren. Door uitsluitende denkbeelden te behandelen alsof het simpelweg interessante perspectieven zijn die vooral onbevangen bevraagd zouden moeten worden. Door degene die ertegen protesteert te verwijten niet voldoende open te staan voor dialoog. Of door onze schouders op te halen omdat het uiteindelijk niet over onszelf gaat.
Uitsluiting begint lang niet altijd met openlijke haat. Haat krijgt ruimte door desinteresse en onverschilligheid. Door te denken dat die Pride March eigenlijk niet zo nodig meer hoeft of jou niet aangaat. Door te vinden dat een bijeenkomst over het koloniale verleden alleen interessant is voor mensen die daar zelf ‘iets mee hebben’. Door te zwijgen wanneer iemand xenofobe, racistische, seksistische of homofobe denkbeelden uitspreekt omdat je zelf niet degene bent over wie het gaat. Of door het valse idee dat je bijdraagt aan inclusie door vanuit een zogenaamde neutraliteit de ‘dialoog’ aan te gaan over de vraag of anderen eigenlijk wel volledig geaccepteerd zouden moeten worden.
Daarom is queeracceptatie geen hobby voor queers. En daarom is inclusie geen taak van de mensen die worden uitgesloten. Juist wie zelf niet wordt geraakt, heeft de verantwoordelijkheid om op te staan.
Zelf een ingezonden brief sturen? Dat kan!
Profielen is het platform voor nieuws en opinie van de Hogeschool Rotterdam. Wil je jouw ingezonden stuk op onze opiniepagina’s? Stuur het naar profielen@hr.nl. We stemmen dan met je af of, hoe en wanneer we het publiceren.
Wil je jouw visie delen met de HR-community maar heb je nog geen kant-en-klaar verhaal? Geen probleem, stuur een mail naar profielen@hr.nl met je idee en we helpen je graag.
Profielen is ook actief op LinkedIn. Volg ons, blijf op de hoogte en praat mee over actuele onderwerpen.
De redactie waardeert het als je onder je eigen naam reageert.
Lees hier alle details over onze spelregels.
Niet om het een of ander, maar had een of andere Sophie Straat ooit de uitspraak “Alle witte mannen naar achteren” gedaan?
Wie wordt hier nu uitgesloten? Er is op 30 juni slavernijherdenking. Er is jaarlijks een gaypride. Er is een internationale vrouwendag. Er is nacht van de vluchteling. Maar wanneer is het nou eigenlijk witte mannen dag? Volgens mij worden wij hier uitgesloten!
En dat terwijl witte mannen toch de grootste steunpilaren van de Nederlandse economie zijn, of je dat feit nou leuk vindt of niet!
@Klaes, je reactie doet mij denken aan de tijd dat ik ongeveer 5 jaar was en na ‘moederdag’ en ‘vaderdag’ verontwaardigd vroeg wanneer het eindelijk eens KINDERDAG zou zijn!?? Of aan die keer dat mijn zoon van destijds 4 antwoordde ‘JIJ KUNT TOCH OOK WEL EEN KEER IETS DOEN??!’ toen ik hem vroeg zelf even zijn lege bordje naar de keuken te brengen.
Och, arme witte man, wat een zwaar leven in deze patriachiale maatschappij. Waar witte mannen de meerderheid voeren in de regering, medische wereld, topfuncties, etc. Waar vrouwen hun carriere op een laag vuurtje zetten om de kinderen op te voeden en het huishouden draaiend te houden zodat de arme witte man kan werken, paddelen, naar voetbalwedstrijden en biertje drinken met zijn matties.
Vrouwen kunnen niet eens veilig van a naar b in de avond. Arme witte man.
Homos en lesbiennes kunnen niet hand in hand de straat over zonder uitgescholden te worden. Soms erger nog, in elkaar geslagen. Arme witte man.
Wat een zwaar oneerlijk leven.
@Klaes Wat is er mis met ruimte maken voor een ander, zodat die dezelfde kansen krijgt? Het betekent niet dat jij er niet mag zijn, het maakt de speelruimte alleen maar gelijkwaardiger.