Ga direct naar inhoud
Profielen | Profielen translated
1 maart 2021

Zwart logo Profielen

Onafhankelijk nieuws van de Hogeschool Rotterdam

Masterkoorts bij hbo-docenten loopt op

Gepubliceerd: 4 November 2014 • Leestijd: 10 minuten en 38 seconden • Longread

Alle docenten die bij de HR in dienst komen, moeten een master hebben en zittende docenten worden teruggestuurd naar de collegebankjes. Terwijl de masterkoorts oploopt, groeit de scepsis. ‘Ik word hier echt geen betere docent van.’

Illustratie: Saman Dezai
Illustratie: Saman Dezai

Tekst: Miro Lucassen & Yvonne van de Meent

Binnen vier jaar het aantal docenten met een master opkrikken naar 70 procent. De HR heeft het beloofd, maar het is waarschijnlijk te ambitieus. Daarom is afgelopen voorjaar een eindsprint ingezet.

Het niveau van het hbo moet omhoog en daarom gaan duizenden hbo-docenten terug naar de collegebankjes om een mastertitel te halen. Twee jaar geleden maakten hogescholen daarover prestatieafspraken met het ministerie van Onderwijs. Bij de HR moet eind volgend jaar 70 procent van de 1.800 docenten een mastertitel hebben.

‘Zonder titel kom je niet verder in het hbo.’

Daar is hard over onderhandeld, weet manager van de HR Academie Simon Snel. Bestuurders en beleidsmakers vinden dat docenten altijd een niveau hoger opgeleid moeten zijn dan hun studenten. Dus eigenlijk zouden alle hbo-docenten in hun ogen een masterdiploma moeten hebben.

‘Wij hebben aangevoerd dat ons Rotterdams onderwijsmodel, het ROM, is gericht op binding met de beroepsgroep en de regio en dat we daarvoor een mix van docenten uit de praktijk en docenten met een master nodig hebben’, geeft Snel als reden om bij die bescheiden 70 procent te blijven. Maar geld speelt natuurlijk ook een rol. Hogescholen die de prestatieafspraken niet halen kunnen 7 procent van hun bekostiging verspelen. Voor de HR komt die forse sanctie neer op ruim dertien miljoen euro per jaar, een bedrag waar je geen blufpoker mee speelt.

‘Door de master heb ik de spirit om door te gaan tot mijn 67ste.’

Maar zelfs de voorzichtige target van 70 procent lijkt te ambitieus. Eind vorig jaar, halverwege de rit, had pas 60 procent van de docenten een mastertitel. Zelfs als alle 109 docenten die afgelopen studiejaar aan een masterstudie bezig waren hun diploma halen, blijft de teller eind 2015 op 67,4 procent steken. Vijf van de dertien instituten halen zelfs de 60 procent niet.

Afgelopen voorjaar hebben de instituutsdirecteuren daarom te horen gekregen dat er een flinke schep bovenop moet. Voortaan moeten alle docenten die in dienst komen een mastertitel hebben – dus niet alleen hoofddocenten en hogeschooldocenten zoals tot dan toe het beleid was. Daarnaast moeten er meer docenten terug naar de collegebankjes. Minstens honderd docenten zouden de komende anderhalf jaar nog een masterdiploma moeten zien te halen om de target te halen. Dat wordt heel erg krap. Want een masteropleiding doen naast je werk, kost doorgaans minstens twee jaar.

Hoeveel masterstudenten er uitvallen, houdt niemand bij.

Vaste aanstelling
De masterkoorts loopt dus op. Hoewel onderwijsmanagers en instituutsdirecteuren geen druk uitoefenen, voelen de docenten met een bachelor het appèl maar al te goed. ‘Je merkt natuurlijk wel dat het masterniveau steeds meer een vereiste wordt in het hbo’, zegt masterstudent Ellen Roest die al een jaar of twaalf docent is bij ergotherapie. Voor haar jonge collega Mieke van Eenbergen was het nog duidelijker. ‘Niet dat ermee gedreigd werd, maar je weet natuurlijk wel dat je geen vaste aanstelling krijgt als je niet bereid bent een master te halen.’

‘Toen ik zeven jaar geleden in dienst kwam, was al duidelijk dat ik er niet aan zou ontkomen’, weet ook Berry Andeweg, die vorig jaar zijn master haalde. ‘Zonder die titel kom je niet verder in het hbo’, stelt de docent die inmiddels onderwijsmanager small business is.

Dus begonnen al tweehonderd HR-docenten aan de klus die Claire Ohlenschlager, lerarenopleider Engels, ‘uitdagend en zwaar’ noemt en die alleen tot een goed einde te brengen is als thuis alles goed zit. Want een master doen naast je werk, betekent ’s avonds en in de weekenden doorwerken en vakanties overslaan. Maar ook vanuit de opleiding is steun nodig. ‘Het is belangrijk dat je de onderzoeksopdrachten in je eigen team kunt doen’, stelt pabodocent Joëlle de Groot. Zij volgde net als veel andere HR-docenten de ‘eigen’ master leren & innoveren (mli).

Maar het allerbelangrijkste is het studieverlof en daar schort het nogal eens aan, weet Anneke Kistemaker, voorzitter van de pgmr, de persoonsgeleding van de medezeggenschapsraad. Docenten krijgen meestal wel de twee dagen verlof uit de cao, maar het onderwijswerk verdringt snel de studietijd. Zeker als de vervanging niet goed is geregeld, wat volgens Kistemaker geregeld voorkomt. ‘Ik heb een taaktoedeling van een docent onder ogen gehad die wel netjes studieverlof had, maar vervolgens 217 overuren kreeg toebedeeld.’

Uitval en vertraging
Geen wonder dat masterstudenten studievertraging oplopen of er helemaal mee stoppen. ‘Wij zijn begonnen met veertig collega’s van wie er na een jaar nog maar 25 over waren die het tempo konden bijhouden. Van die groep zijn er dertien op tijd afgestudeerd’, vertelt communicatiedocent Monica Heikoop, die zelf haar mli-studie in twee jaar tot een goed einde bracht.

Het studierendement bij mli ‘staat onder druk’, geeft interim-manager Jeroen Dorsman toe. ‘Dat komt mede doordat het niveau van de instromers soms te wensen over laat.’ Het ontbreekt een deel van de deelnemers volgens hem aan de academische en de onderzoeksvaardigheden die nodig zijn om het programma in twee jaar tot een goed einde te brengen. Daarom heeft mli de intake aangepast. Instromers moeten een Engelstalig wetenschappelijk artikel van dertig pagina’s lezen en dat in een werkgroepje bespreken. ‘We hopen dat docenten zich daardoor meer bewust worden van het vereiste ingangsniveau.’ Deelnemers krijgen bovendien de kans hun onderzoeks- en schrijfvaardigheden bij te spijkeren voor ze aan de onderzoeksfase van de studie beginnen.

Leren & innoveren is zeker niet de enige master die met forse uitval kampt. Ergotherapeute Mieke van Eenbergen die de master evidence based practice van AMC-UvA volgt, weet dat er van de vorige lichting van zestig of zeventig studenten maar twee deelnemers zonder vertraging zijn afgestudeerd. Erica van Stipdonk, docent marketing bij de opleiding communicatie, volgt de executive master media innovation van de NHTV die maar een jaar duurt. ‘Dit is een deeltijdopleiding, maar we moeten wel 60 studiepunten in een jaar halen. Dat is tot nu toe niemand gelukt en ik ga dat ook niet halen. Alle opdrachten afronden die bij de modules horen, is al flink buffelen. Voor mijn afstudeeronderzoek neem ik in ieder geval extra tijd.’

Academisch werk- en denkniveau
Hoeveel masterstudenten er uitvallen, houdt niemand bij. In de Rotterdamse prognoses is daar ook geen rekening mee gehouden. Het aantal HR-docenten met een master pakt straks dus lager uit dan nu op grond van deelnamecijfers wordt voorspeld. Ook heeft lang niet elke docent die wordt aangenomen, een master op zak.

‘In ons vakgebied is het vaak lastig een geschikte docent met een master te vinden’, zegt Hans Maas, instituutsdirecteur van CMI (communicatie, mediatechnologie en informatietechnologie). ‘En als ze beschikbaar zijn, vragen ze tarieven die wij niet kunnen betalen.’ Daarom komen bij CMI ook sollicitanten in aanmerking ‘die bereid zijn een master te halen’. Ook voor een positie als hogeschooldocent.

Bij andere instituten wordt soms genoegen genomen met ‘academisch werk- en denkniveau’ of geeft men de voorkeur aan een docent met praktijkervaring. Door dit wervingsbeleid heeft slechts 63 procent van de 145 docenten die tot eind 2013 zijn aangenomen een masterdiploma, waarmee de target van 70 procent nog verder uit zicht raakt. En ondanks de recente beleidswijzigingen wordt de mastereis nog steeds niet overal strikt gehanteerd. Op 1 juli stonden er 31 docentvacatures open (in totaal bijna 40 fte): in één op de drie advertentieteksten werd alleen academisch werk- en denkniveau gevraagd.

Dat betekent dat er nog meer zittende docenten snel, snel, snel een masterpapiertje moeten bemachtigen. Daardoor groeit de scepsis over het opscholingsproject, hoewel docenten ook aangeven profijt te ervaren van de avonden en weekenden in de studieboeken. ‘Ik merk nu al dat ik studenten beter kan begeleiden bij het praktijkgericht onderzoek dat ze moeten doen’, zegt ergotherapeute Ellen Roest, die met de premaster van de VU-opleiding teaching and learning in higher education bezig is. Ze voegt er meteen aan toe dat wat haar betreft niet iedere docent master hoeft te worden. ‘Je moet ook praktijkdeskundigen hebben.’

Ellen de Vugt, muziekdocente bij de pabo, raadt iedereen aan een master te volgen. ‘Het was een achtbaan, maar ik heb er veel van geleerd. Ik ben nu 54 jaar, maar door die master heb ik weer de spirit om door te gaan tot ik 67 ben.’ Ook Erica van Stipdonk is te spreken over haar master media innovation. ‘De Nederlandse docenten zijn echt toppers in dit vakgebied en er worden ook internationale hotshots ingevlogen.’ Maar ze betwijfelt of het onderwijs erop vooruitgaat als zij straks een master heeft. Aan de cursussen die ze in het verleden heeft gedaan om haar marketingkennis op peil te houden, had ze veel meer. ‘Deze master is goed voor mijn persoonlijke ontwikkeling, maar ik word er echt geen betere docent van.’

Aanfluiting
Ook James Boekbinder zet vraagtekens bij de toegevoegde waarde van een master. Hij is drie dagen in de week docent bij communication and multimediadesign en besteedt minstens drie dagen in de week aan zijn eigen bedrijf dat websites, games en apps ontwikkelt. Daarnaast deed hij de master onderwijswetenschappen bij de Open Universiteit, maar daar is hij mee gekapt. ‘Het is me niet gelukt om die studie te combineren met het docentschap en mijn eigen werk.’

De inhoud van de opleiding viel hem ook tegen. ‘Ik wilde mijn docentschap verdiepen, maar ben vastgelopen in de wollige, slecht geschreven en slecht vormgegeven studieboeken. Ik moest me er echt doorheen baggeren.’ De masters op zijn eigen vakgebied vindt hij helemaal een aanfluiting. ‘In mijn vakgebied doe je expertise op door te werken aan innovatieve producten, door te onderzoeken wat in de praktijk werkt. Die expertise vind je niet aan een universiteit of hogeschool.’

Boekbinder vindt dat hogescholen beter kunnen stoppen met de opscholing van docenten. ‘Als je de kwaliteit van het onderwijs echt wilt verhogen, moet je het management verbeteren. Door docenten te dwingen een masterpapiertje te halen, verander je helemaal niets. Een slechte docent met een master, is nog steeds een slechte docent.’

Maar Boekbinder maakt zich niet al te veel illusies. ‘Weet je wat het probleem is met die masters? Ze willen iets concreets. Iets dat je kunt tellen zodat hogescholen straks kunnen zeggen: we hebben 70 of 80 procent masters voor de klas, dus hebben we het onderwijs verbeterd. Ik kan natuurlijk alleen spreken voor mijn eigen vakgebied, maar daar vloekt het met de werkelijkheid.’

CMI-directeur Hans Maas kent de bezwaren, maar vindt ‘de master-eis een gegeven waar je niet omheen kunt. Het hbo-niveau moet omhoog en dat vraagt om docenten met meer onderzoeksvaardigheden.’ In het verleden is er volgens hem te veel gekeken naar praktijkervaring. ‘Toen de prestatieafspraken werden gemaakt, had maar de helft van de HR-docenten een master. Dat is echt te weinig.’ Maar nu dreigt de balans weer naar de andere kant door te slaan, geeft hij toe. ‘We moeten in heel korte tijd het aantal masters omhoog brengen. Met veel kunst- en vliegwerk zal dat wel lukken, maar die focus op het masterniveau is nu wel erg eenzijdig.’

Reactie college van bestuur

‘Alleen nog masters aannemen, dan halen we het

‘De conclusie dat we niet op tijd aan 70 procent masters zullen komen, vind ik voorbarig’, zegt Jan Roelof, lid van het college van bestuur, in een reactie op de inhoud van dit artikel.

‘We zijn in 2012 gestart met 54 procent. Eind 2013 zaten we rond de 60 procent, begin juli op 62 procent. De verwachting is dat het percentage in de komende anderhalf jaar weer 8 procent zal stijgen tot de 70. Verder investeren we fors in het aantal docenten zodat er meer mensen voor de klas komen te staan.

‘Sinds januari hebben we met de directies afgesproken dat de HR alleen nog nieuwe docenten met een mastertitel aanneemt. Dat er in advertenties ook nog wordt gesproken over eerstegraads bevoegdheid, academisch werk- en denkniveau of bereidheid om een master te halen, heeft te maken met het feit dat het in een aantal domeinen moeilijk is om masteropgeleide docenten te krijgen. Bij informatica, de technische opleidingen en in de kunstsector is het moeilijk om masters te vinden, maar in de economische hoek geldt dat bijvoorbeeld helemaal niet. Instituten als de Rotterdam Business School, de financiële en de commerciële opleidingen zitten nu al deels op 90 procent masters en kunnen wellicht naar 100 procent.

‘Het houdt niet op bij deze prestatieafspraken. We zullen ze evalueren en ons beleid bijstellen. Ik denk dat we minimaal verdergaan naar het landelijke streefgetal van 80 procent masters.

‘We stimuleren professionalisering van onze docenten en dat faciliteren we met twee dagen studieverlof per week. Dat komt in het takenplaatje en dan moet natuurlijk het overwerk omlaag om binnen de jaartaak te blijven. Op deze wijze borgen we dat er geen sprake is van forse overbelasting.

‘Ik heb zelf ook acht jaar gestudeerd naast een baan, ik weet dat het zwaar is. We vragen ook niet dat iedereen dit tegelijk doet. Laat teams een vierjarenplan maken waarbij je de opleiding later plant als het nu niet uitkomt. Als die afspraken worden gemaakt in een open dialoog met de manager, accepteren we dat. De toegevoegde waarde van een master is er volgens mij altijd. Ik kan me niet voorstellen dat onze goede docenten er niets aan zouden hebben als ze een masteropleiding in hun vakgebied of op het gebied van didactiek volgen.’

Ellen Roest:
‘Ik merk nu al dat ik er veel aan heb. In de pre-master zijn we veel met methodologie bezig en daardoor kan ik studenten beter begeleiden bij hun onderzoek. Bijvoorbeeld bij het gebruik van SPSS, of met vragen over de grootte van de steekproef die ze moeten nemen.
Maar: Als er straks alleen maar academici rondlopen bij ergotherapie wordt de afstand tussen studenten en docenten te groot. Je moet ook praktijkdeskundigen hebben. Als studenten hier binnenkomen zijn het pubers die patiënten willen helpen. Die moet je niet meteen om de oren slaan met academische kennis.’
Mieke van Eenbergen:
‘We hebben veel op onderzoek gerichte vakken op het programma staan, daardoor word ik beter in het begeleiden van afstudeerders. En deze master zit fantastisch in elkaar. Daar leer je als docent ook heel veel van.
Of het masterniveau nu zo’n grote toegevoegde waarde heeft, vraag ik me wel af. Je kunt als ergotherapeut ook heel goede post-hbo-cursussen doen. Ik werk in de kinderergotherapie en zou me daar verder in willen ontwikkelen. Maar er bestaan geen masters in die richting.’
Claire Ohlenschlager:
‘Mijn onderzoek ging over de effectiviteit van het eerste jaar. We hadden veel uitval en we stelden hoge eisen. De vraag was: geven we de studenten voldoende mee om aan die eisen te kunnen voldoen?
Ze komen van havo en mbo. Niet allemaal hebben ze een effectieve leerstrategie en ze hebben zeker niet dezelfde achtergrond. Bij Engelse taal en cultuur speelt de geschiedenis van het land mee, maar niet iedere student heeft daar eerder iets over geleerd. Ik werk aan een pilotproject om daar iets over aan te bieden, mogelijk via een summerschool.’
Erica van Stipdonk:
‘Ik kan mijn onderzoeksvaardigheden bijspijkeren en dat wordt steeds belangrijker voor hbo-docenten, want studenten moeten ook meer onderzoek doen. Maar verder is het vooral goed voor mijn eigen ontwikkeling. Ik leer veel, maar ik word er echt geen betere docent van. En er zijn ook betere opleidingen dan een master. Ik heb in het verleden de cursus next marketeer gedaan en daar had ik veel meer aan, inhoudelijk én als docent. Maar ja, nu moest het per se een master zijn.’
James Boekbinder:
‘Alle docenten een master laten doen is een verspilling van tijd. Door mensen te dwingen dat papiertje te halen, wordt het onderwijs niet beter. De factoren die de kwaliteit van het onderwijs beïnvloeden – organisatie van het onderwijs, toezicht op de kwaliteit van het werk van docenten, technische ondersteuning, didactische vaardigheden – staan los van dat masterpapiertje.’

Reacties

Laat een reactie achter

5 Responses to Masterkoorts bij hbo-docenten loopt op

  1. De masterverplichting wordt zo wel erg tot op zichzelf staand doel verheven. Terwijl het slechts een middel zou moeten zijn om de kwaliteit van het onderwijs te verbeteren. Natuurlijk is deskundigheid van docenten belangrijk, maar als de kwaliteit van het onderwijs belangrijk is kan de vraag gesteld worden of je zomaar een master moet halen of dat het specifiek een onderwijskundige master moet zijn. Dat laatste is geen eis. Zolang je een mastertitel hebt is het goed.

    Heeft dat dan echt een significante invloed op onderwijskwaliteit? Maakt niet uit, 70% master, meer is niet van belang.

  2. Een master titel is inderdaad geen garantie voor vakkundigheid en draagt naar mijn mening weinig bij aan een positieve ontwikkeling van studenten.

  3. De eisen die we aan studenten stellen worden opgeschroefd, dus waarom de eisen voor de begeleiders niet? Daarnaast kan een jaartje schoolbanken geen kwaad, dan ervaren de docenten zelf weer wat ze studenten soms aandoen. En daarnaast: een rij – instructeur met veel ervaring maar zonder rijbewijs , wordt door het behalen van een rijbewijs wellicht geen betere rij-instructeur, maar schept wel meer vertrouwen ( bij mij in ieder geval wel )

  4. Complimenten voor alle HR-docenten die zo hard werken voor hun Master! Het is absoluut een verstandige keuze voor iedereen om “levenslang te leren”. Voor een docent is het hoger beroepsonderwijs is een Master een absolute must, want voor kritische reflectie op de praktijk en de wetenschap is dat een startpunt. Met een onderwijskundige Master bereik je niet de inhoudsdeskundigheid die je juist voor een HBO-docentschap nodig hebt. Hard nodig, deze reparatieslag – onze hogeschool is bepaald geen voorloper. En er zijn nog helemaal te weinig gepromoveerden en docenten met recente en relevante praktijkonderzoekservaring.

  5. Ik zie veel toegevoegde waarde voor het hebben van een master als HBO docent. Ik heb veel van de master die ik gedaan heb geleerd. Ik merk echter dat sinds het behalen van mijn master, mijn werk als docent weinig uitdaging biedt. Ik heb gesprekken gevoerd met de lector van ons instituut, maar mijn directeur wil dat ik voor de klas sta en zodoende is er voor het komende jaar geen ruimte voor in mijn ptd. Afgelopen herfstvakantie daarom een aantal sollicitaties de deur uitgedaan.

 

Spelregels

De redactie waardeert het als je onder je eigen naam reageert.

  1. Houd het netjes, beschaafd, vriendelijk en respectvol. Niet vloeken of schelden.
  2. Dwaal niet af van het onderwerp (blijf ‘on topic’).
  3. Wees kort, duidelijk en maak een punt.
  4. Gebruik argumenten, geen uitroepen.
  5. Geen commerciële boodschappen.
  6. Niet op de man/vrouw spelen.
  7. Niet discrimineren, aanzetten tot haat of oproepen tot geweld (ook niet voor de grap).
  8. Van bezoekers die een reactie achterlaten op de site wordt automatisch het IP-adres opgeslagen.
  9. De redactie geeft reacties die dreigende taal bevatten door aan de veiligheidscoördinator van de Hogeschool Rotterdam.

Lees hier alle details over onze spelregels.

Recente artikelen

Back to Top