Hoe voelt het om op een grote school zoals de onze te studeren of werken? Dat is voor iedereen anders, afhankelijk van eerdere ervaringen, van hoe je in het leven staat en wat je verwachtingen zijn. Wat dat betreft is school net het echte leven.
Toen ik twaalf jaar geleden bij de Hogeschool Rotterdam kwam werken, hoorde ik voor het eerst de term sense of belonging. Het streven was – zo werd gezegd – dat iedere student zich thuis zou voelen bij ons. Ik distantieerde mijzelf meteen van dit idee dat je je thuis zou moeten voelen in een institutionele setting met veel expliciete en – vooral! – impliciete regels en normen en waar de linoleum vloer en bijbehorend systeemplafond duidelijk maakten dat hier allesbehalve sprake was van een thuis.
Mijn eigen ervaringen als tiener met verschillende opnamen op afdelingen in de jeugd ggz hebben zeker bijgedragen aan mijn afkeer van het idee dat je je thuis moet voelen op een plek waar je tegelijkertijd degene bent voor wie het instituut zegt te bestaan (‘De patiënt / student staat hier centraal!’) én degene die in die setting desalniettemin het minst machtig is en vooral aan de verwachtingen van anderen moet voldoen (‘Maar je moet het wel zélf willen!’).
En hoe kún je je ook thuis voelen in een omgeving waar de hele opzet is dat je er zo snel en efficiënt mogelijk weer vertrekt? Alles is er structureel op gericht je zo snel mogelijk te laten doorstromen. In de ggz heet dat een succesvolle, bewezen effectieve behandeling. In het hoger onderwijs gaat het over een zo frictieloos mogelijke student journey met studiesucces binnen vier jaar als institutioneel ideaal.
Als er bij jou een verstoring optreedt, of als je net iets te langzaam gaat, dan krijg je dat vroeg of laat te horen. Of in ieder geval voel je het aan alles. Ik zie aan veel van mijn studenten dat ze deze boodschap al lang hebben geïnternaliseerd. De docent zegt wel dat, om iets goed te kunnen leren, je moet reflecteren en vertragen, maar tegelijkertijd is het niet de bedoeling dat je écht gaat vertragen. Om het met de woorden van filosoof Theodor Adorno te zeggen bestaat er geen echt leven te midden van het valse.
Ik hoop nu dat mijn persoonlijke ervaring mij niet diskwalificeert voor het hebben van een valide perspectief op het idee van sense of belonging. Dat het hebben van een negatieve ervaring mijn kijk op de zaak heeft vertroebeld. Ik denk dat er vele studenten en medewerkers zijn die niet zulke positieve ervaringen hebben in dit leven als het gaat over het hebben van een sense of belonging. Als het perspectief van hen als minder geldig gezien zou worden, dan wordt het idee van sense of belonging repressief: ‘Wij willen dat je je hier thuis voelt, maar je moet wel een beetje meewerken!’.
Nee, ik denk dat sense of belonging juist pas een zinvol concept wordt als je ervan uitgaat dat er verschillen zitten in de ervaringen die mensen hebben gehad op dat vlak. Misschien wordt er zoveel gepraat over dit idee, juist omdat veel mensen dat gevoel van ergens bij te horen zijn kwijtgeraakt. Het is geen vanzelfsprekendheid in deze tijd (en misschien was het dat nooit).
De wens dat mensen het gevoel hebben ergens bij te horen is op zichzelf goed, omdat het recht doet aan een behoefte die de meeste mensen hebben. Maar als je het als een speerpunt van je beleid maakt zonder duidelijk te maken wat je er precies mee bedoelt, dan kan het juist een gevoel van vervreemding teweegbrengen.
Is het niet duidelijker en eerlijker te spreken over een sense of estrangement: een gevoel van vervreemding? Een gevoel dat meer recht doet aan de situatie zoals die ook echt is. Misschien is vervreemding een meer basale toestand dan het harmonieuze thuisgevoel. Dat klinkt wellicht een beetje negatief, maar vervreemding heeft ook een positieve kant: waar verandering en ontwikkeling centraal staan daar heeft vervreemding een functie, want wat drijft ons anders om te willen veranderen?
Als ik me volledig op mijn gemak zou voelen, dan zou ik dat denk ik niet willen veranderen. Maar een sense of estrangement samen met de need to belong kan beweging brengen zonder het hoeven slikken van institutionele zoete koek.
De redactie waardeert het als je onder je eigen naam reageert.
Lees hier alle details over onze spelregels.
Applaus, helemaal mee eens
Uitstekend artikel, Corstin. Op de Willem de Kooning Academie zouden we dit in het Engels moeten vertalen en delen met studenten en docenten, die zich er zeker in kunnen vinden.
(P.S.: nog twee hedendaagse kritische theorie leesaanbevelingen in navolging van Adorno: Sara Ahmed en Mark Fisher, die dit gevoel van er niet bij horen en niet passen in efficiëntiemachines welbespraakt verwoorden.)