Cyriel over taal: Heet jij Daryan? Echt niet, jij heet Yildrim
7 May 2025
Een vader van twee jonge meisjes kreeg een punthoofd van hun voortdurende gekibbel. De kinderen luisterden niet naar zijn vermaningen. Totdat hij – zomaar, uit ergernis en wanhoop – elke dochter consequent ging aanspreken met de naam van de ander. Het effect was opmerkelijk.
Aanvankelijk konden de meisjes er wel om lachen, maar dat veranderde toen papa het bleef doen. De naamsverwisseling begon te meisjes te irriteren. Papa ging stug door. Uiteindelijk begonnen de meisjes te huilen. Ze waren volkomen van streek. Hun identiteit werd ondermijnd.
Papa, een gerenommeerd psycholoog, had bij toeval een experimentje identiteitsberoving in gang gezet. Hij schreef erover in een wetenschappelijk tijdschrift. Als eerste sneed hij het onderschatte belang aan dat een naam heeft voor je zelfvertrouwen en gevoel echt iemand te zijn.
Als docent weet ik inmiddels hoe belangrijk het is om de namen van je studenten te kennen. Vroeger was ik iets makkelijker. Als ik voor een nieuwe klas stond, sprak ik soms studenten aan met een naam die ik zelf bij ze vond passen. Toen een meisje heel bewolkt ging kijken op het moment dat ik haar Agnes noemde en de klas daar hard om moest lachen, besefte ik dat ik dat niet meer moet doen. Ik vind het zelf ook vervelend als mensen mij Cecile of Chiel noemen. Of semi-Engels: Sirrel. Op de een of andere manier voel je je niet gekend, miskend zelfs. Je naam hoort bij jou zoals je haarkleur en je huidskleur.
Ik maakte onlangs een praatje met ‘Yildrim’ over zijn geboorteland Turkije. Ik vertel hier hoe dat ging zonder zijn echte naam te noemen. Ik meende dat hij Yildrim heet omdat die naam op de deur van zijn werkkamer vermeld staat. Toen ik hem bij zijn naam noemde, keek hij me aan met een blik die ik niet helemaal kon duiden. ‘Spreek ik het verkeerd uit?’, vroeg ik onzeker. Nee, ik sprak het prima uit. ‘Maar ik heet eigenlijk geen Yildrim. Onder die naam moest mijn vader mij aangeven omdat mijn echte naam verboden was door de Turkse overheid.’ Hij heet eigenlijk Daryan, maar vroeger waren Koerdische voornamen verboden.
‘Ik kreeg ook een Turkse achternaam: Dağtürk. Dat betekent letterlijk Bergturk. Ook niet mijn echte, Koerdische achternaam.’ Miljoenen Turkse Koerden kregen een achternaam toegewezen met het woord Türk erin: Öztürk (Echte Turk), Türkoğlu (Zoon van Turk), Kantürk (Bloed-Turk), Aslantürk (Leeuw-Turk) en Türkdoğan (Geboren Turk). Om ze even goed te laten voelen dat ze geen Koerd zijn.
Een naam verbieden en een andere naam opdringen? ‘Sirius li, bro?!’, zou ik bijna willen zeggen, maar ik zeg liever: ‘Ik kan het haast niet geloven!’. Kijk, als je je zoon komt aangeven bij de burgerlijke stand met de naam Hagedis, Beschuitbol of Wasdroger, dan kan ik me voorstellen dat de overheid daar een stokje voor steekt.
Maar stel je voor dat de Nederlandse overheid Friese voornamen verbiedt. En dat ze dat motiveert met de stelling dat Friezen gewoon Nederlanders zijn. In 2002 moesten nog zeven Koerdische families voor de rechter verschijnen omdat ze hun 21 kinderen Koerdische namen hadden gegeven. Gelukkig is de Turkse namenwet inmiddels afgeschaft.
Bij respect voor iemand hoort niet alleen zijn naam kennen, maar ook de correcte uitspraak van die naam. Ik vind het onprettig als mensen mij Sirrel blijven noemen, nadat ik ze heb verteld dat je Siriel moet zeggen. Vooral Arabische namen worden vaak anders uitgesproken dan wij denken. Mijn collega Yahya wordt door iedereen ‘Jachja’ genoemd. Maar zo heet hij niet. Hij heet Jèhjè (met een duidelijk uitgesproken h). Ik weet ook dat student Asmaa blij wordt als ik haar aanspreek als Esmaä en student Zehra als ik de ‘h’ in haar naam heel nadrukkelijk uitspreek.
En als ik voor een nieuwe groep Duitse NT2-ers sta, schrijf ik mijn naam fonetisch op het bord. Want anders gaan ze me Suriel noemen. Over de betekenis van namen valt nog veel meer te vertellen. In een volgende column dan. En misschien blijkt dan dat Yildrim ‘bliksem’ betekent en Daryan ‘prins’. Ik zou wel weten welke van de twee namen ik zou willen dragen.
Beeld: Demian Janssen
Meer blogs van Cyriel
- Cyriel over taal: Rondlopen met je gulp open, hoe erg is dat nou?
- Cyriel over taal: Een jointje en dan een biertje
- Cyriel over taal: Fok deze huis
- Cyriel over taal: Hoe leuk is dát?! Helemaal niet leuk
- Cyriel over taal: Maar wel míjn klotestad
- Cyriel over taal: Een beetje plat ken best






Ik heb vaak studenten gehad die mij niet verbeteren wanneer ik hun naam verkeerd uitspreek. Zo heb ik een jongen zijn naam waar een ‘ch’ in stond maanden lang met een ‘g’ uitgesproken in plaats van de ‘sh’ klank. Totdat een vriendin van mij riep ‘wat zeg jij nou? Zo spreek je dat niet uit!’ Ik naar die jongen toe om te vragen. ‘ja iedereen zegt dat, maakt niet uit…’
Dat maakt wél uit. Kijk, een naam zoals Ahmed zal ik nooit correct kunnen uitspreken want de Arabische ‘h’ klank ben ik niet mee opgegroeid. Maar een ‘sh’ klank kan ik gewoon uitspreken dus er is geen excuus om het foutief uit te spreken.
Ik heb een keer met een student zitten oefenen bij wie de tranen in de ogen stonden van het lachen om mijn verwoede gefaalde pogingen die Arabische ‘h’ klank uit m’n strot te krijgen – want ik kon het verschil horen met hoe hij zijn naam uitsprak en ik maar ik kon het zelf niet nadoen. Ik heb een hele instructie gekregen over dat die klank van laag uit de keel komt en hoeveel lucht je vrijlaat tijdens de uitspraak en hoe je je tong in de mond houdt (ik ben Engels docent en heb zo ook fonetiek lessen gehad om klanken goed uit te spreken dus heb gericht vragen gesteld). En nog steeds kreeg ik het m’n strot niet uit. Maar ondanks dat ik die jongen zijn naam dus niet correct kon uitspreken gaf hij aan het enorm te waarderen dat ik zo hard m’n best deed – en dat laatste is ook gewoon belangrijk.