Demian op zoek naar groepsgevoel #3: Extraverten zijn het feest, introverten de toiletjuffrouw
19 November 2025
Introvert versus extravert: een archetypische strijd der titanen. Een strijd die, tot vrij recentelijk, een lekker binaire affaire was. De extraverte sportieveling wordt verliefd op een introverte goth-artistiekeling. De stille, en daarom gevoelige, nerd wordt verliefd op de populaire cheerleader. Die liefde moet eerst de hokjes en vooroordelen overstijgen, anders zakt het hele verhaal als een plumpudding in elkaar.
Het idee van introversie en extraversie komt uit Psychologische Typen door Carl Jung, stiefvader van de psychologie. Het boek, geschreven in 1921, was revolutionair en is nog steeds van groot belang in de moderne psychologie. In de kern: intro’s halen hun energie uit zichzelf en extra’s halen hun energie uit anderen. Hier kun je karaktereigenschappen aan toeschrijven.
Op het huisfeest hebben de extraverten het er maar druk mee, terwijl er aan de introverten tot vervelens toe gevraagd wordt of ze het wel naar hun zin hebben. Introverten zouden verlegen zijn, of sociaal ongemakkelijk, extraverten blaaskaken en aandachtszoekers.
De zussen Myers-Briggs baseerde er hun type-indicator op oftewel: die ene persoonlijkheidstest waar je tijdens het solliciteren nogal eens mee te maken krijgt. ‘Sorry, we hebben al zes visionairs in ons team, we zoeken meer een provider.’
Het idee van de 16 persoonlijkheidstypes van Myers-Briggs bestaat al sinds de jaren ’40 en lijdt geen gebrek aan kritiek en controverse. Er is bijvoorbeeld nog nooit aangetoond dat de test gebruikt kan worden als een voorspeller van (professioneel) succes.
Het enige dat het biedt, is herkenning van jezelf in een soort in memoriam van je karakter. Het is ook niet voor niets dat de 16 persoonlijkheden allemaal vrij heldhaftig klinken. De leraar, de artiest, de dromer, de avonturier. Waar is de klootzak? Zijn het niet juist de klootzakken die af en toe van een neutrale partij moeten horen dat ze een klootzak zijn?
Begrijp me niet verkeerd: persoonlijkheden bestaan en mensen hebben ze. Voor mij (ik ben ook niet heilig) heeft de persoonlijkheidstest een interesse aangewakkerd die mij tijdens het daadwerkelijke zelfwerk goed van pas kwam. Maar verder dan een indicatie komt het niet, een beetje zoals een horoscoop. Maar dan wel een horoscoop waar overheden en bedrijven wereldwijd jaarlijks miljoenen aan uitgeven. Niet omdat het enige wetenschappelijke waarde geniet, maar om een gevoel van grip op de bedrijfscultuur te hebben.
Menselijkheid is een verwarrende brij aan genen, afkomst, opvoeding, tijdsgeest en nog veel meer. Alles in de natuur gedijt het best in veiligheid, waar voorspelbaarheid een grote rol in speelt. We willen weten wie er in onze gemeenschap leeft en met wie we onze grondstoffen delen. Dit werkt het best in kleine groepen en wordt naarmate de gemeenschap groter wordt al snel ongemakkelijk.
Ik heb het idee dat we de laatste jaren van hokjesdenken naar spectrumdenken zijn gegaan, maar dat we de spectra nog steeds in hokjes proberen te stoppen. Het autisme-spectrum, intro-extraversie-spectrum, adhd-spectrum, autisme-adhd-spectrum etc. Je zou eigenlijk alle spectra eens in een spectrum moeten stoppen. Wat krijg je dan? Nou, gewoon: de menselijke ervaring.
Gelukkig hoeven we niet langer in strikt introvert en extravert te denken. Voor al die arme zielen, de stille middenmoot, is er ook ambivert. Voor als je een beetje van beide bent, gewoon normaal. Voor als je graag naar een feestje gaat, maar ook af en toe een boek leest. Dus je hebt een spectrum met links ‘introvert’ en rechts ‘extravert’ en alles er tussenin noem je ambivert. Ik zie hier drie hokjes, what’s the fucking point?
Zelfexpressie, that’s the fucking point. Zelfexpressie en voorspelbaarheid. Wanneer je zegt dat je introvert bent heeft iedereen wel een beetje een idee van wat soort type je bent. En dat ze je waarschijnlijk niet hoeven uit te nodigen voor een wild huisfeest. Daarnaast worden extraverten vaker met positieve (of gezellige) eigenschappen verbonden, waar introverten vaak als moeilijk benaderbaar worden neergezet.
Traditioneel gezien wordt extravert gedrag ook veel meer beloond of op zijn minst erkend. De kinderen die vroeger stilletjes zaten te lezen of te tekenen en waar niets aan werd gevraagd, moeten nu op feestjes gaan zeggen dat ze het wel degelijk naar hun zin hebben, maar gewoon een beetje moe zijn. Zit hier wat jaloezie? Wellicht. Toch ben ik ook zeker dankbaar voor alle extraverten die onderweg naar het toilet even een praatje maakten met de toiletjuffrouw.
Tekst en beeld: Demian Janssen






Als ‘social introvert’ (het label waar ik me thuis bij voel) volg je zoektocht graag, Demian! Ik ben benieuwd waar & hoe jij je thuis gaat voelen bij jezelf.
Je vergelijking van introverten met toiletjuffrouwen doet afbreuk aan zowel introverten, als aan toiletjuffrouwen. Jammer is dat.
Misschien wordt het tijd voor een column waarin je de vooroordelen die er (blijkbaar) over introverten bestaan aan de kaak stelt, in plaats van alleen benoemd. De ‘traditie’ dat extravert gedrag meer beloond wordt, zou doorbroken moeten worden. Introverten halen hun geluk uit andere dingen dan extraverten, maar gelukkig zijn ze zeker wel, ook als ze niet bij een ‘wild huisfeest’ zijn geweest
Dank voor jullie reacties! @Joris: De vergelijking tussen toiletjuffrouwen en introverten kwam voort uit de “rol’ die vervult wordt op een feestje, niet met een sociale status die hier eventueel aan wordt toegedicht. Ik zag de toiletjuffrouw zelf altijd als een baken van rust en smalltalk op een anderszins drukke en hectische avond. Wel op het feestje maar niet aanwezig op het feestje, daar kon ik me altijd wel goed mee identificeren. Het was niet mijn bedoeling om de toiletjuffrouw samen met introverten in een verdomhoekje te zetten, maar ik kan mij ook goed voorstellen dat de introductie van een toilet in welke metafoor dan ook bepaalde connotaties met zich meebrengt. Hier had ik best wat duidelijker in kunnen zijn, is inderdaad jammer.