‘Herdenken is luisteren naar verhalen over menselijk leed dat nog steeds doorwerkt’
Gepubliceerd: 25 April 2025 • Leestijd: 4 minuten en 44 seconden • Nieuws Dit artikel is meer dan een jaar oud.Tachtig jaar na de bevrijding herdenken we nog altijd de slachtoffers van de Tweede Wereldoorlog. Verschillende hogeschooldocenten en -studenten zijn op een speciale manier betrokken bij het herdenken van de oorlog. Een paar van hen vertellen waarom ze dat belangrijk vinden.

‘Ik denk dat de verhalen vormend zijn voor nu’, zegt Karin Kreijkes. ‘Je gaat jezelf de vraag stellen: wat zou ik doen als ik in dit verhaal zat?’ De lerarenopleider economie is bestuurslid van de Stichting Loods 24 en Joods Kindermonument. Het kindermonument op de Kop van Zuid staat er sinds 2013; eerder stond er al een stuk muur van Loods 24, de loods waar opgepakte Joodse inwoners van Rotterdam door de nazi’s werden verzameld voor ze op transport gingen.
Als het over Rotterdam gaat, zegt Kreijkes, denken we vaak eerst aan het bombardement en bij Amsterdam aan de moord op de Joden. ‘Maar hier zijn ook 11.000 Joden weggevoerd.´
De stichting organiseert herdenkingen en onderwijsprojecten en het leggen van ‘struikelstenen’. Deze kleine gedenkstenen voor slachtoffers van het nazisme, bij hun voormalige woningen, tref je in heel Europa aan. ‘Twee keer per jaar leggen we die stenen’, vertelt Kreijkes. ‘Dat zijn heel aangrijpende ceremonies, waarbij je je vaak afvraagt: hoe heeft dit kunnen gebeuren? Voor mij is herdenken: luisteren naar die verhalen van menselijk leed, dat vaak vandaag nog doorwerkt.’
‘Die man was daar zelf, bij de ceremonie, en huilde zo erg …’
Ze vertelt over een oude man die bij zo’n ceremonie was. ‘Hij was als baby weggegeven in de onderduik. Hij was zo jong, hij wist niet beter dan dat zijn onderduikouders zijn ouders waren. Na de oorlog kwam zijn echte moeder hem ophalen, maar zijn “ouders” wilden hem niet teruggeven. Die zijn zelfs gaan verhuizen in de hoop dat de moeder hen niet zou vinden. Ze vond hen wel en heeft haar kind toen min of meer ontvoerd. Die man was daar zelf, bij de ceremonie, en huilde zo erg …’ Eigenlijk heeft elke struikelsteen-legging een verhaal. ‘Ik vind het heel bijzonder dat ik die verhalen mag horen’, zegt Kreijkes. ‘We moeten elkaar in de ogen kijken, en de menselijke maat in de dingen zien. Dat is in deze tijd soms moeilijk.’


Met onderwijsprojecten wil de stichting de verhalen levend houden voor jongeren. ‘We zouden nog wel meer in het onderwijs willen doen maar we zijn maar een kleine stichting en alles kost tijd.’ Nu is er bijvoorbeeld een voorstelling over de struikelstenen die op basisscholen wordt opgevoerd. ‘Doordat het over leeftijdsgenoten gaat identificeren de leerlingen zich daarmee’, zegt Kreijkes.
Ook erfgoed is belangrijk, het maakt persoonlijke verhalen soms aangrijpend concreet. Zo dook er onlangs een zelfgemaakt boek op, op Marktplaats nota bene, van een Joodse Rotterdamse jongen. Kreijkes: ‘Hij was dol op de RET maar mocht zelf niet meer met de tram. Hij heeft toen een heel boek gemaakt met alle tramlijnen, haltes, prijzen. Binnenkort komt dat in museum Rotterdam te liggen.’
De link leggen naar het heden
Hans de Vries, geschiedenisdocent op de pabo, houdt zich ook bezig met erfgoed uit de Tweede Wereldoorlog. Hij geeft daar een minor over en daarnaast geeft hij een keuzecursus over de Holocaust. Hij las vooral de laatste twintig jaar heel veel over de Tweede Wereldoorlog, was ruim een week voor studie in Yad Vashem in Jeruzalem en bezocht vernietigingskampen in Oost-Polen. ‘Met name Sobibor, waar 33.000 Nederlandse Joden zijn vermoord. Daar word je niet heel blij van, maar toch vind ik het interessant te zien waar mensen toe in staat zijn. Om ook de link te leggen naar het heden, waarin opnieuw mensen verschrikkelijke dingen doen. Het houdt mij bezig. En ik voel dat we de opdracht hebben erbij stil te staan. Dingen die gebeurd zijn, kunnen weer gebeuren.’
Hij gaat dan ook jaarlijks naar een herdenking. ‘Niet naar de Dam, dat vind ik te massaal. Ik bezoek altijd wel een kleinere lokale herdenking, en dat zou ik iedereen aanraden. Elke gemeente heeft wel een oorlogsmonument. Het is toch heel anders dan twee minuten stil zijn voor de tv.’
De Vries vindt het belangrijk dit stuk geschiedenis levend te houden met en voor zijn studenten. Hij merkt ook dat ze ervoor openstaan. Elk jaar gaat hij met pabo-studenten naar Kamp Westerbork. ‘Dat vinden ze altijd indrukwekkend, vooral de rondleiding waarin ze veel persoonlijke verhalen horen. Ze reageren daar altijd heel mooi op.’

Met de studenten van de minor gaat hij ook naar het Joods Kindermonument. ‘Pabo-studenten gaan lesgeven op de basisschool. Veel van de kinderen op het monument had je in je klas kunnen hebben. Hun leven is abrupt geëindigd, en het is belangrijk daarbij stil te blijven staan. Het leidt ook tot mooie pedagogische gesprekken.’
‘Elke naam staat voor een mens, met nog een heel leven voor zich. Dat doet iets met studenten.’
Elke vijf jaar, in de week van de bevrijding van Auschwitz, worden in Westerbork de namen opgelezen van alle vermoorde Joodse Nederlanders. Vijf jaar geleden deed De Vries mee aan het oplezen van de namen, dit jaar gaf hij het stokje door aan zes van zijn studenten die zich als vrijwilliger aanmeldden. ‘Dat raakte me heel emotioneel’, vertelt hij. ‘Ik was zo trots op mijn studenten en voelde tegelijk ook de spanning die ik zelf had toen ik moest lezen: je wilt het perfect doen. Het was heel bijzonder. Elke naam staat voor een mens, met nog een heel leven voor zich. Dat doet iets met studenten.’
‘Spannend, maar vooral heel mooi’

Geneviève Oudwater was een van de pabo-studenten die meedeed aan het oplezen van de namen; iedere ‘lezer’ neemt tien minuten voor zijn rekening in een herdenking die in totaal zes dagen en vijf nachten duurt. Ze zei meteen ja, vertelt ze: ‘Ik dacht: deze kans komt waarschijnlijk maar een keer voorbij. Ik vond het heel spannend maar vooral heel mooi. Het oplezen van de namen doet iets met je, het wordt nog echter, je staat er meer bij stil. Ik had in mijn “blokje” een aantal kinderen die maar een paar maanden oud zijn geworden, ontzettend heftig.’
Het lezen van de namen heeft een belangrijke betekenis. ‘Zolang je mensen bij hun naam noemt, sterven ze niet hun “tweede dood”.’
De vierdejaars student is ook het herdenken meer gaan begrijpen. ‘Als kind snapte ik het principe niet echt, maar nu ik er meer over geleerd heb ga ik er meer bij stilstaan. Ik kijk ook altijd wel naar de herdenking op de Waalsdorpervlakte. Met mijn leerlingen zou ik in de toekomst ook wel naar een herdenking willen gaan, al weet ik nog niet precies hoe, want het is eigenlijk altijd in de meivakantie.’
Tekst: Edith van Gameren
Foto’s: Karin Kreijkes, Cindy Polet, Pressure Line, Hans de Vries






Laat een reactie achter
Spelregels
De redactie waardeert het als je onder je eigen naam reageert.
Lees hier alle details over onze spelregels.
Aanbevolen door de redactie
Langstudeerders finance & control helpen elkaar over de eindstreep: ‘Zonder deze twee had ik het niet gehaald’
Ingezonden: We moeten AI pauzeren en niet normaliseren op de Hogeschool Rotterdam
Ahmetcan laat studie niet door AI doen, maar studeert samen mét AI
Back to Top