Deelraden willen dat cmr niet instemt met fijnstructuur domeinvorming
Gepubliceerd: 27 October 2026 • Leestijd: 5 minuten en 26 seconden • NieuwsTien van de twaalf deelraden hebben de centrale medezeggenschapsraad (cmr) geadviseerd om in december niet in te stemmen met de plannen voor de domeinvorming. Veel decentrale raden zijn niet tegen schaalvergroting en zijn het er ook mee eens dat onderwijs en onderzoek beter moeten samenwerken. Ze hebben echter nog veel bezwaren tegen de voorgestelde fijnstructuur.
De cmr is gevraagd om in te stemmen met de plannen van het college van bestuur voor de domeinvorming; als alles volgens plan verloopt hakt de medezeggenschap in december die knoop door. In februari van dit jaar werd die instemming nog niet verleend. De cmr wilde eerst meer inzicht hebben in de ‘fijnstructuur’: hoe gaat de organisatie eruitzien als de domeinen zijn gevormd? Die nadere uitwerking is gemaakt door de kwartiermakers en ligt nu bij de cmr ter besluitvorming.
De decentrale medezeggenschapsraden – tien bij de instituten, een bij de kenniscentra en een bij de diensten – hebben formeel geen inspraak op de domeinvorming. Ze zijn er door de cmr echter wel nadrukkelijk bij betrokken. Uit de reacties en adviezen wordt duidelijk dat de deelraden nog veel bezwaren hebben.
‘Ieder lid maakt uiteindelijk zijn eigen afweging’
‘De cmr heeft aan de decentrale raden meegegeven’, reageert cmr-voorzitter Sjoerd van Vliet-Efriandi, ‘dat de ontvangen adviezen worden meegenomen in de beraadslagingen. Ieder lid (van de cmr, red.) maakt uiteindelijk zijn eigen afweging over hoe het lid omgaat met de adviezen. Die afweging zullen we in de cmr de komende weken maken en met elkaar bespreken. Daarin wordt ook het addendum meegenomen dat we van het cvb hebben ontvangen.’ (Zie het Profielen artikel hierover.)
Om tot een standpunt te komen haalden de decentrale raden reacties op bij hun eigen achterban. De imr van RBS zette een enquête uit onder de medewerkers, die door 226 van hen werd ingevuld (een respons van 33 procent). Van de respondenten antwoordden er 15 (6,6 procent) dat de cmr nu zou moeten instemmen met de voorgestelde fijnstructuur. 30,1 procent wil eerst aanpassingen zien, 52,2 procent wil niet instemmen en 11,1 procent van de respondenten heeft geen mening.
Hoe verbetert samenwerking door nieuw organogram?
De raadpleging, stelt de medezeggenschap van RBS, geeft niet zozeer een signaal van weerstand tegen verandering, maar laat vooral zien dat medewerkers onvoldoende overtuigd zijn van de gekozen oplossing en de wijze waarop deze tot stand is gekomen. ‘Respondenten verwachten in beperkte mate dat de voorgestelde structuur zal leiden tot de geclaimde voordelen. Vooral de verwachting dat de domeinvorming zal bijdragen aan betere onderwijskwaliteit wordt laag beoordeeld.’ Medewerkers zien ook niet hoe het verbeteren van de samenwerking wordt bewerkstelligd door een nieuw organogram. ‘Het is vooral afhankelijk van cultuur, leiderschap, capaciteit, tijd en gezamenlijke doelen’.
Eerder sprak Profielen medewerkers over de fijnstructuur, waarbij ze hun zorgen, vragen en ideeën deelden. Ze hadden onder meer vraagtekens bij de aparte manager onderzoek per domein. Die zorg komt ook in de raadpleging van de CMI-achterban (intranet Hint) weer terug: ‘Hiermee wordt een aparte “zuil” onderzoek gecreëerd, hetgeen zeer onwenselijk is en loodrecht staat op de wens van meer integratie van onderwijs en onderzoek’, reageert een medewerker. Ook bij ISO leeft het geluid, blijkt uit het verslag van de ISO-imr (Hint).
Rol en positie teamleider punt van zorg
Ook de rol en positie van de teamleider is een punt van zorg bij meerdere deelraden. De imr van ISO sprak met enkele tientallen medewerkers en constateert dat er twijfel is over de uitvoerbaarheid van deze functie wat betreft verantwoordelijkheden en werklast. Bij de raadpleging van de RBS-achterban was de teamleider ‘het meest genoemde operationele aandachtspunt.’ [zie kader] De ISO-achterban vraagt zich ook af waarom de opleiding social work terug moet van vier onderwijsmanagers naar één manager.
Bij CMI begrijpen meerdere respondenten niet dat de it-gerelateerde associate degrees toch niet naar het domein Design gaan maar naar Stad, Haven & Industrie. Op zich sluiten de betreffende Ad’s goed aan bij de technische opleidingen in dat domein, maar waarom wordt diezelfde keuze dan niet gemaakt voor de it-bachelors?
Hoe draagt domeinvorming bij aan de onderwijskwaliteit?
Uit de enquête van de imr van de RBS blijkt dat medewerkers eraan twijfelen dat de domeinvorming bijdraagt aan de onderwijskwaliteit. Bij CMI verwacht men zelfs negatieve gevolgen voor de kwaliteit van het onderwijs. Daar vrezen medewerkers onder meer voor grotere klassen en meer bureaucratie. ‘Wordt de effectieve tijd voor onderwijs en onderzoek niet opgeofferd aan de nieuwe administratieve en coördinerende lagen?’, vraagt de imr zich bijvoorbeeld af. Een medewerker spreekt, in het document van de imr met de opgehaalde reacties, haar zorg uit over de gevolgen van het verdwijnen van onderwijsmanagers. ‘Hoe blijft een docententeam goed georganiseerd als er steeds meer mensen verdwijnen?’
Naast de inhoudelijke bezwaren komt vaak terug dat medewerkers zich onvoldoende gehoord voelen. Een medewerker van ISO: ‘Door de druk op het tijdspad, de hoeveelheid klankbordbijeenkomsten en de hoeveelheid te lezen stukken vlak voor beslismomenten, hebben we niet het gevoel dat we echt invloed hebben op de beslissingen die worden genomen.’
Dat geluid komt ook uit de achterban van CMI, en de imr schrijft aan de cmr dat ze zich grote zorgen maakt over de huidige koers en de manier waarop het proces van domeinvorming wordt vormgegeven. ‘Wij ervaren dat het proces sterk wordt gestuurd door deadlines, sprints en organisatorische doelstellingen, terwijl er onvoldoende ruimte lijkt te zijn voor de menselijke maat en de impact van de voorgestelde veranderingen op studenten en medewerkers.’
Overigens werd vandaag bekend dat het bestuur meer tijd inruimt voor het vormgeven van de fijnstructuur.
Waarom is de communicatie uitsluitend in het Nederlands?
Vanuit de internationaal georiënteerde WdKA klinkt via de imr ook de kritiek dat de communicatie over de domeinvorming uitsluitend in het Nederlands plaatsvindt. Daardoor kunnen internationale medewerkers en studenten onvoldoende aan het gesprek erover deelnemen. Medewerkers hebben het ook over een ontstane sfeer waarin men zich niet altijd veilig voelt om zich uit te spreken, ‘and where legitimate emotional responses are misinterpreted as resistance’. Dit draagt niet bij aan een veilig, transparant proces, stelt de imr.
De impact waar de imr van de WdKA in haar schriftelijke betoog over schrijft, richt zich onder andere op de ‘fear (…) that our academy will become “just another hogeschool” losing the energy and identity of a committed, specialised teach community’. Zullen de Willem de Kooning Academie en het Piet Zwart Instituut wel hun namen en logo’s behouden, vraagt de deelraad in de brief aan de cmr.
De imr van de WdKA vraagt het cvb het proces van domeinvorming te pauzeren. ‘We are calling for a reset that builds trust. A reset that respects the past, present and future of our institute and the people who dedicate their work to it’.
Aparte manager onderzoek en positie teamleider
In de laatste online meet-up ging kwartiermaker Marleen Goumans al in op de keuze voor een aparte manager onderzoek. ‘De dynamiek van projecten en ook de financiering van onderzoek loopt echt anders’, stelde ze. ‘Als je dat met zo’n aparte manager organisatorisch goed neerzet kun je met een gerust hart richten op de inhoud van onderzoek’. Binnen een domein is het managementteam overigens, benadrukte cvb-lid Hanneke Reuling, ‘samen verantwoordelijk voor onderwijs én onderzoek.’
Het cvb ging in de laatste meet-up ook in op de positie van de teamleider. Daarover is nu meer duidelijkheid. In tegenstelling tot wat het cvb aanvankelijk wilde (het plan waar de imr’en op hebben gereageerd) wordt de teamleider waarschijnlijk toch een aparte functie. Dit op nadrukkelijk advies van de cmr.
Adviezen van deelraden
De deelraden van CMI, ISO, RBS, RAC, WdKA, EAS en de kenniscentra hebben publiekelijk of aan Profielen laten weten dat ze de cmr adviseren niet in te stemmen. Een aantal van hen heeft een brief of rapportage hierover gedeeld. Van deelraden van IGO, IvL, IvG, RMI en de diensten is niet bekend welk advies zij hebben uitgebracht. Cmr-voorzitter Sjoerd van Vliet geeft aan dat tien van de twaalf raden de cmr hebben geadviseerd om niet in te stemmen.
Tekst: Edith van Gameren en Jos van Nierop
Foto: Jos van Nierop
Profielen is ook actief op LinkedIn. Volg ons, blijf op de hoogte en praat mee over actuele onderwerpen.






Laat een reactie achter
Spelregels
De redactie waardeert het als je onder je eigen naam reageert.
Lees hier alle details over onze spelregels.
Aanbevolen door de redactie
Teamleider wordt in domeinvorming waarschijnlijk toch een functie en geen rol
‘Onze generatie weet niet meer hoe je een pauze neemt’, zeggen de studenten achter ReMind
Wie is voor jou de Student van het Jaar? Nomineren maar!
Back to Top