‘Mijn drijfveer blijft dat het in het onderwijs uiteindelijk om mensen gaat’
Mirjam van den Bosch is directeur bij EAS, het Instituut voor Engineering en Applied Science. Ze stond aan de wieg van de opleiding industrieel product ontwerpen (ipo). Behoorlijk pionieren, maar haar op het lijf geschreven. ‘Mijn insteek is altijd praktisch: wat is het probleem en hoe lossen we het op?’
‘Ik werk inmiddels ruim twintig jaar bij de Hogeschool Rotterdam en ben daar begonnen als docent. Mijn achtergrond ligt in industrieel productontwerpen. Ik heb zelf in Den Haag gestudeerd, bij de eerste ipo-opleiding van Nederland. Daar heb ik eigenlijk voor het eerst ervaren hoe het is om onderdeel te zijn van iets nieuws. Het was een opleiding die nog in ontwikkeling was, waar dingen soms goed gingen en soms ook niet. Die ervaring heeft me later enorm geholpen toen ik mocht helpen met het opzetten van de opleiding ipo voor de Hogeschool Rotterdam.
‘Ik ben niet iemand die een strak uitgestippeld pad volgt. Ik ben opgeleid als ontwerper en zo kijk ik nog steeds naar mijn werk: wat is het probleem en hoe lossen we het op? Die houding heeft eigenlijk mijn hele loopbaan bepaald. Na mijn studie heb ik een tijd als productontwerper gewerkt, deels gecombineerd met lesgeven. Dat was een interessante periode: ik ontwierp zelf en leerde studenten ontwerpen.
‘Toen de kans kwam om in Rotterdam mee te bouwen aan een nieuwe opleiding industrieel product ontwerpen, hoefde ik daar niet lang over na te denken. ‘
‘Ik merkte ook dat ik meer wilde dan alleen producten ontwerpen. Ik wilde nadenken over hoe dingen beter konden, breder dan één product of één opdracht. Daarom ben ik een aantal jaar bij een adviesbureau gaan werken dat zich richtte op innovatie en uitvindingen. Ik leerde daar dat een goed idee alleen niet genoeg is: er moet ook een businessmodel achter zitten, het moet haalbaar zijn en iemand moet erin willen investeren. We werkten zowel met individuele uitvinders als met grote organisaties, zoals Rijkswaterstaat. Het ging vaak over de vraag hoe je innovatie organiseert, hoe je samenwerkt met marktpartijen en hoe je nieuwe ideeën daadwerkelijk verder brengt. Die combinatie van strategie en praktijk vond ik heel interessant.
‘Toch bleef het onderwijs trekken. Ik vond het werken met studenten en collega’s uiteindelijk veel betekenisvoller. Toen de kans kwam om in Rotterdam mee te bouwen aan een nieuwe opleiding industrieel product ontwerpen, hoefde ik daar niet lang over na te denken. We zijn toen met een klein team gestart en dat was echt pionieren. We hadden veel vrijheid en konden snel schakelen. We hebben de opleiding eigenlijk benaderd als een ontwerpproject: wat willen we dat studenten leren en hoe richten we dat zo goed mogelijk in?
‘In die beginperiode hebben we veel uitgeprobeerd. Soms pakte dat goed uit, soms niet. Ik kan me nog herinneren dat we een keer een groep studenten streng hebben toegesproken omdat we vonden dat het niveau hoger moest. Dat deden we vlak voor de kerstvakantie, en we stuurden ze eigenlijk behoorlijk aangeslagen naar huis. Achteraf denk ik: dat zouden we nu nooit meer zo doen. Inmiddels weten we veel meer over didactiek en pedagogiek. Maar juist door dat experimenteren hebben we ook veel geleerd.
‘Docenten moeten niet alleen inhoudelijk sterk zijn in hun vakgebied, maar ook begrijpen hoe leren werkt. ‘
‘Wat die tijd bijzonder maakte, was de energie die we allemaal hadden. We waren een jong team, we startten tegelijkertijd met een andere nieuwe opleiding automotive en de organisatie was nog relatief klein. Daardoor konden we snel beslissingen nemen en dingen uitproberen. Tegenwoordig is dat anders; we zijn groter en professioneler geworden. Dat heeft veel voordelen, maar het maakt processen ook complexer.
‘In de loop der jaren ben ik doorgegroeid naar leidinggevende rollen en uiteindelijk directeur geworden. Dat past eigenlijk goed bij mijn manier van denken. Ook als directeur ben ik bezig met ontwerpen, in de zin van het mogelijk maken van goed onderwijs, teams en samenwerkingen. Ik heb daarnaast een master in veranderkunde gedaan, omdat ik merkte dat ik behoefte had aan meer kennis over hoe je organisaties en mensen in beweging krijgt. Dat heeft me geholpen om beter te begrijpen wat er nodig is om veranderingen echt te laten landen.
‘Een ander belangrijk inzicht voor mij is dat goed onderwijs vraagt om dubbele professionaliteit. Docenten moeten niet alleen inhoudelijk sterk zijn in hun vakgebied, maar ook begrijpen hoe leren werkt. Dat is iets waar we de afgelopen jaren veel in hebben geïnvesteerd. Waar we vroeger veel op intuïtie deden, werken we nu veel bewuster en onderbouwd. Ik vind het belangrijk dat we verantwoordelijkheid nemen voor het succes van studenten. Op het moment dat je denkt: het ligt aan de student, dan gebeurt er niets. Maar als je je realiseert dat het ook aan ons kan liggen, dan ga je nadenken over wat je anders kunt doen. Dat is waar echte verbetering begint.
‘Wat ik mooi vind aan de opleiding industrieel product ontwerpen, is dat het een combinatie is van techniek, creativiteit en mensgericht denken. Studenten moeten nieuwsgierig zijn: hoe werkt iets, waarom is het zo gemaakt, en kan het beter? Tegelijkertijd ontwerpen ze altijd voor mensen, dus ze moeten zich ook kunnen verplaatsen in de gebruiker. En misschien wel het belangrijkste: ze moeten willen samenwerken. Goede oplossingen ontstaan nooit in je eentje.
‘Uiteindelijk wil ik bijdragen aan iets dat verder gaat dan alleen het directe resultaat. Iets dat ook op de langere termijn waarde heeft.’
‘De opleiding biedt ook ruimte om je eigen richting te kiezen. Je ontdekt gaandeweg wat voor ontwerper je wilt zijn: ga je meer de technische kant op, of juist de conceptuele kant? Werk je graag aan duurzame oplossingen, of richt je je op gebruiksgemak en interactie? Die vrijheid is belangrijk, omdat het vakgebied zo breed is.
‘Mijn drijfveer blijft dat het in het onderwijs uiteindelijk om mensen gaat. Als docent werk je direct met studenten en zie je hun ontwikkeling. Als leidinggevende werk je met medewerkers en help je hen om stappen te zetten. In beide gevallen gaat het erom dat je elkaar ziet en begrijpt wat iemand nodig heeft om verder te komen.
‘Naast mijn werk ben ik ook sterk verbonden met Rotterdam. Ik woon al meer dan dertig jaar in Rotterdam-West en voel me echt onderdeel van de stad. Ik heb daar ook een volkstuin, waar ik veel tijd doorbreng. Dat is voor mij een plek om los te komen van het werk. Ik ben daar bezig met planten, met de seizoenen, met simpele dingen. Het heeft iets rustgevends, maar het is ook een plek waar mijn interesse in duurzaamheid en ecologie samenkomt met wat ik in mijn werk doe.
‘Die verbinding tussen inhoud, mensen en omgeving is voor mij belangrijk. Of het nu gaat om onderwijs, innovatie of duurzaamheid: uiteindelijk wil ik bijdragen aan iets dat verder gaat dan alleen het directe resultaat. Iets dat ook op de langere termijn waarde heeft.’
Ken of ben jij iemand met een verhaal voor Humans of HR? We horen het graag! Stuur een mailtje naar profielen@hr.nl.
Tekst en foto: Sanne van der Most






Laat een reactie achter
Spelregels
De redactie waardeert het als je onder je eigen naam reageert.
Lees hier alle details over onze spelregels.
Back to Top