We hebben ze allemaal: die ene collega die je jeuk geeft. Die je rillingen van afkeer geeft als hij of zij een docentenkamer binnenkomt. Waar je je onmatig aan stoort, hoe irrationeel ook. Zo’n collega waarvan je ’s avonds in bed denkt: ‘Had ik maar ’s snoeihard gezegd wat ik écht denk!’ Een collega die zelfs agressie bij je oproept. Waarvan je fantasieën hebt hoe je hem of haar langzaam wurgt met een telefoonkabel. Zodat je eindelijk in alle rust je werk kan doen.
Vast herkenbaar: de collega die overluid verse paprika’s zit te knagen tijdens de lunch. Of een goor meurend papje op de boterham heeft. Die steevast stinkende wafels naar binnen knaagt achter de laptop. Altijd dezelfde, slonzige kleren aanheeft.
Een onuitstaanbare vergadertijger, die bij de rondvraag na dik twee uur alsnog een betoog van een kwartier afsteekt. Die zich ziek meldt omdat ze last heeft van gevoelige oorlellen. De collega die nooit ene flikker lijkt uit te voeren, maar toch ieder studiejaar terug blijft komen, als een onuitroeibare rattenplaag.
Of de collega die altijd beren op de weg ziet. Nooit ’s uitgaat van een positieve uitkomst. Een veteraan, die halverwege jouw briljante idee keihard roept dat we dat al ’s geprobeerd hebben, tien jaar geleden, toen de context echt hetzelfde was. Ja, écht! Een betweter die nooit ergens voor te porren is, die continu bezwaren maakt. ‘Ja, maar…’, ‘En toch denk ik…’. Brilsmurf, maar dan in het echt. Gruwelijk irritant.
Soms is het subtiel: passief-agressieve opmerkingen, waarvan je de nare betekenis pas veel later doorhebt. Verkapte beledigingen, vermomd als geintje. Cynisch geklaag, wat grappig lijkt maar eigenlijk heel deprimerend is. Continue vergelijkingen met vorige werkgevers, die nul hout snijden.
Soms een stuk minder subtiel: foute, discriminerende grappen. Schuine grollen. Minachtende opmerkingen over studenten. Of simpelweg onversneden stomheid, een bord voor de kop, niet willen inzien hoe het beter kan.
We kennen ze allemaal. We wéten wie het zijn. Ze zijn overal, in alle hoeken en gaten, als kakkerlakken. We zouden ze het liefst willen uitroeien. Maar dat mag niet. Ze zijn er nou eenmaal. Overmacht, als een stormvloed. We moeten er mee leren omgaan.
Waarschijnlijk zijn ze nodig, in iedere organisatie. Ze helpen ons om weerbaarder te worden. Om manieren te vinden om er mee om te gaan: negeren, tegenspreken, omzeilen, meestribbelen, afkappen. En bovenal: iedere ergernis die je voelt bij een ander, zegt iets over jezelf. Wellicht ging al het bovenstaande over mezelf. Wellicht moet ik op zoek naar de brilsmurf in mezelf.
De redactie waardeert het als je onder je eigen naam reageert.
Lees hier alle details over onze spelregels.
…ha, ik ben een brilsmurf!
Ik geef de voorkeur aan visueel-uitgedaagde-smurf :P.