Deze week doe ik de laatste toetsing van een cursus die me dierbaar was. Het voelt als een definitief afscheid. Na zeven jaar moeten we ‘m laten gaan vanwege het nieuwe curriculum dat we bij social work krijgen. Ik hoop dat de geest van deze cursus verder leeft!
Als docent vind ik niet alle cursussen die je geeft even leuk. Er zitten er altijd wel een of twee tussen waar ik wat minder enthousiast van word. Dat is niet erg, zolang er maar genoeg is waar ik wél gelukkig van word. De cursus waar ik in deze drukke nakijk-piek-periode even bij stil wil staan is daar een voorbeeld van, ook al was hij zeker niet perfect.
Hij stamt nog uit de tijd waarin er gezworen werd bij kortcyclisch onderwijs. De cursus duurde daardoor vier weken en dan was het al weer tijd voor de toets. Haastige spoed is zelden goed. En de toetsopdracht was vrij open geformuleerd, wat voor studenten die wat meer houvast wilden soms best lastig was.
En de naam van de cursus paste eigenlijk helemaal niet zo goed bij de inhoud ervan: Verantwoordelijkheid en eigen kracht. Zeven jaar geleden was die naam al vastgesteld, maar ik wilde graag een cursus maken over professionele verantwoordelijkheid, waarbij studenten als toets een pleidooi geven over misstanden die zij zagen tijdens hun praktijkstage in de jeugdzorg.
Ik wilde weten waar zij zich verantwoordelijk voor voelden en hoe zij een betere jeugdzorg voor zich zagen. Ik wilde graag met ze praten over de manier waarop we in onze samenleving met jeugdigen omgaan, wat hun eigen ervaringen daarbij zijn en wat zij als sociaal werker anders zouden willen gaan doen. Zonder dat het meteen heel praktisch uitvoerbaar hoefde te zijn, maar gewoon goede gesprekken, kritisch nadenken en af en toe een beetje verontwaardiging en verwondering over hoe de wereld rondom kinderen en jongeren georganiseerd is.
Zeven jaar waarin ik samen met mijn collega Ewa het openingscollege gaf en waarin wij zelf een pleidooi gaven als voorbeeld. Wat heerlijk was om te doen (en ook spannend!). En zeven jaar waarin we een hele vrijdag lang pleidooien aanhoorden van onze studenten. Dat waren soms vurige pleidooien tegen de misstanden die zij wilden aankaarten. Soms kwamen ze uit het hart en soms waren het goed doordachte, kritische beschouwingen. En er waren natuurlijk ook minder spannende uurtjes, maar in een requiem mogen we het bij de goede herinneringen houden toch?
Die pleidooien zag ik als getuigenissen van onze studenten van hoe het er in de praktijk aan toe gaat. Sommige thema’s kwamen ieder jaar terug: het tekort aan tijd en aandacht voor jeugdigen, de soms te repressieve cultuur op leefgroepen, de soms kleinerende manier waarop er over jongeren wordt gepraat en bureaucratie in de jeugdzorg.
En er is ook een ontwikkeling te zien: waar het zeven jaar geleden meestal ging over kleine misstanden op de werkvloer, kaarten studenten nu veel vaker systemische misstanden aan. Ik vond het dit jaar mooi om te zien dat veel studenten in mijn klas zich ervan bewust zijn dat de wereld aan het veranderen is en dat een goede jeugdzorg en goed onderwijs niet vanzelfsprekend zijn.
Het is mooi geweest. Nu gaan we weer verder en hopelijk zien we dit in een ander vorm terug in de toekomst. Maar voor nu: requiescat in pace.
Laat een reactie achter
Spelregels
De redactie waardeert het als je onder je eigen naam reageert.
Lees hier alle details over onze spelregels.
Back to Top