Politiek in de klas: ‘Als iemand met niet-rechtsstatelijke ideeën komt, benoem ik dat’
Gepubliceerd: 15 October 2025 • Leestijd: 6 minuten en 8 seconden • NieuwsGa je in de klas het gesprek aan over politiek? En hoe doe je dat? In aanloop naar de Tweede Kamerverkiezingen van 29 oktober sprak Profielen met Halil Karaaslan, Jan Willem van de Graaf en Cynthia Gordijn over hun politieke standpunten en of die een rol mogen spelen in de klas.
Halil Karaaslan, docent bij de Ad-opleiding pedagogisch educatief professional (pep)
Het combineren van docent-zijn met het uiten van je politieke mening noemt Halil Karaaslan ‘een dunne lijn waarop ik altijd heb gebalanceerd’. Op sociale media en als spreker laat hij zich horen over politiek en maatschappelijke thema’s. ‘Studenten die mij googelen kunnen mij en mijn standpunten makkelijk vinden. Over onderwerpen als bijvoorbeeld Gaza, femicide en asielzoekers ben ik best uitgesproken. Je zou mij als links kunnen categoriseren, ik ben voor een eerlijke verdeling van de welvaart.’
‘Maar mijn verantwoordelijkheid als docent zie ik los van de persoon die ik buiten de hogeschool ben. In de klas staat mijn mening nooit centraal en stel ik mij zo neutraal mogelijk op, en sta ik open voor links en rechts.’
Politieke standpunten? Ze komen vooral voor de les
‘Ik ben altijd bereid mijn standpunten toe te lichten, maar ik word er zelden mee geconfronteerd; studenten op de hogeschool komen vooral voor de les. In het voortgezet onderwijs, waar ik ook werkte, kwamen leerlingen vaker met maatschappelijke dingen.’

Bij gesprekken in de klas hanteert Karaaslan, zegt hij, twee ‘kaders’: fatsoen en de rechtsstaat. ‘Als iemand met niet-rechtsstatelijke ideeën komt, benoem ik dat’. Toen de PVV twee jaar geleden de grootste partij werd, was dat voor Karaaslan ook reden dat de klas in te brengen. ‘Die ochtend had mijn zoontje het Jeugdjournaal gezien en vroeg hij “Papa, moeten wij hier nu ook weg?”’
‘Ik ben toen in de klas het gesprek gestart met de vraag hoe je hier mee omgaat. Dat heeft ook met pedagogiek te maken’. Het leidde sowieso niet tot een fel – politiek – debat. ‘Bij de opleiding (PEP, red.) heb je denk ik weinig hardliners in de politiek gezien rechtse hoek’, vermoedt Karaaslan.
Veilig leerklimaat, voor iedereen
Wat vindt de docent ervan als een docent zelf een partij op de uiterst rechter flank aanhangt? Zoals JA21-kandidaat én hogeschooldocent Cynthia Gordijn. Kan je dan als docent voor een veilige leeromgeving zorgen? Karaaslan: ‘Ik ben in essentie tegen het uitsluiten van collega’s voor iets wat ze buiten school doen. Het is wel interessant dat ze van een anti-asiel- en anti-islampartij is, terwijl islamitische studenten ook een groep zijn waar zij in de klas voor moet kunnen staan. Dat geldt ook voor mij, mijn standpunten kunnen als anti (extreem)rechts worden gezien en ook ik moet ondanks mijn persoonlijke mening ook voor studenten die aan die kant van het politiek spectrum zitten een veilig leerklimaat kunnen bieden. Daarin ligt voor ons, docenten die zich ook buiten de klas mengen in het maatschappelijk debat, een uitdaging.’
De docent wil graag een pleidooi houden voor fellere discussies. ‘Dat we op de hogeschool harder durven clashen als het om de inhoud gaat. Met inachtneming van een gemeenschappelijke missie om studenten op te leiden.’ Karaaslan denkt hierbij op de hogeschool aan een thema als Gaza maar ook aan ‘het concreet invullen van “inclusie”: Er zijn heel weinig docenten van kleur, gesprekken daarover moeten we vaker voeren.’
Jan Willem van de Graaf, docent social work
Net als Karaaslan probeert Van de Graaf in de klas zo neutraal mogelijk te zijn, vertelt hij. ‘Mijn rol is om met de student het gesprek aan te gaan, en om een veilige haven te zijn.’
In de les gaat de docent regelmatig met studenten in gesprek over actuele onderwerpen, die een raakvlak hebben met het werkgebied van social work. ‘Bijvoorbeeld over AZC’s en de spanning daaromheen. En als je studenten dan om een mening vraagt, valt er weleens een stilte. De vraag is dan misschien of er in de klas voldoende veiligheid is, en het beter in kleinere groepen besproken moet worden. Later in het jaar zijn de studenten wat meer verbonden met elkaar, dan zijn er ook meer discussies.’
‘Oproep van Wilders niet te accepteren’
‘Soms vraag ik aan studenten of bepaalde uitlatingen polariserend zijn of verbindend. Een voorbeeld is toen Wilders tijdens een AZC-protest opriep om tegen het besluit van burgemeester en wethouders in te gaan. Dit terwijl er een landelijk besluit ligt (de spreidingswet, red.). Dat is niet acceptabel, het kan tot polarisatie leiden’, vindt Van de Graaf. Zaten er PVV-stemmers in de klas bij deze discussie? Van de Graaf weet het niet. ‘Het werd weer stil.’
Van de Graaf zegt stelling te nemen voor een waarde als de rechtsstaat. ‘Er is ruimte om erover in discussie te gaan, en dat leidt soms tot een spanningsveld’. Hij wijst op een – niet aangenomen – recent politiek voorstel om illegaliteit strafbaar te stellen, inclusief het helpen van illegalen. ‘Dat raakt ook de beroepscode van social work’, vertelt de docent. Politieke besluiten kunnen dus direct invloed hebben op het toekomstige werk van studenten, je komt er daarmee niet onderuit om zo’n onderwerp de klas in te halen.’
Hoe omgaan met anti-woke studenten?
Bij social work zijn er sinds kort, vertelt Van de Graaf, ‘dialoogsessies’ over hoe je als docent moet omgaan met bijvoorbeeld ‘anti-woke’ studenten die moeite hebben met personen met een bepaalde achtergrond of gender, of die de denkbeelden van Adrew Tate aanhangen. En hoe je daar dan mee omgaat zonder dat die studenten worden uitgesloten.
Van de Graaf zegt het ‘opvallend’ te vinden dat veel studenten hun nieuws halen van onder andere TikTok. Het is iets waar hij ook in de klas aandacht aan besteedt. ‘Dan zeg ik “probeer altijd de bron van iets te achterhalen”. Je moet weten of er een journalistiek verhaal achter zit. Laatst heb ik ook stilgestaan bij het onderwerp algoritmes. Niemand in de klas kon vertellen wat het was.’
Het liefst zou de docent in de klas meer tijd en aandacht besteden aan dit soort onderwerpen en aan het (leren) discussiëren en beargumenteren maar daar is in het curriculum geen plek voor. Colleges burgerschap in het hbo, waar ooit voor is gepleit, zou Van de Graaf ‘aanbevelen’.
Cynthia Gordijn, docent lerarenopleiding Engels en kandidaat Tweede Kamer voor JA21
In de klas wil Gordijn vooral neutraal blijven, zei ze twee jaar geleden al in een interview, en dat vindt ze nog steeds. ‘Ik geef Engelse taalvaardigheid, anders dan bijvoorbeeld maatschappijleer leent mijn vak zich ook niet zo voor gesprekken over politieke onderwerpen’, vertelt de docent. ‘Maar als studenten iets over mijn politieke standpunten willen weten, sta ik er open voor om daarop in te gaan.’ Dat gesprek beginnen studenten echter vrijwel nooit, geeft Gordijn aan.

Toen Profielen Gordijn twee jaar geleden interviewde, vroegen studenten en docenten in de comments onder het artikel zich af of een docent die de standpunten van het uiterst rechtse JA21 aanhangt, in de klas wel voor een veilige leeromgeving kan zorgen. Gordijn heeft zich gestoord aan deze reacties, zegt ze nu. ‘Wat ik gek vind, is dat ik geen les zou mogen geven en iemand die een Palestijnse sjaal draagt wel. We hebben ook Joodse studenten die zich onveilig kunnen voelen.’
Gordijn wil nog iets kwijt over veilige leeromgeving en inclusiviteit. ‘Daar heb ik zorgen over. Toen de PVV, wat niet mijn partij is, twee jaar geleden de grootste werd, werd daar ook op de hogeschool negatief op gereageerd. Toch gek vind ik, dat je een kwart van de kiezers, onder wie ook studenten en docenten van de HR, wegzet als mensen die verkeerd hebben gestemd.’
Minder zorgen over reformatorische scholen
Het verkiezingsprogramma maakt duidelijk dat JA21 anti-islam is. De partij van Joost Eerdmans wil bijvoorbeeld versterkte gebedsoproepen verbieden en een strengere controle van specifiek islamitische scholen. Verschijnselen van andere religies worden niet genoemd; de kerkklok mag luiden.
‘Dat gaat over het gevaar van de politieke islam, en wat er op weekendscholen wordt gezegd over bijvoorbeeld homoseksualiteit’, zegt Gordijn. Over het lesprogramma van reformatorische scholen maakt JA21 zich ‘qua veiligheid minder zorgen over’, zegt Gordijn. ‘Als twee homo’s hand-in-hand lopen, zullen ze minder snel overlast hebben van christelijke mensen’.
‘Als we over de grens gaan fluit de rechter ons wel terug’
Daarmee kom je op het onderwerp rechtsstatelijkheid en de vraag of alle standpunten van de PVV en ook JA21 rechtsstatelijk zijn. Dan gaat het over zaken die al dan niet tegen de grondwet ingaan. Waarom zou je het versterkt oproepen tot gebed willen verbieden (wat JA21 wil) en het luiden van kerkklokken niet?
Docenten Karaaslan en Van de Graaf trekken, als het over het gesprek in de klas ging, een grens bij anti-rechtstatelijke uitingen. Hoe ziet Gordijn dat, kijkend naar ‘haar’ anti-islam programmapunten? De JA21-kandidaat: ‘De rechtstaat is het kader, dat staat gewoon, als we een grens overgaan worden wel teruggefloten door de rechter’.
Tekst: Jos van Nierop
Archieffoto’s: Darice de Cuba (Cynthia Gordijn), Sanne van der Most (Halil Karaaslan)






In mijn ervaring op de lerarenopleiding, ik houd even in het midden welke, is er weinig ruimte tijdens het bespreken van maatschappelijke onderwerpen om rechts geluid in te brengen. Alleen al kritische vragen stellen op momenten waarin de multiculturele samenleving wordt bejubeld was niet echt de bedoeling. Er is alleen maar aandacht voor het cultureel-progressieve denken en als het ging om discriminatie en uitsluiting werd er wel aandacht gegeven aan de grote boze refo-christenen, maar over salafistische islamieten werd met geen woord gerept.
@Drs P.: bedankt voor je interessante reactie. Ik ben benieuwd of je dit probleem van de ‘onbespreekbaarheid’ al eens aan de kaak heb gesteld. En wat zijn dan de reacties? Misschien kun je daar iets meer over vertellen?
Zijn er andere mensen op de Lero die hier ervaringen over willen delen?
Ik vind het van belang dat er op school niet over politiek en niet over geloof wordt gesproken. Dit moeten we afspreken met elkaar. Alleen zo worden scholen en universiteiten niet gesloopt of in de fik gestoken als iemand het ‘ergens’ niet mee eens is. Voor politieke uitingen en geloofsuitingen zijn andere plekken beschikbaar.
@Pablo: dank voor je reactie!
Een verbod op politiek lijkt me dat oprecht heel moeilijk te regelen.
Ergens hoop ik dat studenten en medewerkers kunnen leren om zonder geweld over politiek te praten. Zou er wel eens een les zijn geweest waarin over politiek werd gepraat, die leidde tot brandstichting en vernielingen?
Waarom denk jij dat politiek beter uit de klas kan blijven? En wat is wat jou betreft wel en niet politiek?
Ik heb destijds aangegeven dat ik me afvraag of er een veilige leeromgeving gecreëerd kan worden in de klas van Cynthia. Deze vraag stellen en dan een verhaal krijgen over een Palestijnse sjaal raakt kant noch wal. Wat hebben joodse studenten te maken met het beleid van de overheid van Israël? Ik wil Cynthia er even aan herinneren dat antizionisme geen antisemitisme is.
En dan het nobele stukje over Islam en homoseksualiteit in NL; mooi verhaal, maar JA21 stemt consequent tegen de meeste moties waar de LHBTI+ gemeenschap meer rechten en vrijheden krijgt.
En als we het dan hebben over studenten van bepaalde achtergronden die zich niet veilig voelen; waarom is Cynthia lid van een partij waarvan een van de kopstukken, Annabel Nanninga, dingen zegt zoals “dobbernegers” ? Kan Cynthia die ook met wat drogredenering omtoveren tot iets aanvaardbaars?
Hierboven lees ik dat er een verbod op geloof en politiek op school misschien zou helpen. Dat denk ik niet, vrije discussie moet altijd mogelijk blijven. Maar kijk er niet gek van op als je kritiek krijgt op controversiële standpunten, vooral als je nuance overboord gooit – iets waar veel politici zich overigens schuldig aan maken – niet alleen rechts.