Je kent vast dat plaatje van een ‘koneend’ (of in het Engels ‘duck rabbit’) wel. Ik laat dat plaatje weleens aan studenten zien. De ene helft van de klas ziet er een konijn in en de andere helft ziet een eend.

Het maakt niets uit wat je als eerste ziet, het gaat erom dat je de ándere optie eerst totaal niét ziet. Maar zodra je erop wordt gewezen dat het konijn ook een eend kan zijn, kun je de eend niet meer wegdenken. Maar let op: je kunt het konijn en de eend nooit allebei tegelijk zien. Ook al wéét je dat ze er allebei zijn, je ziet ze alleen om de beurt.
Hoe wij naar dit plaatje kijken, zegt veel over de manier waarop we de wereld waarnemen en erover nadenken. Als we proberen om verschillende perspectieven bij elkaar te brengen, dan lukt dat vaak niet. Dat merk ik bijvoorbeeld als ik een student niet alleen als een student, maar ook als een persoon wil zien. De mens ‘achter’ de student zeggen we dan, net zoals er – soms tot stomme verbazing van de student – nog een mens ‘achter’ de docent blijkt te bestaan.
Het is vaak onmogelijk om ze allebei tegelijk te zien, zeker op het moment dat je iemand moet beoordelen. Je wéét dat er zoveel meer is, maar als je dat allemaal toelaat op dat moment, dan valt er geen voldoende of onvoldoende meer op te plakken. De werkelijkheid kan in dat opzicht verschrikkelijk onpraktisch zijn. Hetzelfde probleem hebben we natuurlijk ook met andere mensen dan alleen studenten en docenten: asielzoekers, jongeren, hooligans, mensen met onbegrepen gedrag, ouderen, onderwijsmanagers, mantelzorgers, nobelprijswinnaars, nobelprijsverliezer en natuurlijk onszelf.
We zijn in staat om slechts één deel van de werkelijkheid tegelijk te zien, terwijl we weten dat er meer is. En vaak hebben we moeite te geloven dat het deel dat we op dat moment niet zien, toch echt ook realiteit is.
Kijk maar naar de ecologische crisis. We weten dat de aarde opwarmt, dat biodiversiteit snel afneemt en dat de koraalriffen waarschijnlijk niet meer te redden zijn. En toch kunnen we die werkelijkheid niet toelaten en gaan we door alsof er niets aan de hand is.
Kijk maar naar Gaza. Iedere dag kreeg ik meerdere pop-ups op mijn telefoon waarin ik kon lezen dat er weer 10, 20, 50 Palestijnse mensen waren vermoord. Meestal swipete ik die pop-ups weg, alsof er niet met elk mensenleven een hele wereld, een hele beleefde geschiedenis, verloren is gegaan. En ik voel een soort van ontspanning nu er een staakt-het-vuren is, alsof we dit nu achter ons kunnen laten, terwijl ik natuurlijk wel weet dat de afgelopen twee jaren een symptoom zijn van een dieperliggend probleem dat allerminst is opgelost.
Kijk ook maar naar hoe we AI omarmen. We kennen alle ethische bezwaren, maar we doen net alsof we daar op een woensdagnamiddag nog maar eens een keertje een ‘kritisch gesprek’ over moeten hebben en dat daarmee de morele kous wel af is. We weten – of we kúnnen weten – dat AI, op de manier waarop het nu wordt geïmplementeerd, verwoestend is voor milieu, klimaat en menselijke gemeenschappen. En waarvoor doen we dat? Voor de vage belofte dat AI dingen beter kan dan wij. Maar de vraag wordt zelden gesteld: beter voor wie? We staren ons blind op het kleine, schattige, grappige, handige, frictieloze konijntje (waar een heleboel geld in wordt geïnvesteerd), maar we zien niet de grote, lelijke eend.
Het plaatje van de ‘koneend’ wijst ons op onze soul blindness, zoals de filosoof Stanley Cavell het zo mooi zei. Het stelt ons in staat ons zelfbeeld hoog te houden, terwijl de wereld brandt.
Afbeelding: Wikipedia, illustrator onbekend
Laat een reactie achter
Spelregels
De redactie waardeert het als je onder je eigen naam reageert.
Lees hier alle details over onze spelregels.
Back to Top