Vorig jaar kocht ik een hysterische, bijna afzichtelijke nep-bontjas. Ik durfde ‘m nooit aan; hij was me te uitbundig. Het bleek een metafoor.
Hij sprak me aan op de één of andere manier, ik ging voor de geföhnde ijsberen-look. Ik hou van hysterisch. Mijn kledingstijl heeft overigens door de jaren heen al meerdere ernstige vormen aangenomen. Een jaar of zes geleden hulde ik mijzelf gedurende werk- maar ook school, kerst, zater- en zondagen (het maakte me in wezen niks uit wat voor (on)belangrijke dag het was) in een afgemat joggingpak.
Er bestonden gelukkig ook minder wanstaltige kledingfases. Tijdens stages op kantoor droeg ik bijvoorbeeld nette, chique aandoende kleding, bloesje, blazertje, hakje en kreeg ik daar ook een portie zelfvertrouwen bij. Het werkte echt.
Ooit vertelde iemand me dat je als je thuis iets productiefs moet doen, zoals het schrijven van een blog bijvoorbeeld, dat het dan beter is om schoenen aan te trekken in plaats van warme pantoffeltjes. Het schijnt dan dat je meer voor elkaar krijgt, omdat je uit die luie warme bubbel wordt gehaald. Inmiddels kan ik niet meer zonder.
Ik werk nu een poosje in een niet nader te noemen merkkledingwinkel. Het valt me sindsdien op hoeveel er af te lezen valt aan de outfit over iemands persoonlijkheid. Heel erg weinig. Kleding zegt niet zoveel, de manier waaróp je het draagt wel. Het is een dooddoener, maar het zelfvertrouwen dat je krijgt van een goede outfit kan ook precies andersom werken. Een gewaagde outfit kan floreren als je het tenminste met durf en vertrouwen draagt, en uitstraalt dat het bij jou hoort.
Inmiddels een jaar na aanschaf van het witte berenvel keek ik op mijn arme uitpuilende kapstok en zag ik de jas daar hangen, onaangeraakt. Direct veroordeelde ik mezelf als een vreselijk overconsumptie figuur, totdat ik besloot dat het tijd was het aan te trekken. Waarom durfde ik dat toch al die tijd niet?
Als een onuitputtelijke romanticus zie ik automatisch in alles een parallel, een metafoor. Aan het begin van het schooljaar vond ik de universiteit doodeng, nam het impostersyndroom de overhand en dacht ik dat het me nooit zou lukken, een premaster was toch niet aan mij besteed. Niemand in mijn omgeving heeft een academische opleiding genoten, dus waarom zou ik dat wel doen?
En wat een heerlijk cliché: ik heb nog niet eerder zulke goede cijfers gehaald, ik ken de stof van de tentamens ook nog weken erna uit mijn hoofd en ik ga met plezier naar de colleges. Ik heb eindelijk mijn vak gevonden. En die jas draag ik nu iedere dag, ik kan me niet meer voorstellen dat het een drempel was.
Profielen is ook actief op LinkedIn. Volg ons, blijf op de hoogte en praat mee over actuele onderwerpen.
Laat een reactie achter
Spelregels
De redactie waardeert het als je onder je eigen naam reageert.
Lees hier alle details over onze spelregels.
Back to Top