Zoals ieder jaar is het voorjaar weer begonnen. We schudden de grauwsluier van de winter van ons af. De zon breekt door. De warmte keert terug. Extra vroeg, dankzij de opwarming van de aarde. Maar vandaag schud ik de doem en het onheil van de rap naderende klimaatcatastrofe van me af. Want ik zit vol optimisme.
De meeste studenten niet. Ondanks hun vrolijkheid. Of naïviteit. Hun onbezorgde ‘komt goed hoor, meneer’. Hun uitstelgedrag. Diep begraven onder dit alles ligt onzekerheid. Angst voor de toekomst. Welke koers gaat hun loopbaan nemen? Gaan ze een leuke baan vinden? Zullen ze ooit een eigen huis kunnen betalen? Gaat de oorlog onze kant opkomen? Willen ze uiteindelijk wel een kind op deze wereld zetten?
Ik heb natuurlijk makkelijk lullen. Ik heb een warm, gezellig huis. Een BMW onder mijn reet. Zinvol, vet betaald werk (niet aan mijn directeur vertellen, maar voor minder zou ik het ook wel doen). Fijne, warme collega’s. Mijn ouders sukkelen voort, maar zijn nog vief. Een lieve broer. Drie prachtige, slimme, gezonde, gelukkige kinderen. Toffe, grappige, avontuurlijke vrienden. Nee, geen liefdespartner, maar dat is helemaal prima. Heb daar vrede mee. Ik tel mijn zegeningen, ben content.
Tegelijk leef ik mee met onze studenten. Ik zie hun worsteling. Ik had laatst een nabespreking met drie studenten en hun reacties waren exemplarisch: de eerste accepteerde mijn feedback, was vol goede moed voor de herkansing. De tweede snapte er geen fuck van wat ze fout had gedaan. En de derde ging vol in de weerstand. Gaf Word de schuld van haar taalfouten. Gaf school de schuld vanwege de gegeven voorbeelden, die goed waren, maar expres niet vlekkeloos. Vond het stom dat we niet heel expliciet hadden aangegeven wat ze had moeten doen, stom dat ze ook zelf moest nadenken, stom dat ik haar op haar fouten wees.
Ik zag haar woede en verdriet. Ik snapte dat het makkelijker is om de ‘schuld’ voor een onvoldoende buiten jezelf te leggen. Vertelde haar dat het oké is om fouten te maken, dat je daarvan kan leren. Dat ze nog een herkansing had. Legde uit dat dit een voorbereiding was op het tweede jaar, haar afstuderen. Dat het niet om de studiepunten gaat, maar om de vaardigheid die je leert. Ik hoop dat ze het laat bezinken. Dat ze er van heeft geleerd.
En daar heb ik vertrouwen in. Ook zij draait bij, uiteindelijk. Ik zie het ook bij de afstudeerders die ik begeleid bij hun stage: eindelijk begrijpen ze waarom ze al die kennis, gedrag en vaardigheden hebben moeten leren. Ik moet altijd gniffelen als ze oprecht verbaasd constateren dat het ‘echt wel nuttig was, die school’. Hun omschakeling van student naar professional in het laatste half jaar laat mijn hoop ontluiken. Inderdaad, het komt allemaal goed.
Laat een reactie achter
Spelregels
De redactie waardeert het als je onder je eigen naam reageert.
Lees hier alle details over onze spelregels.
Back to Top