Wat is er nodig om jezelf te kunnen zijn? En wat helpt in ieder geval niet? Een televisieserie en een artikel in de krant gaven mij afgelopen weekend een antwoord op deze vragen.
Afgelopen weekend ben ik begonnen aan de serie Pluribus. Het is een apocalyptisch verhaal over het einde van de wereld zoals we die kennen. Maar dit keer geen kernrampen, wereldoorlogen, asteroïden die op de aarde botsen, of natuurrampen. Nee, van de ene op de andere dag wordt de progressief-liberale natte droom van een super-inclusieve globale gemeenschap, werkelijkheid. Iedereen is door toedoen van een soort buitenaards virus verbonden aan elkaar in een hive mind. Er zijn geen conflicten meer, geen polarisatie, geen vervelende kritiek en tegengeluiden. Niemand voelt zich buitengesloten. En belangrijk: iedereen doet enorm positief, blij en gelukkig mee.
Behalve dan Carol Sturka, de hoofdpersoon van de serie, en een paar anderen.
Zij doet niet mee en wil dat ook niet, omdat ze zichzelf wil blijven. Ze wil niet onderworpen worden aan een collectief, zelfs niet als dat collectief haar steeds opnieuw laat zien welke voordeeltjes ze daarvan zou kunnen hebben. Ze beseft dat ‘erbij horen’ in dit geval betekent dat ze zichzelf moet opgeven.
De houding van Carol zorgt voor veel conflict. Zowel met ‘de anderen’ (zoals het collectief van alle mensen heet in de serie), als met de paar mensen die nog niet in het collectief zijn opgenomen. De meesten van hen willen ook graag opgaan in de gelukzalige massa.
Carol blijft zich verzetten en probeert de wereld te redden van dit ‘geluk’ dat het einde van alle individualiteit zal betekenen.
Het verband tussen ‘de anderen’ en kunstmatige intelligentie is niet moeilijk te maken. Ook kunstmatige intelligentie zorgt voor een vervlakking van individualiteit. Het zorgt ervoor dat ik in contact met mijn studenten (en steeds vaker ook mijn collega’s) in ieder geval afvraag: ben ik nou met jóu aan het praten, of praat je gewoon je chatbot na? Iedereen is er superpositief over en de ethische bezwaren worden weggewuifd met een ‘ja daar moeten we onze studenten natuurlijk kritisch mee leren omgaan’. Alsof je je studenten kritisch kunt leren denken als je zelf bij de eerste de beste gelegenheid je kritische denkvermogen hebt overgeleverd aan een rekenmachine met benefits.
Okee, okee, ik ben misschien te negatief. Niets is zo zwart-wit in dit leven, ik weet het. En zó totalitair als in Pluribus is de overname door kunstmatige intelligentie nog niet. Er zijn hopelijk nog genoeg Carol Sturka’s in deze wereld die het anders willen. Zoals Merel Kamp, de schrijver en hbo-docent die een prachtig opiniestuk schreef in NRC afgelopen weekeinde. Ook zij heeft het over de hbo-opleidingen die zich ‘willoos hebben laten overspoelen’ door ‘wat een paar mannen in Silicon Valley’ hebben bedacht. Ook zij heeft oog voor wat daarmee verloren gaat terwijl we er schouderophalend bij staan. ‘We moeten de doelgroep bedienen!’, wordt er dan gezegd. Want die wil dit en je houdt het verder toch niet tegen, hoor je dan, terwijl de zoete pap nog een beetje verder naar binnen wordt geschoven.
In mijn vorige blog schreef ik over Virginia Woolf en hoe zij het behouden van een eigen denkruimte voor het kunnen vormen van een eigen oordeel van groot belang achtte, niet alleen voor zichzelf, maar ook voor het voorkomen van oorlog. Eén van de voorwaarden daarvoor was volgens haar dat je vrij moet zijn van onechte loyaliteiten. Pluribus en Merel Kamp laten zien hoe dat er in 2026 uitziet.
Laat een reactie achter
Spelregels
De redactie waardeert het als je onder je eigen naam reageert.
Lees hier alle details over onze spelregels.
Back to Top