‘Studenten geven mij energie en ik hoop dat ik die energie ook aan hen kan teruggeven’
Met auto’s heeft hij niet per se heel veel. Wél met mobiliteit en duurzaamheid. Bij de opleiding automotive regelt Jan Willem van Breugel alles rondom het lesgeven en de opleiding. Daarnaast werkt hij als industrieel ontwerper in zijn eigen atelier. ‘Een mooie mix van werk waar ik veel energie van krijg.’
‘Vijf jaar geleden ben ik bij Hogeschool Rotterdam komen werken als instructeur automotive. Dat was midden in de coronatijd, dus ik begon voor het eerst in mijn leven aan een nieuwe baan zonder mijn collega’s fysiek te ontmoeten. Alles ging via Teams en online. Mijn functie is een combinatie van instructie, ondersteuning en organisatie. Ik zit een beetje tussen de docenten en de administratie in.
‘Vroeger werkte ik meestal in teams van vijf tot acht mensen; nu zijn we met bijna twintig. Daar moest ik aan wennen, maar inmiddels voel ik me er erg prettig bij. Af en toe geef ik een workshop of training, maar steeds vaker organiseer ik praktische zaken waar docenten zelf weinig tijd voor hebben. Excursies voor eerste- en tweedejaarsstudenten bijvoorbeeld, maar ook open dagen en introductieweken. Ik zorg dat iedereen op de juiste plek staat en ik probeer het docententeam enthousiast te krijgen. Mijn baan is in de loop der jaren steeds veranderd en dat vind ik juist leuk.
‘Naast mijn werk voor de hogeschool heb ik mijn eigen ontwerppraktijk. In mijn atelier maak ik ambachtelijke verlichting, meubels, accessoires en tassen.’
‘Van oorsprong ben ik industrieel ontwerper. Naast mijn werk voor de hogeschool heb ik mijn eigen ontwerppraktijk. In mijn atelier maak ik ambachtelijke verlichting, meubels, accessoires en tassen. Daar ligt echt mijn passie, maar het is lastig om daar voldoende geld mee te verdienen. Daarom werk ik twee dagen per week bij de hogeschool. Dat geeft mij financiële zekerheid én genoeg ruimte voor mijn eigen werk.
‘Eerst werkte ik drie dagen in loondienst, maar daardoor hield ik te weinig tijd over. Met twee dagen is de balans voor mij veel beter. Hiervoor werkte ik bij een commercieel tassenbedrijf. We ontwierpen in Nederland en lieten de tassen in China produceren. Tijdens de coronaperiode is dat bedrijf gestopt, onder andere door de Brexit. Een paar maanden later kwam ik bij de hogeschool terecht.
‘Ik had nooit eerder in zo’n grote organisatie gewerkt en het contact met studenten was in het begin ook nieuw voor mij. Ik kende vooral scholieren of volwassenen uit de workshops die ik gaf. Aan studenten die net aan het hbo beginnen, moest ik even wennen. Nu probeer ik me in hen te verplaatsen en terug te denken aan het moment waarop ik zelf aan mijn opleiding begon. Toen voelde het alsof de wereld aan mijn voeten lag. Die energie probeer ik bij hen te herkennen en vast te houden. Enthousiasme werkt aanstekelijk: zij geven mij energie en ik hoop dat ik die energie ook aan hen kan teruggeven.
‘Voor de opleiding automotive houd ik me onder andere bezig met proefstuderen. Scholieren die al belangstelling hebben voor automotive kunnen, terwijl ze nog bezig zijn met hun eindexamen, een dag meelopen bij de opleiding. Ze doen mee aan activiteiten, kunnen vragen stellen aan docenten en ze krijgen een soort proefles. We merken dat dit heel nuttig is. Veel scholieren krijgen daardoor een beter beeld van de opleiding en het levert ons ook regelmatig nieuwe inschrijvingen op.
‘Het is belangrijk dat we als opleiding actief naar buiten blijven treden. Automotive is een kleine en vrij specialistische opleiding. In het westen is Hogeschool Rotterdam de enige hogeschool die deze opleiding aanbiedt. Dat lijkt misschien een voordeel, maar het betekent ook dat veel jongeren niet eens weten dat de opleiding bestaat. Daarom bezoeken we middelbare scholen om voorlichting te geven en proberen we op verschillende manieren onze naamsbekendheid te vergroten.
‘Toen ik solliciteerde, heb ik eerlijk gezegd dat ik niet iemand ben die helemaal gek is van auto’s. Mobiliteit vind ik daarentegen ontzettend interessant.’
‘Wanneer studenten eenmaal voor automotive hebben gekozen, zitten ze meestal goed op hun plek. Dit jaar zijn er relatief veel vrouwelijke studenten begonnen: volgens mij acht van de ongeveer negentig eerstejaars. Dat is nog steeds een minderheid, maar het worden er ieder jaar meer. We proberen ze goed te begeleiden, bijvoorbeeld door te zorgen dat ze bij elkaar in de klas zitten en door extra aandacht te besteden aan coaching. Meestal vinden ze vanzelf hun weg en weten ze heel goed waar ze aan beginnen.
‘De RDM is natuurlijk een heel passende locatie voor de opleiding automotive. Op het Academieplein kun je prima theorieles geven, maar hier voel je direct de praktijk. De werkplaatsen, de techniek en de industriële omgeving horen echt bij de opleiding. Ik houd wel van die omgeving. Zelf woon ik aan de Maas bij de Müllerkade en de Euromast. Het is een heerlijke plek. Het water, de schepen en de bedrijvigheid geven het gebied een bijzondere sfeer. Eigenlijk doet het me een beetje denken aan de RDM, al is het bij mij wat moderner. Ik ga vaak met het pontje naar de overkant. Alleen dat korte tochtje over het water maakt de reis al leuk.
‘Toen ik solliciteerde, heb ik eerlijk gezegd dat ik niet iemand ben die helemaal gek is van auto’s. Mobiliteit vind ik daarentegen ontzettend interessant. Ik rijd auto en motor en heb een camper, maar ik reis ook graag met de trein of de fiets. Vooral de overgang naar duurzame mobiliteit boeit me. Hoe nemen we afscheid van de verbrandingsmotor en maken we de stap naar een nieuwe tijd? Dat is een ontwikkeling die ons allemaal raakt.
‘Ik probeer stap voor stap een nieuw leven op te bouwen, maar dat is niet altijd gemakkelijk.’
‘Mijn camper geeft me veel vrijheid. Afgelopen winter ben ik ermee naar Portugal gereden. Ik heb hem daar een tijdje laten staan, ben teruggevlogen en in mei heb ik hem weer naar Nederland gereden. Ook ben ik ermee in Italië, Duitsland en Noord-Holland geweest. Het is eigenlijk een rijdend bed: je kunt gaan en staan waar je wilt. Ik kan daar echt heel erg enthousiast van worden.
‘Vroeger maakte ik die reizen samen met mijn partner Bert. Hij werd twee jaar geleden ziek en is kort daarop overleden. Sindsdien ziet mijn leven er totaal anders uit. Ik moet opnieuw ontdekken hoe ik dingen alleen kan doen. Soms nodig ik iemand uit om mee te gaan, soms reis ik alleen of bezoek ik onderweg vrienden.
‘Ik probeer stap voor stap een nieuw leven op te bouwen, maar dat is niet altijd gemakkelijk. Gelukkig doe ik wel veel leuke dingen. Naast het reizen met de camper speel ik badminton en kom ik graag in Hoek van Holland. Daar heb ik een huisje op een complex, vlak bij zee. Ik kan er tuinieren, surfen en zwemmen. Het is een plek waar ik tot rust kom en even ruimte in mijn hoofd krijg.’
Ken of ben jij iemand met een verhaal voor Humans of HR? We horen het graag! Stuur een mailtje naar profielen@hr.nl.
Tekst en foto: Sanne van der Most






Laat een reactie achter
Spelregels
De redactie waardeert het als je onder je eigen naam reageert.
Lees hier alle details over onze spelregels.
Back to Top