Ga direct naar inhoud
Profielen | Profielen translated
9 mei 2021

Zwart logo Profielen

Onafhankelijk nieuws van de Hogeschool Rotterdam

COLLEGEGELD: Zo zit het écht!

Gepubliceerd: 16 July 2010 • Leestijd: 4 minuten en 0 seconden • Nieuws Dit artikel is meer dan een jaar oud.

Wat moet je nu betalen voor je studie? In Profielen 79 schreven we een artikel over het nieuwe instellingscollegegeld van de Hogeschool Rotterdam. In een kader werd beschreven wie het normale, wettelijke collegegeld betaalt en wie het hogere instellingscollegegeld moet betalen.

Toen Profielen een vraag kreeg over dat artikel en moest constateren die amper te kunnen beantwoorden, werd besloten het uitzoekwerk voort te zetten en er een nieuw artikel aan te wijden: zo zit het écht.

Instellingscollegegeld
Bijna alle universiteiten en hogescholen krijgen van de overheid geld om studenten op te leiden. De opleidingen die de staat (mede) betaalt, heten bekostigde opleidingen. De overheid subsidieert een groot deel van die opleiding, vaak duizenden euro’s per jaar per student, maar als student betaal je ook aan je opleiding mee. Het uitgangspunt is dat alle studenten het wettelijk collegegeld betalen, komend studiejaar is dat 1672 euro.
Op die regel zijn heel wat uitzonderingen. En wie onder die uitzonderingen valt moet het vaak veel hogere instellingscollegeld betalen. In tegenstelling tot het wettelijk collegegeld, moeten opleidingsinstellingen het instellingscollegegeld zelf vaststellen. En het instellingscollegegeld mag van de wet niet lager zijn dan het wettelijk collegegeld.

Waarom meer betalen?
De overheid schrapt haar bijdrage aan de studies van stapelaars en niet-Europese studenten. Voor die eerste groep is de overweging dat het rijk voor alle Nederlanders (en Europeanen, zie ‘EER-studenten’) één bachelor en één master wil sponsoren. Wil je meer bachelors of masters halen, dan moet je dat zelf betalen.
Daarnaast financierde de overheid tot nu toe ook de studies van buitenlandse studenten (de niet-Europese). Deze verkapte vorm van ontwikkelingshulp (aan studenten uit arme maar ook uit rijke landen) acht de overheid niet langer wenselijk. Omdat de overheid niet meer bijdraagt aan de studies van deze groepen, moeten ook zij het instellingscollegegeld gaan betalen.

Grofweg
Studenten die het instellingscollegegeld moeten betalen zijn de uitzonderingen op de regel. Zoals in het vorige artikel is beschreven gaat het grofweg om twee groepen. Ten eerste gaat het om alle studenten die van buiten Europa komen (buiten de EER om precies te zijn, hierover straks meer). Ten tweede gaat het om alle studenten uit de EER, dus ook Nederlandse, die eerder een bekostigde bachelor- of mastergraad hebben behaald en die aan hun tweede bachelor of master beginnen (de stapelaars).
Hieruit is al in belangrijke mate af te leiden welk soort collegegeld iemand voor zijn studie moet gaan betalen. Begin je aan je allereerste studie en betaalt de overheid aan die studie mee, en kom je uit Nederland of een ander EER-land? Dan betaal je zeer waarschijnlijk gewoon het wettelijk vastgestelde collegegeld. ‘Zeer waarschijnlijk’, want ook deze regel kent weer een hele lijst uitzonderingen en preciseringen.

EER-studenten
De nieuwe wet stelt Nederlandse en andere Europese studenten gelijk, maar niet hun diploma’s. Een Belgisch diploma is niet door de Nederlandse staat bekostigd en telt voor het bepalen van je collegegeld dus niet mee. Een student uit België, Spanje of Noorwegen met tien niet-Nederlandse bachelors of masters op zak, kan in Nederland zijn elfde bekostigde opleiding volgen tegen het lage, wettelijke tarief.
Voor alle studenten uit de Europese Economische Ruimte, de EER, sponsort de Nederlandse overheid dus één bachelor en één master. De student betaalt per jaar zestienhonderdnogwat euro aan de instelling waaraan hij gaat studeren, de overheid legt vervolgens duizenden euro’s extra bij om de kosten van de opleiding te dekken.
De EER bestaat overigens uit alle EU-landen, plus Liechtenstein, IJsland en Noorwegen. EER-studenten zijn dus ook Nederlandse studenten. En voor al deze studenten geldt dus: als je al een door de Nederlandse staat bekostigde bachelor of master op zak hebt, betaal je de tweede zelf middels het instellingscollegegeld.

Bijvoorbeeld: Particulier onderwijs
In juni meldde het Centraal Bureau voor de Statistiek dat in Nederland in 2006 meer dan een miljoen mensen niet-bekostigd onderwijs volgden. Dat gaat van bedrijfsopleidingen tot cursussen en schriftelijke opleidingen. Maar er zijn ook mensen die een Nederlandse bachelor of master aan een niet door de overheid gesponsorde instelling halen. Ook voor die mensen geldt dat ze nog één bachelor en één master van de overheid tegoed hebben (dus tegen het wettelijk tarief).

Uitzondering: Zorg en Onderwijs
De overheid ziet graag mensen instromen in zorg- of onderwijsopleidingen omdat er feitelijk een structureel tekort aan gekwalificeerd personeel is in die sectoren. Om zij-instromers niet te ontmoedigen, betaalt de overheid wél mee aan een tweede bachelor of master in het onderwijs of in de zorg. Maar dat geldt alleen voor mensen die hun eerste bachelor of master niet in de zorg of in het onderwijs haalden. Maar als je je eerdere diploma vóór 1991 hebt behaald, betaal je weer wél het wettelijke tarief. Over zorg en onderwijs lees je in dit artikel meer. We publiceerden tevens een artikel over de Lerarenbeurs, die de kosten van een tweede studie voor leraren niet zal dekken.

IB-Groep: collegegeld lenen
Bij de IB-Groep, tegenwoordig DUO, kun je het hogere instellingscollegegeld ook lenen. Kijk hier voor meer informatie.

Wat doen andere hogescholen?
Komend studiejaar lopen de tarieven van hogescholen flink uiteen voor studenten die al een diploma op zak hebben. Voor een tweede bacheloropleiding betalen zij bij de ene hogeschool het normale collegegeld, bij de andere bijna achtduizend euro. Een rondgang langs verschillende hogescholen levert een gevarieerd beeld op.

Hogeschool Rotterdam
Ook de Hogeschool Rotterdam stelt het instellingscollegegeld vast op 6.500,- euro voor de meeste opleidingen. Dat tarief is aan de ene kant concurrerend en aan de andere kant (redelijk) kostendekkend, legt HR-collegevoorzitter Jasper Tuytel in een eerder artikel uit.
Maar ook binnen de HR verschillen opleidingen soms fors in prijs. Zo kan een bachelor verloskunde je 20.000 (twintigduizend) euro kosten, een master aan de kunstacademie kost 8.000 euro. Deze grote verschillen zijn vrijwel geheel terug te voeren op de kostprijs van een opleiding. De hogeschool kreeg voor deze duurdere bachelors of masters normaal ook meer geld van de overheid.

Contact HR
Wie vragen heeft over zijn of haar collegegeldtarief, kan altijd contact opnemen met het Studenten Service Center, via ssc-collegegeld@hro.nl of op 010-7945198. Studenten kunnen ook zelf een afspraak plannen in de SSC-agenda (login).

OL / HOP

 

http://profielen.hro.nl/nieuws/item/grote_verschillen_in_collegegeld_tweede_hbo_studie

Recente artikelen

Reacties

Laat een reactie achter

Comments are closed.

Spelregels

De redactie waardeert het als je onder je eigen naam reageert.

  1. Houd het netjes, beschaafd, vriendelijk en respectvol. Niet vloeken of schelden.
  2. Dwaal niet af van het onderwerp (blijf ‘on topic’).
  3. Wees kort, duidelijk en maak een punt.
  4. Gebruik argumenten, geen uitroepen.
  5. Geen commerciële boodschappen.
  6. Niet op de man/vrouw spelen.
  7. Niet discrimineren, aanzetten tot haat of oproepen tot geweld (ook niet voor de grap).
  8. Van bezoekers die een reactie achterlaten op de site wordt automatisch het IP-adres opgeslagen.
  9. De redactie geeft reacties die dreigende taal bevatten door aan de veiligheidscoördinator van de Hogeschool Rotterdam.

Lees hier alle details over onze spelregels.

Aanbevolen door de redactie

Back to Top