Ga direct naar inhoud
Profielen | Profielen translated
7 juli 2022

Zwart logo Profielen

Onafhankelijk nieuws van de Hogeschool Rotterdam

200 jaar Rotterdamse kunstacademie: ‘Recalcitrante geesten maakten de academie bijna nooit af’

Gepubliceerd: 29 March 2012 • Leestijd: 5 minuten en 44 seconden • Interview Dit artikel is meer dan een jaar oud.

Al meer dan 200 jaar wordt in Rotterdam tekenonderwijs gegeven. Wat begon als een particulier initiatief van heren van stand, werd een beroepsopleiding voor ambachtsjongens die in de avonduren naar school gingen om hogerop te komen. Kunsthistoricus Wilma van Giersbergen schreef een boek over de boeiende geschiedenis van de huidige Willem de Kooning Academie.

Kunsthistoricus Wilma van Giersbergen is in 2003 gepromoveerd op het tekenonderwijs voor de ‘nuttige’ kunsten in de negentiende eeuw. Zonder die voorkennis zou het een ‘godsgruwel’ zijn geweest om dit boek over de geschiedenis van de Rotterdamse kunstacademie te schrijven. Bij het bombardement in 1940 ging het gehele academiearchief in vlammen op. Van Giersbergen moest het doen met twee kasboeken uit de achttiende en negentiende eeuw, jaarverslagen en redevoeringen, maar vooral met secundaire bronnen.

Wat heeft u meest verbaasd bij het bestuderen van de geschiedenis van de Rotterdamse academie?
‘Dat is de ononderbroken lijn van 1773 tot heden. De academie is begonnen als tekengenootschap, aan grote veranderingen onderhevig geweest en verschillende malen gefuseerd, maar wel steeds blijven bestaan. Dat is lang niet in alle steden met kunst- en nijverheidsscholen zo geweest. Een van de verklaringen voor die stevige voet aan de grond is dat Rotterdam eigenlijk geen florissant kunstklimaat kende. De koopmannen waren geen kunstkopers en er was ook geen mogelijkheid om exposities te organiseren. Daarom kreeg de academie een bepalende rol in het culturele leven. Er werden verkooptentoonstellingen onder de titel Levende Meesters georganiseerd, en ook waren er exposities met werk van studenten en afgestudeerden. Dat waren populaire uitjes. Iedereen die iets voorstelde in de stad wilde daar gezien worden. De academie was dus veel meer dan een opleidingsinstituut.

Wat ook opvalt, is dat Rotterdam al vanaf de start de emancipatie van minder vermogende jongens en later ook vrouwen hoog in het vaandel droeg.
‘Dat klopt. Het bestuur van het tekengenootschap bestond uit mannen uit de hogere sociale klasse. In dat milieu hoorde het bij een goede opvoeding om kinderen te leren tekenen. Maar voor de zonen van ambachtslieden was het volgen van een opleiding een manier om een betere positie te krijgen. Zij waren dan ook niet bezig met “mooi tekenen”, maar met “nuttig” tekenen, zoals lijntekenen, perspectief en anatomie. De bestuursleden hadden oog voor de kansen van deze jongens en zagen dat er behoefte was aan goed opgeleide ambachtslieden. Toen de academie in 1851 werd omgedoopt tot Academie van Beeldende Kunsten en Technische Wetenschappen, werden ook gelijk de deuren opengezet voor vrouwen. Ze kregen dezelfde lessen als jongens, behalve in de hoogste klas. In tegenstelling tot de jongens mochten de meisjes niet tekenen naar mannelijk naaktmodel. In het begin was het aandeel vrouwen mondjesmaat. Pas toen de academie zich na 1884 meer ging richten op de kunstnijverheid, nam het aantal vrouwelijke leerlingen flink toe.

De academie was nog niet de kunstacademie zoals we die nu kennen. De leerlingen kregen vooral een praktische opleiding waarmee ze bijvoorbeeld als timmerman aan de slag konden. Wie waren die leerlingen uit de begintijd?
‘Opvallend is dat 99 procent van de leerlingen afkomstig was uit de ambachtsklasse, een trotse beroepsgroep die maatschappelijk hoger in aanzien stond dan de arbeidersklasse. Alle jongens werkten overdag, zes dagen per week, en gingen dan in de avonduren naar de academie. De leerlingen moesten schoolgeld betalen, maar als ze konden aantonen dat hun ouders niet draagkrachtig genoeg waren, werd het schoolgeld kwijtgescholden of kregen ze korting. De Rotterdamse academie had aardig wat armere leerlingen die gratis onderwijs genoten.’

Het studierendement, vandaag de dag een hot item, stelde in die tijd niet veel voor. Bijna niemand maakte de academie af.
‘Soms kwam dat doordat de ouders het schoolgeld niet meer konden betalen, soms moesten de leerlingen overdag te hard werken. De waarde van de opleiding werd ook niet alleen afgemeten aan het diploma. De Rotterdamse gemeenschap was heel klein. De stad is pas gaan groeien nadat de haven in 1872 uitbreidde met de Nieuwe Waterweg. Iedereen kende elkaar en men wist echt wel of een jongen al een tijdje op de tekenschool zat. Hij kon dan, ook zonder diploma, in de werkplaats een betere functie krijgen. Vergeet niet dat het opleidingsniveau van veel jongeren in die tijd heel laag was. Met twee of drie jaar tekenschool was je al een hele pief.’

In het verlengde hiervan liggen de zorgen over schoolverzuim. Dat was in de negentiende eeuw heel hoog.
‘Dat was een groot probleem. Er werden verschillende maatregelen getroffen. Er werd bijvoorbeeld een “circulaire” aan de ouders verstuurd als hun zoon had verzuimd. Docenten gingen ook langs de deuren. Wat vrij goed werkte, was belonen: Leerlingen die niet of nauwelijks hadden verzuimd, mochten een boek uit de bibliotheek van de academie lenen. Grappig toch? Je kunt je nu niet voorstellen dat je kinderen meteen bieb-boek kunt stimuleren.’

Een heel belangrijke verandering in het onderwijs was de focus op kunstnijverheid, na 1884.
‘De eerste Wereldtentoonstelling in Engeland in 1851 maakte ons ervan bewust dat de Nederlandse producten weliswaar degelijk waren, maar niet elegant. Om de kunstnijverheid een impuls te geven, werd het vanaf 1880 een apart vak aan de academie. Er kwam steeds meer werk voor deze “sierkunstenaars”, alleen al door de opkomst van reclame. Affiches maar ook verpakkingen moesten aantrekkelijk worden vormgeven. Rond 1920 liep de academie echt voorop. De Nieuwe Zakelijkheid vierde hoogtij in Rotterdam. Dit is de tijd van grote namen als Piet Zwart (vormgever, en naamgever van het masterinstituut van de Willem de Kooning Academie,red.), Jac. Jongert, huisvormgever van Van Nelle, Nieuwe Stijlfotografen Gerard Kiljan en Paul Schuitema, die jazz-platen draaide tijdens zijn lessen.’

In je boek beschrijf je dat er een kruisbestuiving was tussen industrie, onderwijs en kunst.
‘Inderdaad. Fabrikanten hadden een heel positieve invloed. Ze gaven opdrachten aan kunstenaars die dan de huisstijl voor hen ontwikkelden. Die wisselwerking was in de jaren twintig op zijn best, kijk maar naar Van Nelle. Rotterdam was naast Den Haag de enige academie waar moderne vormgeving werd onderwezen. Ondertussen waren de leerlingen van de kunstklas jaloers op die van kunstnijverheid: Dáár gebeurde het. In het kunstonderwijs was juist helemaal niks veranderd. Leerlingen deden maanden over een tekening. Ze begonnen met lijnen, cirkels en rechthoeken. Daarna gingen ze gipsen modellen natekenen: ogen, handen, voeten, torso’s en klassieke koppen. Vervolgens een gekleed model, een stilleven, en tot slot het allerhoogste: tekenen van menselijk naakt. Dit ging acht klassen lang zo door. Ook de bekende Rotterdamse kunstenaar Henk Chabot heeft dit programma doorlopen. Recalcitrante geesten maakten de academie bijna nooit af. Zij hielden dat “stomme natekenen” niet vol. Zo vertrok Kees van Dongen naar Parijs en Willem de Kooning naar Amerika. Pas medio jaren zestig ging het kunstonderwijs op de schop.’

Wat veranderde er toen?
‘Om te beginnen gingen de gipsen modellen eruit en werden onder leiding van directeur Pierre Janssen moderne technieken toegelaten in het kunstonderwijs. Hij introduceerde bijvoorbeeld een audiovisuele afdeling. Tegenover de artistieke vrijheid stond wel een streng regime. Janssen stond na de pauze aan de deur te controleren of er was gedronken of drugswaren gebruikt. Als je niet nuchter was, kon je weer vertrekken. Het onderwijs ging zich meer richten op de ontwikkeling tot kunstenaar dan op het klaarstomen voor de arbeidsmarkt, zoals vroeger. Die tendens zag je overal: Er was toch wel werk genoeg. Toen het land in de jaren tachtig in recessie ging, werd de focus op de arbeidsmarkt weer sterker en inmiddels staat de Willem de Kooning Academie bekend als een kunstacademie die goed toeleidt naar betaald werk.’

We hebben nog niet over de Tweede Wereldoorlog gesproken. Bij het bombardement van 14 mei verloor de academie in één klap haar locaties, inventaris en archief.
‘En toch werden de lessen al in mei weer hervat. Dat vind ik ongelooflijk. Er is zelfs een tijdje in Boijmans Van Beuningen lesgegeven, maar dat duurde niet lang. De beweeglijkheid van de “jonge mens strookte niet met de eerbiedwaardigheid van de kunstwerken”. Er werd een beroep gedaan op rijke ingezetenen om lesmaterialen te schenken, en dat gebeurde ook. De academie was een veilige plek voor jongemannen. Studenten waren namelijk vrijgesteld van de Arbeitseinsatz. Om die reden heeft men de academie zo lang mogelijk opengehouden, zelfs toen directeur Schumacher in 1942 als gijzelaar werd weggevoerd. Pas na de razzia in 1944, waarbij ongeveer 50.000 mannen voor de Arbeitseinsatz werden opgepakt, stopte het onderwijs.’

Hoe heeft de academie zich opgesteld ten opzichte van joodse docenten en studenten?
‘De Universiteit van Leiden heeft haar deuren gesloten toen de maatregel om joodse docenten te ontslaan van kracht werd. Bij mijn weten is dat in Rotterdam niet gebeurd. Veel joden hebben ervoor gekozen om zich niet te melden bij de Kulturkammer en deden niet meer mee aan officiële exposities, maar er is nog geen uitputtend onderzoek verricht naar het lot van joodse academiedocenten en -studenten in oorlogstijd. Daar ligt een schone taak voor een volgende onderzoeker.’

Esmé van der Molen

 

Recente artikelen

Reacties

Laat een reactie achter

One Response to 200 jaar Rotterdamse kunstacademie: ‘Recalcitrante geesten maakten de academie bijna nooit af’

  1. ik ben op zoek naar informatie over kunstenaar Ben Aalbers, is dat bij u bekend?

Spelregels

De redactie waardeert het als je onder je eigen naam reageert.

  1. Houd het netjes, beschaafd, vriendelijk en respectvol. Niet vloeken of schelden.
  2. Dwaal niet af van het onderwerp (blijf ‘on topic’).
  3. Wees kort, duidelijk en maak een punt.
  4. Gebruik argumenten, geen uitroepen.
  5. Geen commerciële boodschappen.
  6. Niet op de persoon spelen.
  7. Niet discrimineren, aanzetten tot haat of oproepen tot geweld (ook niet voor de grap).
  8. Van bezoekers die een reactie achterlaten op de site wordt automatisch het IP-adres opgeslagen.
  9. De redactie geeft reacties die dreigende taal bevatten door aan de veiligheidscoördinator van de Hogeschool Rotterdam.

Lees hier alle details over onze spelregels.

Aanbevolen door de redactie

Back to Top