Ga direct naar inhoud
Profielen | Profielen translated
26 februari 2024

Zwart logo Profielen

Onafhankelijk nieuws van de Hogeschool Rotterdam

Collegelid Sanderman: ‘Onderzoek is van ons allemaal’

Gepubliceerd: 5 November 2015 • Leestijd: 5 minuten en 22 seconden • Nieuws Dit artikel is meer dan een jaar oud.

Vorige week kreeg de hogeschool de VKO op bezoek voor een audit. Na het voorwaardelijke groene licht van twee jaar geleden oogstte de HR nu complimenten voor haar kwaliteitszorg rond onderzoek. Een gesprek met collegelid Angelien Sanderman.

Angelien Sanderman_F

De Validatiecommissie Kwaliteitszorg Onderzoek had als taak om het systeem van kwaliteitszorg rond praktijkgericht onderzoek door te lichten. Als dat op orde is, kan praktijkgericht onderzoek pas echt tot bloei komen. En daarover is de VKO nu, anders dan twee jaar geleden, zeer te spreken.

‘Er is de afgelopen twee jaar ontzettend hard gewerkt’, vertelt Angelien Sanderman. ‘Ik ben blij dat we erkenning hebben gekregen voor dat werk. Onze borging van de kwaliteit van onderzoek staat als een huis. Maar het meest wezenlijk vind ik dat onze visie goed uitpakt. Wij vinden dat onderwijs en onderzoek met elkaar verbonden moeten zijn. De commissie stelt vast dat daarvoor een groot draagvlak binnen de instituten en kenniscentra is en dat we resultaten boeken. Ik geloof dat we mogen zeggen dat we in twee jaar tijd van een plekje diep in de achterhoede zijn gepromoveerd naar de voorhoede in het hbo.’

Twee jaar geleden kregen we nog een voorwaardelijk positieve beoordeling. In de zelfevaluatie van de HR wordt dat een blessing in disguise genoemd.

‘Onderzoek heeft alleen maar waarde voor het onderwijs als het ook een eigenstandige positie heeft.’

‘In die fase stond het Focusbeleid nog maar net. Het was zoeken naar manieren waarop we onderzoek en onderwijs met elkaar konden verbinden en ervoor konden zorgen dat onderzoek het onderwijs ook zou dienen. De commissie zag onze worsteling. Dat is het duwtje geweest dat we nodig hadden.
‘Een gouden greep was het regieorgaan dat we hebben ingesteld onder leiding van Ostara de Jager, directeur van de dienst onderwijs en ontwikkeling. Je kan wel vinden dat onderwijs en onderzoek verbonden moeten zijn, maar je komt nergens als je mensen die visie door de strot duwt. In het regieorgaan zaten alle partijen bij elkaar en werd echt goed nagedacht over de manier waarop we die samenhang voor elkaar konden krijgen. Vervolgens gingen die plannen weer naar de instituten en de kenniscentra, waardoor het werd bijgeslepen totdat alle partijen tevreden waren.
‘Een voorbeeld waarover gesproken werd, is de keuze voor de inhoud van het onderzoek. Wie bepaalt de onderzoeksagenda? Als je wilt dat het onderwijs profiteert van het onderzoek dat we op de HR doen, kan die agenda niet alleen door de lectoren worden vastgesteld. Ook de instituten moeten dan hun kennisvragen kunnen formuleren.’

Hoe belangrijk is het geweest dat de vijf kenniscentra nu rechtstreeks onder het collegebestuur vallen en niet meer in apart instituut zijn ondergebracht?

‘Daardoor is er bij de kenniscentra meer oog gekomen voor wat er verder gebeurt in de hogeschool. Er zijn namelijk veel interessante kruisverbanden tussen instituten en kenniscentra. De kenniscentra kunnen naar meerdere plekken op de hogeschool kennis brengen en de instituten kunnen op meerdere plekken kennis binnenhalen. Bovendien kan ik door de positionering onder het cvb meer sturen op de afzonderlijke kenniscentra. Dat is nodig want er is veel verscheidenheid. Daar moet je geen eenheidsworst van willen maken.’

Een van de dingen waar de auditcommissie over te spreken was, is de tienprocentsnorm. Wat houdt dat in?

‘Dat betekent dat we de geldstromen anders gaan organiseren. Nu is het nog zo dat de kenniscentra hun geld direct krijgen. Daarmee financieren ze hun onderzoek en hun personeel. Vanaf volgend collegejaar krijgen de kenniscentra nog een kleine som bekostiging en moeten ze de rest halen bij de instituten. Die zijn vervolgens verplicht om tien procent van de docenten-fte’s in te zetten voor onderzoek. Daarmee “veroordelen” we de twee partners tot elkaar. Zo willen we de samenwerking tussen onderzoek en onderwijs verder versterken.’

Hoe viel dit besluit? Was het knokken?

‘Nee, eigenlijk niet. Wel zie je dat dit op de ene plek beter gepakt wordt dan op de andere plek. We moeten blijven opletten dat de partners op een goede manier de dialoog aangaan en afspraken tegen het licht houden. Als een instituut bijvoorbeeld graag wil dat een hoofddocent, die normaal bij het kenniscentrum zit, een periode terugkomt om weer fulltime les te geven, dan kan dat dus. Voorheen was dit trouwens ook mogelijk. Het verschil is dat met deze norm het gesprek over docenteninzet in onderzoek nog belangrijker is geworden.’

Vind je dat ons huidige docentenkorps goed genoeg is opgeleid voor onderzoekstaken?

‘Zeventig procent van onze docenten heeft een mastertitel. Die zouden dit moeten kunnen. Bovendien zetten we zwaar in op professionalisering. Docenten die dat willen, kunnen zich hier verder in ontwikkelen en groeien in hun vak. Onderzoek is een heel mooie vorm van leren.’

Er komt ook meer differentiatie in het functiegebouw: we krijgen een schaal 14-lector. Zijn er al van dit soort lectoren aangesteld?

‘Ja, we hebben er nu een paar rondlopen. Voorheen noemden we hen associate lectoren. Door een schaal 14 in te voeren, krijgen we meer flexibiliteit en functieniveaus in het lectorenbestand. De bedoeling is dat de schaal 14-lector vooral inhoudelijk met onderzoek bezig is.’

Moeten deze lectoren ook gepromoveerd zijn?

‘Ja, we willen dat al onze nieuwe lectoren gepromoveerd zijn. Vanuit het verleden hebben we nog wel een enkele lector in dienst voor wie dat niet geldt.’

Moeten deze lectoren alsnog gaan promoveren net zoals alle docenten master moeten worden?

‘We zijn per individu aan het bekijken hoe we daarmee willen omgaan.’

Hoe staat het met de netwerklectoren; personen die werden aangesteld vanwege hun netwerk, maar die geen wetenschappelijke staat van dienst hadden.

‘Die hebben we niet meer en dat blijft ook zo.’

Naast de lovende woorden constateert de commissie ook dat de ‘eigenstandige functie van onderzoek meer uit de verf mag komen’. Onderschrijf je dit?

‘Onderzoek is een heel mooie vorm van leren.’

‘Wij zijn heel druk bezig geweest met de onlosmakelijke verbinding tussen onderzoek en onderwijs. Die verbinding blijft ook de kern van onze strategie. Daarmee is onderzoek van ons allemaal en niet alleen van de kenniscentra. Ik vind dat essentieel voor het verhogen van het niveau van ons onderwijs. Tegelijkertijd heeft onderzoek alleen maar waarde voor het onderwijs als het ook een eigenstandige positie heeft. Onderzoek moet niet alleen de thema’s van nu uitdiepen, maar ook die van morgen en die vervolgens als een spiegel aan het onderwijs voorhouden. Wil je dat goed doen dan moet je je laten uitdagen door de buitenwereld en de wetenschap. Daarmee staat de zelfstandigheid van ons onderzoek nog steeds ten dienste aan het onderwijs.’

In de zelfevaluatie schrijft de hogeschool ook dat ze de inhoudelijke kwaliteit van onderzoek weer een steviger plek wil gaan geven.

‘We hebben onze visie op onderzoek bepaald en daarop sturen we. Dus: samenhang tussen onderwijs en onderzoek, investeren in kwaliteit van docenten en onderzoekers. Lectoren nemen elkaar steeds meer de maat, zij nemen peerreviews bij elkaar af. We hebben indicatoren ontwikkeld om te bepalen of ons onderzoek van waarde is en werken met elkaar aan een kwaliteitscultuur. Daar hoort ook bij dat we de inhoudelijke kwaliteit een boost willen geven.’

Extra aandacht gaat verder naar de positie van KIO. Dit kenniscentrum bedient een groot aantal studenten en opleidingen met relatief weinig middelen. Hoe is deze situatie ontstaan en wat gaat het college doen om deze situatie te verbeteren?

‘Het is de jongste loot aan de stam. Wij vinden niet dat dit kenniscentrum kleiner moet zijn dan de andere, maar KIO (Kenniscentrum Innovatief Ondernemerschap) is gewoon nog in ontwikkeling. Uiteindelijk mag het dezelfde omvang krijgen als de rest. Ook het onderwijs aan de vier economische instituten van de Kralingse Zoom is in ontwikkeling. Daar gaat het kenniscentrum in mee. Ze hebben de discussie rondom de onderzoekslijnen gebruikt om inhoudelijk mee te denken over de koers in het onderwijs.’

KIO mag dus nieuwe lectoren werven?

‘Jazeker, daar zijn ze al mee bezig. En ook voor de instituten op de Kralingse Zoom geldt volgend jaar die tienprocentsnorm voor onderzoek. Daardoor zal het kenniscentrum vanzelf al gaan groeien.’

Het evaluatierapport van de VKO-auditcommissie verschijnt over enkele weken en zal op intranet Hint worden gepubliceerd.

Esmé van der Molen

Recente artikelen

Reacties

Laat een reactie achter

Comments are closed.

Spelregels

De redactie waardeert het als je onder je eigen naam reageert.

  1. Houd het netjes, beschaafd, vriendelijk en respectvol. Niet vloeken of schelden.
  2. Dwaal niet af van het onderwerp (blijf ‘on topic’).
  3. Wees kort, duidelijk en maak een punt.
  4. Gebruik argumenten, geen uitroepen.
  5. Geen commerciële boodschappen.
  6. Niet op de persoon spelen.
  7. Niet discrimineren, aanzetten tot haat of oproepen tot geweld (ook niet voor de grap).
  8. Van bezoekers die een reactie achterlaten op de site wordt automatisch het IP-adres opgeslagen.
  9. De redactie geeft reacties die dreigende taal bevatten door aan de veiligheidscoördinator van de Hogeschool Rotterdam.

Lees hier alle details over onze spelregels.

Aanbevolen door de redactie

Back to Top