Ik heb de eerste twee dialoogsessies Samen in dialoog helaas niet kunnen bijwonen, omdat ik op dat moment een andere dialoog in de medezeggenschapsraad van ISO aan het voeren was. Ook een goed gesprek, maar niet zo spannend misschien als de woke versus anti-woke dialoog die in de Symposiumzaal op Museumpark werd gevoerd. Wij hadden dan ook geen lector die enigszins boude uitspraken deed over ‘oude blanke vrouwtjes’ die ’s avonds in de tram omsingeld worden door ‘allemaal hoofddoeken’.
Wat een beeld roep je daarmee op. Het was denk ik de bedoeling ons de angst van dat arme, oude vrouwtje te laten voelen. Deze situatie werd volgens het verslag in Profielen gekoppeld aan het idee van ‘anti-blank racisme’. Nou kan ik me best voorstellen dat een oud, blank vrouwtje voor van alles bang kan zijn, maar waarom dat dan meteen ook anti-blank racisme is, dat ontgaat me even.
In de klassen waaraan ik lesgeef zitten veel studentes met hoofddoeken en ik heb me werkelijk nog nooit racistisch bejegend gevoeld. En ik ben ook nooit bang geweest voor hen. Maar ik ben dan ook een grote, witte man en geen oud, blank vrouwtje. Misschien zijn ze ’s avonds in de tram anders hoor, dat zou ik nog eens een keer aan ze moeten vragen.
Toen ik het las, draaide ik dat beeld meteen om in mijn hoofd, om te kijken of het dan nog steeds werkt: een vrouw met een hoofddoek omringd door allemaal oude, blanke vrouwtjes. Hoe zouden die vrouwtjes zich dan voelen? En die vrouw met hoofddoek? Denken we daar weleens over na?
Maar deze dialoogsessies roepen wel een aantal interessante vragen op. In het verslag werd duidelijk gemaakt dat de deelnemers de bedoeling op het hart gedrukt hadden gekregen dat ze naar elkaar zouden luisteren. Maar betekent dat dan ook dat alles gezegd mag worden? Ik vind zelf dat je heel veel moet kunnen zeggen en het ook nuttig kan zijn als iemand af en toe even over het randje gaat, omdat je anders nooit met elkaar kunt bepalen waar die grens ligt. Het hoeft niet altijd fijnzinnig te zijn. Ongemak is niet altijd een teken van groot onrecht.
Maar dan ontstaat vanzelf de vraag wie die grens moet vaststellen. Het college van bestuur (neem ik maar even als pars pro toto voor de organisatie) heeft deze dialoogsessies geïnitieerd om andere initiatieven tot dialoog en protest – vooral die betrekking hebben op Gaza – beheersbaar en ‘neutraal’ te maken. In ieder geval was bij die initiatieven ‘gewoon luisteren’ naar de studenten en docenten die daar spontaan iets over willen zeggen niet bij. Er werd daar dus al een grens getrokken, ook al kwam die in de vorm van een georganiseerde dialoog.
De Hogeschool Rotterdam is op liberale leest geschoeid, met liberale principes, zoals individuele vrijheid (o.a. vrijheid van meningsuiting), individuele verantwoordelijkheid en gelijkheid. Die liberale principes maken dat de school zoveel mogelijk neutraal moet zijn ten opzichte van individuele ideeën, geloofsovertuigingen en culturele uitingen van individuele studenten en medewerkers.
Als de school uit zou gaan dragen dat één van die ideeën of geloofsovertuigingen beter is dan alle anderen, dan bedreigt dat meteen de vrijheid van velen (al zullen de aanhangers van dat ene idee daar natuurlijk veel positiever tegenover staan).
Je ziet dat geworstel met die neutraliteit goed in de opzet van de dialoogsessies: je kunt zelfs je individuele voorkeur volgen voor het type gesprek dat je gaat voeren. Er is voor elk wat wils: een gesprek met alleen gelijkgestemden (voor beide ‘kanten’ is er een tafel) en een gesprek waarin mensen met verschillende zienswijzen met elkaar in gesprek gaan. Toen ik die opzet las, kwam het woord conflictvermijding in mij op. Maar dat is misschien een iets te cynische gedachte.
Het idee van neutraliteit heeft immers wel degelijk nut. De bedoeling van neutraliteit is om docenten, onderzoekers en studenten de mogelijkheid te geven zich uit te kunnen spreken. Het is the right that ensures many goods. Het recht dat ervoor zorgt dat veel verschillende mensen met verschillende waarden binnen de hogeschool zo vrij mogelijk kunnen zijn. Dat is althans het ideaal.
Dat klinkt heel mooi misschien, maar het heeft ook een schaduwzijde. Neutraliteit kan er ook voor zorgen dat de school zelf geen duidelijke standpunten kan innemen wanneer dat wél nodig is. Het kan er ook voor zorgen dat ze haar eigen koers verliest, of zich teveel laat sturen door krachten die zich waarde-neutraal voordoen, maar het niet zijn (zoals economische krachten). En soms kan neutraliteit er ook toe leiden dat groepen mensen worden uitgesloten, hoe hard de school ook haar best doet om inclusief te zijn.
Profielen is ook actief op LinkedIn. Volg ons, blijf op de hoogte en praat mee over actuele onderwerpen.
De redactie waardeert het als je onder je eigen naam reageert.
Lees hier alle details over onze spelregels.
Hele goede blog weer Corstin. Niets aan toe te voegen behalve dan dat ik echt vind dat jouw blogs mensen tot nadenken doen bewegen!
Ik lees met verbazing deze column. Ik vond het al heel gek dat we een dialoog gaan voeren met anti woke en woke, hoezo gaat de Hogeschool mee in de polarisatie. Dan die tafels waaruit je kunt kiezen, idioot gewoon.
Maar heeft een lector dit echt gezegd of is dit sarcasme in je column?
Ik kan dit bijna niet geloven dat dit een serieus voorbeeld is. En trouwens het zijn witte oude vrouwtjes het is heel erg anti woke om blank te zeggen.
@Cindy Hier ons/mijn artikel over de dialoogbijeenkomst: https://profielen.hr.nl/2025/het-anti-woke-van-van-baardewijk-valt-verkeerd-bij-aantal-dialoogdeelnemers/
Mooie column, zet je inderdaad weer aan het denken.
“Die liberale principes maken dat de school zoveel mogelijk neutraal moet zijn ten opzichte van individuele ideeën, geloofsovertuigingen en culturele uitingen van individuele studenten en medewerkers”.
–> Deze redenering klopt volgens mij niet helemaal. Liberale principes en neutraliteit zijn volgens mij andere dingen. Als we vinden dat iedereen binnen de HR mag zeggen wat diegene wenst (binnen wettelijke regels), dan betekent dat volgens mij niet dat we geen mening mogen hebben over het thema. Het lijkt mij fijner als we als organisatie niet ‘neutraal’ zijn, maar ‘geen standpunten innemen over beladen kwesties (politieke of religieuze, bijvoorbeeld) die al binnen de wetten van het land geregeld zijn’. Het gaat volgens mij pas echt mis als we als organisatie kaders vormen waarbuiten geverbaliseerde of geschreven ideeën bestraft worden (anders dan de in Nederland geldende regels, zoals aanzetten tot haat). Zie ik het verkeerd? Ik ben benieuwd.
@Mark Je hebt gelijk dat liberale principes en neutraliteit niet hetzelfde zijn. Er zijn verschillende mogelijke opvattingen over wat die principes dan precies zijn en ook over wat neutraliteit nou precies inhoudt. In een blog zoals deze heb ik natuurlijk niet veel ruimte om dit allemaal uit te werken. Maar dat liberalisme enige vorm van neutraliteit behelst, lijkt mij onvermijdelijk.
Ook jouw eigen voorstel om ‘geen standpunten in te nemen over beladen kwesties die al binnen de wetten van het land geregeld zijn’ is een vorm van neutraliteit. Ook de wetten van ons land moeten een zo groot mogelijke vrijheid garanderen, dus ook die geven niet aan (vooralsnog en voor zover ik weet) welk standpunt mensen zouden moeten innemen met betrekking tot allerlei kwesties.
Verder geef je aan dat het pas echt mis gaat als de organisatie zelf ideeën gaan bestraffen die de organisatie zelf buiten de deur wil houden. Dat lijkt mij ook problematisch ja. Vandaar dat Hogeschool Rotterdam zich neutraal moet opstellen, zolang de wet bepaalde ideeën niet verbiedt. Maar daar wil ik wel aan toevoegen dat er nog andere manieren zijn om ervoor te zorgen dat bepaalde ideeën meer en beter gehoord worden dan andere.
@ Corstin Dieterich.
Klopt, de enige mening die je niet mag uiten is ontkenning of bagatelliseren van de Holocaust, naar mijn weten.
@Jasper: er zijn er nog een paar:
– Aanzetten tot haat
– Aanzetten tot geweld
(vormen van opruiing)
– Groepsbelediging, discriminatie, etc.
– Smaad, laster
– Beledigen van de koning 🙂