Verbazing over werktitel ‘Design academy’ en pleidooi om naam ‘Willem de Kooning Academie’ te behouden
Gepubliceerd: 11 November 2025 • Leestijd: 4 minuten en 32 seconden • NieuwsAls de reorganisatieplannen doorgaan worden de huidige onderwijsinstituten CMI (Communicatie, Media en Informatietechnologie) en de Willem de Kooning Academie samengevoegd tot ‘Design Academy’. Hoewel dat laatste nog slechts een werktitel is, spreken meerdere medewerkers van de WdKA er hun verwondering over uit.
‘Echt een blooper, omdat er al een beroemde design academy bestaat. Niet gebruiken dus’, zegt een docent die anoniem wil blijven. ‘Een opmerkelijke keuze’, noemt een medewerker die vooral met de masters te maken heeft het. ‘Want die academy is er al, in Eindhoven.’
‘We hadden gelijk Eindhoven aan de lijn’
‘Een heel slecht idee’, reageert docent Paul Pos. ‘Wij hadden vorige week gelijk Eindhoven aan de lijn. Ook kregen we telefoontjes uit Amerika en Frankrijk over het mogelijk verdwijnen van de naam Willem de Kooning. Dat is inderdaad geen goed idee, dat moet je niet doen. Als je oud-studenten vraagt waar ze gestudeerd hebben, zeggen ze nooit “de Hogeschool Rotterdam” maar “de Willem de Kooning Academie”.’ ‘Mensen, ook uit het werkveld haken erop aan. En ook internationale studenten komen op die naam af’, zegt een leisure-student.
De medewerker die bij de masters werkt, hoopt dat naast de naam Willem de Kooning ook de naam Piet Zwart blijft bestaan, ‘met internationaal goed aangeschreven masters’.
Over de naamgeving ‘Willem de Kooning Academie’ staat in de plannen dat de nog te benoemen domeindirecteur ‘aan de slag zal gaan met de naamgeving en ook met het verder vormgeven van de cultuur en identiteit van het domein Design Academy’.
Dit schrijft het bestuur over het merk ‘Willem de Kooning’
‘We kiezen met de voorgenomen indeling voor een domein met aandacht voor creativiteit, waar kunst en techniek bij elkaar komen. Vooral op de aspecten van design, Artificial Intelligence, gaming en communicatie is het meer en meer met elkaar verbonden en zijn het geen aparte beroepsgroepen meer. Hier blijven wij met ons interdisciplinaire onderwijs en onderzoek op inspelen.
Hiermee vormt de Willem de Kooning Academie, samen met CMI, een van de vijf pilaren van Hogeschool Rotterdam in plaats van twee losstaande instituten. De nog te benoemen domeindirecteur zal uiteraard aan de slag gaan met de naamgeving en ook met het verder vormgeven van de cultuur en identiteit van het domein Design Academy.’
‘Ik vrees voor minder aansluiting met elkaar’
De opleiding leisure en events management heeft tegenwoordig regelmatig les op Wijnhaven 99, een van de gebouwen van CMI, meldt de student. ‘Van dat gebouw, en dat horen we ook van docenten, krijg je toch een ander gevoel. Je raakt er minder geïnspireerd. Als we dan samengaan met CMI zullen we denk ik nog meer worden verspreid. Ik vrees ook voor minder aansluiting met elkaar (de WdKA-gemeenschap, red.)’.
In de plannen staat te lezen dat het domein dé plek wordt ‘waar onderwijs en onderzoek samenkomen en elkaar versterken. Binnen een domein werken opleidingen, lectoraten en het werkveld samen aan oplossingen voor maatschappelijke vraagstukken’.
Dit schrijft het college over het samenwerken in een domein
‘Een domein is dé plek waar onderwijs en onderzoek samenkomen en elkaar versterken. Binnen een domein werken opleidingen, lectoraten en het werkveld samen aan oplossingen voor maatschappelijke vraagstukken.
Als je onderzoek en onderwijs onder één leiding brengt, maak je gezamenlijke keuzes die op elkaar aansluiten en elkaar aanvullen. Ook breng je de organisatie van onderwijs en onderzoek samen. Dat zorgt voor goed op elkaar afgestemde kennisagenda’s, meer innovatiekracht, meer efficiency en voor meer betekenisvolle impact maken in de regio.’
‘Wat betekent het voor de inhoud van programma’s?’
Twee docenten denken in elk geval dat het samengaan met CMI ook invloed gaat hebben op het aantrekken van nieuwe studenten. ‘We won’t have a school for art then.’ En: ‘Hoeveel hebben wij straks nog te zeggen over het curriculum, wat betekent het voor de inhoud van de programma’s?’
Hoewel je een opleiding qua inhoud niet zomaar op de schop kunt gooien, leeft die zorg wel bij meer medewerkers. Ali Şahin, onder andere vertrouwenspersoon op de WdKA: ‘De werknaam en het samengaan met CMI suggereert een andere richting met minder ruimte voor de kunst. Over de reorganisatie is sowieso veel onrust, merken we. Studenten zijn wel bezorgd wat het betekent voor hun opleiding, voor wat hun diploma straks waard is.’
‘Bang voor mijn baan’
Die onrust is er ook bij een collega van Şahin: ‘Er zijn geruchten dat de kunstopleidingen meer technisch worden. Hoe kunnen wij dan het artistieke bewaken? Mijns inziens gaat het niet samen. Ik ben wel bang voor mijn baan, ook omdat de studentenaantallen bij ons op bepaalde plekken teruglopen.’
Ook student Soly, eerstejaars audiovisueel heeft zorgen. ‘Als je een kunstschool hebt die onafhankelijk is, is het dan wel een goed idee om die samen te voegen met iets wat geen onafhankelijke art school is. Daarmee ‘maak je de kunst als een apart onderwerp minder belangrijk.’
Docent Paul Pos zegt het ‘prima’ te vinden ‘als CMI erbij komt’. Hij ziet wel overlap tussen de twee instituten. ‘De opleiding cmd (communicatie & multimedia design, red) van CMI was zelfs ooit een opleiding van de WdKA’, vertelt Pos.
Maar moet het nieuwe domein vooral tot organisatorische verbeteringen leiden, of leidt het ook tot meer inhoudelijk samenwerking van de huidige twee instituten? ‘Het is ons nog niet duidelijk’, zeggen twee docenten. ‘Tja: If you don’t inform the people, you keep the people simple. Het lijkt wel een autocratisch bewind.’ Of ze verwachten dat de medezeggenschap nog wat voor de ‘people’ kan betekenen? Een van de docenten: ‘Ik heb wel vertrouwen in onze imr. Maar worden die gehoord door de cmr?’
‘Bij ons zijn de collega’s er vrij cool onder’
De twee medewerkers van de masters vinden dat ‘we’ de verdere besluitvorming maar moeten afwachten. ‘We hopen dat het bestuur het belang van de kunsten in de gaten houdt, en verder zijn de meeste collega’s bij de masters er hier vrij cool onder. We wachten het af en het management doet dat denk ik ook, tot er meer bekend is, er gaan al genoeg verhalen rond’, doelend op het artikel op Vers Beton.
De beide collega’s werken al een tijdje bij de hogeschool en hebben veranderingen zien gaan en komen. Ze liggen er niet wakker van. ‘Ze gaan ons echt niet zomaar opheffen. Bij de masters hebben veel docenten ook een kleine aanstelling, dat maakt het ook minder ingrijpend.’
Het samengaan met CMI vinden de twee medewerkers niet totaal logisch, maar begrijpen ze ergens ook wel: ‘Je moet natuurlijk zoeken waar de meeste overlap ligt, je kunt ons moeilijk aan verpleegkunde koppelen.’
Tekst: Jos van Nierop
Foto: Profielen
Profielen is ook actief op LinkedIn. Volg ons, blijf op de hoogte en praat mee over actuele onderwerpen.






Misschien is het wel verstandig om van de naam af te geraken. Willem de Kooning was nu niet echt een fijn figuur in zijn leven.
Dit schrijft het college over het samenwerken in een domein
‘Een domein is dé plek waar onderwijs en onderzoek samenkomen en elkaar versterken. Binnen een domein werken opleidingen, lectoraten en het werkveld samen aan oplossingen voor maatschappelijke vraagstukken.
Als je onderzoek en onderwijs onder één leiding brengt, maak je gezamenlijke keuzes die op elkaar aansluiten en elkaar aanvullen. Ook breng je de organisatie van onderwijs en onderzoek samen. Dat zorgt voor goed op elkaar afgestemde kennisagenda’s, meer innovatiekracht, meer efficiency en voor meer betekenisvolle impact maken in de regio.’
In deze tekst wordt gesteld dat samenwerking binnen een domein zal leiden tot meer innovatiekracht, efficiëntie en een betekenisvollere impact in de regio. Ik ben benieuwd naar de data en onderzoeken die deze claim onderbouwen.
In het bedrijfsleven vinden veel fusies en overnames plaats, die vaak worden gerechtvaardigd met argumenten als efficiëntie en synergievoordelen, welke in de praktijk vaak tegenvallen. Dit roept de vraag op of soortgelijke risico’s hier ook niet van toepassing zijn.
Daarnaast ben ik nieuwsgierig naar hoe het college ‘innovatiekracht’ en ‘betekenisvolle impact’ definieert en op welke manier deze effecten gemeten zullen worden. Dit helpt om binnen het domein richting en vorm te geven aan het onderwijs en om te bepalen of de beoogde resultaten worden behaald.