Afgelopen weken stond ik voor mijn kledingkast en dacht geregeld: Aaaarrgh! Wat moet ik nu weer aan?! Ja inderdaad, daar heb je haar weer met dat gezeur over kleertjes en of die al dan niet passen. Maar dit keer is de keuzestress geen stijlkwestie, maar een soort comfortprobleem.
Eind mei: om acht uur is het november, dus handschoenen aan en hé, om half twaalf is het alweer lente. Om vier uur zie ik zelfs mensen buiten op straat in korte broek en een shirtje. Maar om half zes, als ik op de fiets wil stappen richting huis, word ik gezandstraald door regen en windkracht zeven. Zie je me staan in m’n zogenaamde tussenjas en blote benen?
Toch voelt die kledingkwestie ook behoorlijk triviaal. Want terwijl ik twijfel tussen wel of geen panty (en wat voor panty?), sandalen of laarzen, staat de wereld letterlijk in de fik. En ik? Ik check Buienradar.
Aan de ene kant belachelijk geprivilegieerd maar aan de andere kant: niemand kan die mondiale puinbak continu in volle omvang volgen. Bovendien help ik er op de korte termijn niemand mee (en met name mezelf niet) om Buienradar over te slaan en in plaats daarvan een boos bericht over de narcistische tuinkabouters die onze wereldleiders zijn, op social media te plaatsen. Het heeft geen enkele zin, lost niets op, draagt nergens aan bij, et cetera.
Dus richt mijn aandachtige ‘paniek’ zich op iets praktisch en overzichtelijks. Bijvoorbeeld op de vraag of ik straks al dan niet natregen op de fiets en de rest van de dag dus mogelijk rillend naar natte hond ruik.
Naast dat ik het natuurlijk niet te koud of te warm wil hebben, gaat de vraag ‘Wat moet ik aan?’ niet alleen over kleding. Het gaat ook over grip hebben op een situatie. Over mijn behoefte om iets kleins onder controle te hebben, terwijl de wereld overspoeld wordt door chaos en ik daar vrijwel niets aan kan doen.
Door het grillige weer is kleding kiezen wel een soort Straat van Hormuz geworden: jasje open of dicht? Blote voeten of thermosokken? Het kan per uur verschillen. Dus trek ik uiteindelijk iets aan dat toch meestal te koud is (we hadden toch een deal, Buienradar?!), waardoor ik de hele dag te pas en te onpas ‘KOUD! KOUD!’ uitroep. ‘Laagjes dragen!’, roepen mijn collega’s dan terug. Hmm, is dat de truc om grip te hebben?
De wereld is een puinzooi. Maar ik moet vandaag wel op de fiets naar m’n werk, dus draag ik iets dat om acht uur praktisch is, om vier uur leuk en tegen zes uur ongeschikt, zoals altijd. Of toch laagjes? Een panty? Laarzen? Aaaaaargh!
Ik leer het echt nooit, maar dat geeft ook niet; ik ben tenslotte niet van suiker, zoals mijn tante me eens fijntjes inwreef. Als het te koud of te warm hebben het ergste is dat me vandaag overkomt…? Maar nog even; wel of geen panty? Oké ik ga al!
Profielen is ook actief op LinkedIn. Volg ons, blijf op de hoogte en praat mee over actuele onderwerpen.
Laat een reactie achter
Spelregels
De redactie waardeert het als je onder je eigen naam reageert.
Lees hier alle details over onze spelregels.
Back to Top