Een afgebroken kies, een ontstoken wortel, een nieuwe kroon en voor controle; het kost bakken met geld maar: Hoi tandarts! Ik ben er! Naar de mondhygiënist hol ik wat minder enthousiast. Toch beland ik twee keer per jaar in haar pseudo-comfortabele stoel. Zonder te overdrijven heb ik de afspraak al drie keer verzet, maar vandaag ben ik dan toch aan de beurt.
Dat ik de afspraak zo vaak verzet heb komt heel eerlijk omdat ik een beetje bang ben. A: het doet pijn. B: ik heb te weinig geflost waardoor ik zeker weet dat ik een flinke dot tandsteen heb gespaard. Dat het pijn doet, oké, het is wat het is. Maar dat ik te weinig geflost heb, is echt helemaal eigen schuld, dikke bult. En wat zal de mondhygiëne daarvan vinden? Ik maak me daar druk om. Thuis in de badkamer is een bosje ongebruikte flosdingen in het tandenborstelglas dagelijks de stille aanklager: weer bijna nooit geflost deze zes maanden! Behalve toen dat mosterdzaadje tussen m’n voortanden zat dan.
Hoe het ongeveer zal gaan: Ik fiets naar de praktijk, die in een mooi hoekpandje zit, in een luxe Rotterdamse winkelstraat. Ik bel aan, ga zitten en bekijk de etalage die stijlvol op het seizoen is aangepast. Meestal schijnt de zon naar binnen. Dan verschijnt de mondhygiënist. In een smetteloos wit pak, fris en aardig; ze stráált gewoon hygiëne uit, mondhygiëne nog wel, bijna intimiderend.
Terwijl ze even later professioneel opgewekt – op de tonen van jaren 80 hits – stukken tandsteen uit mijn mond staat te boren, lever ik me over aan een milde vorm van vernedering. Scenes uit de film Marathon Man schieten door mijn hoofd terwijl ze mijn nalatigheid in vaste vorm te lijf gaat, zorgvuldig instructies gevend hoever mijn mond open moet en in welke hoek mijn hoofd moet liggen. Ik volg alles braaf op, terwijl ik mezelf – bewust van mijn zweethanden – toespreek te ontspannen en me concentreer op de beuker van Toto: I bless the rains down in Africaaaaa…
Als de behandeling vordert voel ik me toenemend ongemakkelijk, alsof ze niet alleen mijn gebit behandelt, maar daarmee ook mijn leefstijl tegen het licht houdt; slordig, lui en te veel koffie gedronken.
Flossen dus, beter doen dan laten. Dat geldt natuurlijk ook voor een moeilijk gesprek voeren of eindelijk iets uitzoeken waar je tegenop ziet. Zoals opschrijven of je begraven, gecremeerd of geresomeerd wilt worden, welke muziek daarbij hoort en wie daar allemaal bij mogen zijn onder het genot van, ja van wat? Een bietenbal en een prosecco, oesters, een Bossche bol? Kleine moeite, groot comfort naast alle ellende voor je naasten, mocht jouw (lees: mijn) tijd daar plotseling zijn.
Maar van uitstel komt op zijn minst achterstallig onderhoud. En dan is er vast wel iemand in een fris wit pakje, klaar om de gevolgen van tegenzin professioneel op te lossen. En in het gunstigste geval is dat de mondhygiënist.
Ik weet ook dat ik – als de behandeling achter de rug is – met supergladde glanzende tanden weer op de fiets stap. Met een nieuwe flosser in mijn tas, voor de verzameling in de badkamer. Flossen? Morgen. Denk ik.
Laat een reactie achter
Spelregels
De redactie waardeert het als je onder je eigen naam reageert.
Lees hier alle details over onze spelregels.
Back to Top