Ik zie de groeiende zorg om me heen, nu de werving op stoom komt: de studentenaantallen dalen. Landelijk, binnen de hogeschool, binnen ons instituut. Minder studenten, dus minder geld. Dus meer werken, met minder mensen. En des te drukker we zijn, des te minder aandacht we hebben voor individuele studenten, wat ons onderwijs minder aantrekkelijk maakt. En zo bevinden we ons in een neerwaartse spiraal.
Nee, ik ga niet dieper in op deze nationale trend. De demografische oorzaken. De mindere doorstroom vanuit het mbo. De oorzaken zijn weliswaar belangrijk, maar de gevolgen des te meer. Die gevolgen, die zijn onze alledaagse realiteit. De domeinvorming, bijvoorbeeld. Die vanuit bezuinigingsoogpunt goed te begrijpen is, maar evenzogoed pijn doet. Ik schreef al eerder over het uit elkaar scheuren van de Rotterdam Academy, maar ook andere instituten zullen hier nogal aan moeten wennen.
Feit is dat we hetzelfde werk zullen moeten doen, met minder mensen. De afgelopen nakijkperiode was mijn drukste ooit, en ik was bepaald niet de enige. De eerstejaarsklassen zijn groter. De studenten dreigen een anonieme, amorfe massa te worden. Voor het eerst kende ik niet alle namen van mijn studenten.
Tegelijk loopt de klas leeg. Studenten nemen minder de moeite om naar college te komen. Soms duikt er aan het einde van een lesperiode een student op die ik nog nooit eerder heb gezien. Studenten eisen dat al het lesmateriaal online gezet wordt, zodat ze alles vanuit huis kunnen doen.
Ik merk dat studenten veel uitstellen voor een vak dat ik geef, omdat we de deadline voor het portfolio een week later hebben gezet dan andere vakken. Ja, dat snap ik heus wel, vanuit studentenperspectief gezien. Tegelijkertijd: de deadlines zijn al vanaf dag 1 bekend, dus daar kan je naartoe plannen. Zelfs mijn afstudeerders stellen zoveel mogelijk uit, hoewel we alles voor ze hebben voorgekauwd en we ze kleine brokjes tegelijk voeren. Soms voelt lesgeven als trekken aan een dood paard. Of als sjorren aan de Erasmusbrug.
Vaak ben ik vrolijk, vol optimisme. Maar niet altijd. Soms zie ik het even niet meer zitten. Wil ik mijn studenten toeschreeuwen dat het heus wel goed komt, als je daar je best voor doet. Als je interesse toont. Als je begrijpt dat je een vak aan het leren bent, wat niet altijd even makkelijk is. Dat je moeite moet doen, dat dingen tijd kosten. Dat het soms schuurt.
De redactie waardeert het als je onder je eigen naam reageert.
Lees hier alle details over onze spelregels.
Hear, hear, Okke. Er zijn veel ontwikkelingen gaande, tegelijkertijd. Op een deel ervan hebben we geen (of weinig) invloed en dat geeft mij als docent ook wel ‘ns frustratie. Jouw boodschap in de laatste alinea kunnen we onszelf misschien ook toeschreeuwen 😉